De Hoge Bank van Driel | 1461 - 1525

Overzicht van 58 actes.

07-07-1461. schepenen Aert Eghens soen en Roeloff Jans soen
Transfixa supra predicta

Wij Aert Eghens soen ende Roeloff Jans soen scepen in Driell tugen dat voir ons komen
is Henrick Gerits soen als wittafftige man ende momber Bertruyden sijns wijffs ende
heefft vertegen opten brieff daer desen tegenwoirdigen brieff doirsteken is ende op
alle 't gehaut des brieffsals daer in gescreven steet tot behoeff Demodeij die wijff
was Goeswijn Baerts erffljck te besitten. Ende Henrick Gerits soen voirss. geloeffde
oick van sijnre wegen ende van wegen sijns wijffs voirss. alle voirplicht aff te doen
vanden selven. In orkonde onser litteren. Gegeven int jair ons Heren M CCCC een
ebde tsestich opten soevenden dach inder maent geheiten Julius.
scan 199
Transfix.
Hangt aan: 25-02-1452
Aanhangend: 27-09-1463
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.119)
27-09-1463. schepenen Henrick die Bye Hermans soen en Aert vanden Poll Hillynssoen
bovenschrift: Horwijnen

marge: 1463

Transfixa supra predicta

Wij Henrick die Bye Hermans soen ende Aert vanden Poll Hillijnssoen scepen in Driell
tugen dat voir ons comen is Demode die wijff was Goeswijn Baerts mit hoeren gecoren
momber ende heefft vercofft ende opgedragen voir tsestich gouden gulden goet ende geve die
sij giede dat hoir betailt sijn die brieve daer desen tegenwoirdigen brieff doirsteken
is ende alle 't gehaut dier brieve als daer in gescreven steet Here Ghijsbert Loyt ende
Here Henrick die man priesteren erfflijck te besitten. Ende Demode mit hoeren gecoren
momber voirss. verteech op die brieve ende op 't gehaut dier brieve voirss. Sij geloeffde
dair op doen te vertien alle die gene die van hoerre wegen daer op mit recht vertijen
sullen. Sij geloeffde oick te waeren van hoerre wegen Here Ghijsbert ende Here Henrick
voirss. die brieve ende 't gehaut der brieve voirss. jaer ende dach als recht is tegen
alle die gene die ten recht komen willen. Ende van hoerre wegen alle voirplicht aff
te doen van den selven. In orkonde onser litteren. Gegeven int jair ons Heren M CCCC
drie ende tsestich des dynxdaechs nae Sunte Matheus dach apostell ende ewangelist.
des dynxdaechs nae Sunte Matheus dach apostell en[de] ewangelist (21 sept) = 27 sept.
scan 199
Transfix.
Hangt aan: 07-07-1461
Aanhangend: 16-08-1472
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.119)
05-05-1465. Zondag Jubilate 1465.
Dirck de Ghier draagt over voor de hooge schepenbank
van Driel aan Maas van Zeelem twee hond lands onder het ge-
richt van Driel, -- waarover als schepenen waren Hendrik die Bije
Hermanszoon en Hendrik Brantszoon.
Wij Heinrick die Bye Hermans soin ende Heinrick Brants soin scepen in Driel tughen dan voir ons comen is Dirck de Ghier ende
heeft vercoft ende opgedraghen voir twehondert gouden aude schilde goet ende gheve die hij ghiede dat hem betaelt sijn dat
een vierdedeel van enen waert geheiten den nedersten koirenweert geleghen inden ghericht van Driel tusschen die ghene die daer
aff al omme mit recht lantgeleghen sijn mitten enen vierdedeel des alinghen weerts voirss. potinge winninge ende verlies ende
mit enen wech mede te moghen gebruicken doir off over die erfnisse geheiten oversten koirenweert vanden nedersten koirenweert
voirss. totten gemeinte toe uytgescheiden dordalve schare weijen inden alingen nedersten koirenweert voirss. den rectoir des Heijlichs
Cruys altairs gesticht inden kerken van Driel mit recht toebehoirende Maes van Zeelem Jacops soin in enen eijghendom sonder
dijck ende sonder thijns erflijck the besitten. Ende Dirck de Ghier voirss. verteech op dat vercofte vierdedeel alle des goets voirss.
als weerts, potinge winninge verlies mitten wech mede te mogen gebruicken uytgescheiden die dordalve schare weijden voirss. Hij
geloofde dair op doen the vertijen alle die ghene die daer op uut recht vertijen sullen. Hij geloofde oick the waren Maes
voirss. dat vercofte vierdedeel alle des goets voirss. jaer ende dach als recht is teghen alle die ghene die then recht comen willen.
Ende alle voirplicht aff the doen vanden selven vercoften vierdedeel alle des goets voirss. In orconde onser litteren. Gegeven int jaer
ons Heren M CCCC vijfendetsestich opten sonnendach alsmen singt inden Heijligen Kercken Jubilare.

met twee aanhangende zegels in zwarte was
Zondag Jubilate 1465 = 5 mei
boek: Analytische Catalogus der oorkonden met opgave der handschriften berustende in de boekerij van het
provinciaal genootschap van kunsten en wetenschappen in Noord-Brabant,
uitgegeven 1875.
p.29, nr. 131 (ingezien via google books)
---
Zondag Jubilate 1465 = 5 mei
---
De originele akte berust in:
BHIC
archief 221 Charters Provinciaal Genootschap van K & W, 1303 - 1845
Charters en handschriften, inv.nrs 1 - 499
inv. nr. 258: Akte van verkoop, verleden voor schepenen van Driel, door Dirk de Gier aan rector van
Heilig-Kruisaltaar in kerk van Driel van deel van Nederste Korenwert in gerecht van Driel, 5 mei 1465
De scan van de oorkonde is in te zien via bhic.nl
Bron: Overigen
16-01-1466. schepenen Bauken die Sterck Jans soen en Peter die Ghier
bovenschrift: Rossem

marge: 1466

Transfixa supra predicta

Wij Bauken die Sterck Jans soen ende Peter die Ghier scepen in Driell tugen dat
voir ons komen -is- sijn Alijt die wijff was Henricx die Becker Peterssz. mit oeren
gecoren momber ende Peter dies voirss. Henrix die Beckers soen ende hebben vercofft
ende opgedragen voir hondert gouden gulden goet ende geve die sij giede dat
hem betailt sijn den brieff daer desen tegenwoirdigen brieff doirsteken is,
ende alle 't gehaut des brieffs als daer in gescreven steet Heeren Ghijsbert Loye
priester tot behoeff der Heijlich Geesttafellen inder stadt van Zautboemmell
gelegen erffelick te besitten. Ende Alijt mit hoeren gecoren momber ende Peter
Henrix soen voirss. vertegen opten brieff ende op 't gehaut des brieffs voirss. Sij
geloeffden dair op doen the vertijen alle die gene die van hoerre wegen dair
op mit recht vertijen sullen. Sij geloeffden oick te waren van hoerre wegen
Heren Ghijsbert tot behoeff der Heijlichs Geesttafellen voirss. den brieff ende 't gehaut
des brieffs voirss. jaer ende dach als recht is tegen alle die gene die ten recht
komen willen. Ende van hoirre wegen alle voirplicht aff te doen vanden selven. In
orkonde onser litteren. Gegeven int jair ons Heren M CCCC ses ende tsestich des
anderen daechs na Sunte Ponciaens dach Martelers.
Sunte Ponciaens dach Martelers = 14 jan.
des ander[en] daechs na Sunte Ponciaens dach Martelers = 16 jan.
scan 208
Transfix.
Hangt aan: 11-04-1456
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.125v)
19-02-1468. Opdragt voor schepenen van Driel van 11½ hont lands aldaar, ten behoeve des hertogs, 1468 februari 23 (1468. des dinxdaechs na St. Petersdach apost. ad Cathedram). 1 charter
N.B. 0001 Graven en hertogen van Gelre, graven van Zutphen.
---
Sander Jacops sone van Veltdriel, schepen in Driel
Henrick Bramssone, schepen in Driel
beiden genoemd in collectie zegels, horen bij dit charter
nb. bij deze zegels staat de datum 19-02-1468 genoteerd, maar het inventaris nummer wijst naar het charter van 23-02-1468
Gelders Archief, toegang 0243; Charterverzameling, inv. nr. 786
Bron: Overigen, inv. 786
23-02-1468. Opdragt voor schepenen van Driel van 11½ hont lands aldaar, ten behoeve des hertogs, 1468 februari 23 (1468. des dinxdaechs na St. Petersdach apost. ad Cathedram). 1 charter
N.B. 0001 Graven en hertogen van Gelre, graven van Zutphen.
---
Eghen Eghenssone, schepen in Driel
Sander Jacops sone van Veltdriel, schepen in Driel
beiden genoemd in collectie zegels, horen bij dit charter
Gelders Archief, toegang 0243; Charterverzameling, inv. nr. 786
Bron: Overigen, inv. 786
14-11-1468. 12. 1468 November 14 (des Maenendaichs na sunte Mertensdach in den wynter).
Jan die Poerter Alertsz en Henrick Bramtsoin, schepenen in Driell oorkonden, dat Dirck van den Born Dircxsoin voor 40 gouden gld. huis en hofstad heeft verkocht te Driell in de cleyn Upperackeren tusschen de kromstege en den proost van Oudmunster te Uytrecht, O. Jan van Son Willemsszsoin en W. Dirck Jacopsz van Veltdriell, aan Aert Korstiaensszoin, die het voor 3 gouden Arnoldus Arnhemsche gld. van 1434 's jaars op St. Martensdach in den winter weder aan verkooper in thijns heeft gegeven.

Afschrift in Inv. nr. 9 fo. 5.
marge: Het Siechuys tot Bomell

Wij Jan die Poerter Alertss. ende Henrick Brantsoin scepenen in Driell tugen
dat voer ons comen is Dirck vanden Born Dircxsoin ende heefft vercofft
ende opgedragen voer veertich gouden guden goet ende geve die hij giede
dat hem betaelt zijn een huyss ende hoffstat met alle zijnre tymmerin-
ge ende potinge gelegen inden gericht van Driell in die cleijn upperack-
eren tusschen die gemeijn stege geheijten die kromstege aen d'een zijde
noortwaart ende erffenisse des proests van alde munster t'Uytrecht aen d'an-
der zijde streckende metten enen eijnde oostwaart op Jan van Son Wil-
lemss. zoin ende mytten anderen eijnde op Dirck Jacopss. van Veltdriell
Aert Korstiaensszoin in eenen eijgendom zonder dijck ende zonder thijns
erffelick the besitten. Ende Dirck vanden Born voersc. verteech op
dit goet voirsc. als huyss hoffstat tymmeringe ende potinge voirss.
Hij gelooffde daer op doen the vertijen alle die ghene die daer op met
recht verthijen zullen. Hij gelooffde oick the waren Aert Korstiaenss.
voersc. dit goet voersc. jaer ende dach als recht is tegen alle die gene
die then rechte comen willen ende alle voerplicht aff the doen vanden
zelven. Doen dit geschiet was doen gaff weder over Aert Korstiaens
zoin voersc. dit goet voersc. -jaer ende dach- in eenen erffelicken thijns te besitten
Dirck vanden Born voersc. voer drie gouden arnoldus aernhemsche
gulden gemaect int jaer ons heeren M CCCC ende XXXIIII goet ende
geve off ander goet payment in gelijcker werden daer voer op
op Sunte Martens dach inden wynter naestcomende. Ende daer nae
voerts alle jaer voir drie gouden Arnoldus gulden als voerss.
zijn erffelicx thijns oft payment daer voir als voersc. is jaerlicx op
Sunte Mertens dach inden wynter den voirscr. Aert Korstiaenss. euwe-
licken the betalen. Wolcken thijns voersc. off he alle jair opten
termijn der betalinge voersc. nyet betaelt en were, soe soude dair op
dan wassen ende gaen alle weken naestvolgende een peen van enen
goeden ouden vlemschen groten, welcken peene t'samen mytten thijns
voersc. Aert Korstiaenss. voirsc. uyten voersc. goede sall mogen verhalen
wanneer dat hij's nyet langer en sall willen beijden. Die rasuert ar-
noldus app?ben? ende loven wij. In oirconde onsser litteren. Gegeven
inden jaer ons Heren M CCCC acht ende tsestich des maenendaichs na Sunte
Mertens dach inden wynter.

potlood aantekening in de marge: 1468
bron: Archief Gasthuisfonds Hoenzadriel; inv. nr. 9 (Cartularium), f.5; regest 12
Transfix.
Aanhangend: 22-02-1484
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9
27-03-1469. 13. 1469 Maart 27 (des manendaichs nae den h. Palm sonnendach).
Gherit Sandersoin en Heynrick Gijsbertsz schepenen in Driell oorkonden, dat Engbert dye RuyterJansz voor 50 goud gld. 1 m.lands heeft verkocht te Driell op de Hoensaetse weide tusschen O.hemzelf, W. Aert Dirck Andrieszsoin, en van de straat tot de "erffenisse geheyten Gheer" aan Jacop van den Velde, die het voor 2 gouden overlandsche rijnsgulden 's jaars op Paschen weder aan verkooper in thijns heeft uitgegeven.

Afschrift in Inv. nr.9 fo. 6.
Wij Gherit Sandersoin ende Heijnrick Gijsbertsz. scepenen in
Driell tugen dat voir ons comen is Engbert die Ruyter Jansz. ende heeft
vercofft ende opgedragen voor vijfftich gouden gulden goet ende geve
die hij gieden dat hem betaelt sijn enen mergen lants gelegen inden
gericht van Driell op die Hoensaetse weijde tusschen Egbert voorsc,
aen d'een zijde oostwaart ende Aert Dirck Andriess. soin aen d'ander zijde
streckende mytten -anderen- eenen eijnde op die gemijn straet ende mytten anderen
eijnde op die erffenisse geheijten Gheer Jacop van den Velde in eenen
eijgendom sonder dijk ende sonder thijns erffelick the besitten. Ende
Egbert voersc. verteech op dit lant voirsc. Hij gelooffde daer op doen
the vertijen alle die ghene die daer op myt recht vertijen zullen.
Hij gelooffden oick the waren Jacop van den Velde voersc. dit lant voorsc.
jaer ende dach als recht is tegen alle die ghenen die then recht comen
willen, ende alle voirplicht aff te oen vanden selven. Doen dit ghe-
sciet was doe gaff weder over Jacop vanden Vekde voersc. dit lant
voirsc. den voirsc. Engbert in eenen erffelicken thijns the besitten voer
twe gouden overlensche rijnsche gulden goet ende geve off voir elcken
rijnse gulden XX goede philips penningen geheijten witte stuvers off ander
goet payment in gelijker werden daer voer opten paeschdach over een jaer
naestcomende ende daer nae voert alle jaer voer twe gouden rijnsche
gulden als voirsc. sijn erffelicx thijns off payment daer voer als voirsc.
is jaerlicx opten paeschdach den voersc. Jacop vanden Velde ewelicken the
betalen. Wolcken thijns voirsc. off he alle jaer op termijn der betalinge
voorss. niet betaelt en were soe soude daer op dan wassen ende gaen alle weken
daer naestvolgende een peen van een goeden auden vlemsche groten. Welcken
peen tsamen mytten thijns voorsc. Jacop vanden Velde voirsc. uut den lande sall
mogen verhalen wanneer dat hij's nyet langer en sall willen beiden. In oirconde
onser litteren. Gegeven int jaer ons Heren dusent CCCC LXIX des manendaichs
naeden Heijligen Palm Sonnendach.

potlood aantekening in marge: 1469
bron: Archief Gasthuisfonds Hoenzadriel; inv. nr. 9 (Cartularium), f.6; regest 13
Transfix.
Aanhangend: 17-03-1482
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9
15-11-1470. Dirck Jansz van den Auden Hoirnick en Eghen Eghenssoin schepenen in Driel oorkonden dat de gezworen bode in Bomelrewert volgens zijn verklaring Goisswiin van Driel wegens Ghijsbert van Randwijck heeft gemaand van 150 gouden Overl. Rijnse gulden en des manendaechs nae sunte Bartelmeeus dach (27 aug) Goiswijns goed heeft opgeboden en eerstgenoemde oorkonder en Bauken die Sterck Jansz als schepenen in Driel hebben verklaard dat zulks is gekocht door Brant Pelesoin.
Met de zegels der oorkonders (1. gedeeld A. Chatillon met omgewende hond? en B. eenk. adelaar, met als helmteken een vederbos; 2. Balk met dubbele adelaar in aanlsuitend vrijkwartier).
Regest uit de aantekeningen van Mr. Rueb, nr. 56.
Transfix.
Aanhangend: 16-11-1470
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1845-1
16-11-1470. Dirck Jansz van den Auden Hoirnick en Eghen Eghenssoin schepenen in Driel oorkonden dat Brant Pelesoin voor 5 schellingen de doorgestoken verwinbrief op het goed van Goiswiin van Driel in het gericht van Driel heeft verkocht aan Ghijsbert van Randwijck.
Zegels: 1. als aan de transfix; 2. aanziende mansbuste met om het hoofd gewonden, achter afhangende doek.
Regest uit de aantekeningen van Mr. Rueb, nr. 56.
Transfix.
Hangt aan: 15-11-1470
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1845-2
19-01-1471. 14. 1471 Januari 19 (op sunte Pontiaensdach martelaer),
Eghen Egensz en Gherit van Kessell schepenen in Driell oorkonden, dat de gezworen bode in Bomelrewert wegens het gasthuis te Huenzait huis en hofstad heeft laten veilen te Driell in Martwijck, toebehoorende aan Aelbertke Lambert Alertszdochter, tusschen Hanrick van Deyll en de steeg om 3 gouden Engelsche nobelen, schuldig aan Maes Claessz en Aert Gerit Ottenssz als gasthuismeesters, op 9 Dec. 1470 (Sondach na OLVdach conceptio) ten overstaan van schepenen Sander Jacopsz. van Veltdriell en Hanrick Brantsz, en dat het huis is verkocht aan Engbert Aert Egenssz.

Afschrift in Inv.nr.9 fo. 11v.
Wij Eghen Egenss. ende Gherit van Kessell scepenen in Driell tugen dat voer ons
comen is die gesworen bode ons heren van Gelre in Boemmelreweert ende heefft gegiet dat hij
gemaent heefft van wegen des gasthuys inden gericht van Driell tot Huenzaet ge-
legen Aelbertten Lambert Alertss. dochter off soe wie met recht besitters zijn van
eenen huysse ende van eenre hoffstat met alre tymmeringe ende potinge daer in
ende met allen oiren toebehoren gelegen inden gericht van Driell tot Martwijck
welnee?r tusschen Hanrick van Deijll aen d'een zijde ende die gemeijn stege aen d'ander
zijde ende allet dat eerdevast ende nagelvast is inder voersc. hoffstat, van
thijns drie gouden engelsche nobel goet ende geve ende van peene die daer op
met recht gewassen ende gegaen is die den gasthuys voersc. onthouden is ende niet
betaelt en is. Welcken thijns metten pene voersc. men jaerlicx sculdich is ende met
recht te betalen pleecht den gasthuys voersc. uuten goeden voersc. als huys hoff-
stadt tymmeringe, potinge, toebehoren ende allet dat eerdevast ende nagelvast is
inder voersc. hoffstadt gelijck als dyen scepen brieffe van Driell dat volcome-
licker begrijpen ende inhouden die wij daer op gemaect gesien hebben. Daer na
tugen wij dat wij daer over geweest hebben daer Maes Claess. ende Aert Gerit
Ottenss. als gasthuys meesters des gasthuys voersc. ende van namen ende van wegen
des gasthuys voersc. gericht zijn overmits den gesworen richter ons heren van
Gelre in Boemelreweert tot allen recht in dit goet voersc. dat gelegen is inder eninge
van Driell ende inden gericht van Driell als voerden thijns ende peene voirss. die den
gasthuys voerss. onthouden is ende nyet betaelt en is. Des vraichden ons die richter
voersc. wat dat Maes Claess. ende Aert Geritss. als gasthuysmeesters voersc. metten
voerss. goeden met recht sculdich the doen were. Daer op wijssden wij dat men dit
goet voersc. verbieden sall als recht is ende daer nae zullent die gasthuys mesters
indertijt des gasthuys voerss. vercopen tot onssen landtrecht. Dit gesciede int jaer
ons Heren M CCCC ende LXX des sonnendaichs nae onsser liever vrauwen dach.
conceptio. Daer nae wij Sander Jacopss. van Veltdriell ende Hanrick Brantss. scepenen
in Driell tugen dat voer ons comen is die gesworen bode voersc. ende heefft gegiet
dat hij verboden heefft als recht is drie sonnendaich ter rechter missen tijt inder kerke
van Driell dat goet voerss. dat inden gericht van Driell gelegen is dat dat the ver-
copen wert overmits den gasthuys mesteren inder tijt voerss. als voerden thijns ende
peen voirss. die den gasthuys voerss. onthouden is ende nyet betaelt en is. Daer na
tugen wij dat voer ons comen zijn Maes Claess. ende Aert Geritss. als gasthuysmesters
ende hebben van namen ende van wegen des gasthuys voerss. vercofft nae alle fformen
ende manieren gelijck als ons landrecht eijscht ende wijst dit goet voirsc. dat inden
gericht van Driell gelegen is ende dat aldair inder kercken van Driell verboden
is als recht is ende dat men aldaer sculdich is ende met recht te verbieden pleecht Engbert
Aert Egenss. voerden thijns ende peen voerss. the hebben ende the besitten, behelte-
licken den gasthuys voersc. zijns thijns ende peens voirss. ende zijnre scepen
brieffe daer op gemaect voersc. hem den voerss. thijns ende peen nae ingehoude
dier scepen brieve voerss. vanden toecomende termijnen daer mede noch the moghen
innen ende winnen. In oirconde onser litteren. Gegeven int jaer ons Heren M CCCC
LXXI op Sunte Pontiaens dach martelaet.

potlood aantekening in marge: 1471
bron: Archief Gasthuisfonds Hoenzadriel; inv. nr. 9 (Cartularium), f.11v; regest 14
Transfix.
Aanhangend: 20-01-1471
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9
20-01-1471. 15. 1471 Januari 20 (des anderen daichs na sunte Pontiaens dach martelaer).
Sander Jacopsz van Veltdriell en Henrick Brantszs schepenen in Driell oorkonden, dat Engbert Aert Egenssz voor 14 lb de doorgestoken brief (reg.14) heeft verkocht aan Maes Claesz t.b.v. het gasthuis te Hoensaet.

Afschrift in Inv. nr.9 fo. 12
Wij Sander Jacopss. van Veltdriell ende Henrick Brantss. scepen in Driell tugen dat
voer ons comen is Engbert Aert Egenss. ende hefft vercofft ende opgedragen voer tien
pont gever penningen die hij giede dat hem betaelt zijn den brieff daer deesen
tegenwoerdigen brieff doersteken is ende allet 't gehout des brieffs als daer inne
geschreven steet Maes Claess. tot behoeff des gasthuys inden gericht van Driell tot
Hoensaet gelegen erffelick the besitten. Ende Egbert voersc. verteech opten brieff
ende opt 't gehout des brieffs voerss. tot behoeff des gasthuys voirss. Ende hij ge-
looffden oick van zijnre wegen alle voerplicht aff te doen vanden selven. Ende dit
vertich ende dese gelooffte voersc. heefft oick ontfangen Maes Claess. tot behoeff des
gasthuys voerss. in alre manieren als daer aff voersc. steet. In oirconde onser
litteren. Gegeven int jaer ons Heren duyssent CCCC LXXI des anderen daichs na Sunte
Pontiaens dach Martelaers.

potlood aantekening in marge: 1471
bron: Archief Gasthuisfonds Hoenzadriel; inv. nr. 9 (Cartularium), f.12; regest 15
Transfix.
Hangt aan: 19-01-1471
Aanhangend: 17-04-1471
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9
17-04-1471. 16. 1471 April 17 (des Woensdaichs nae den Heyligen Paeschdach).
Heinrick Brantszs en Aert Egensz schepenen in Driell oorkonden, dat Maes Claesz en Aert Gerit Ottensz als gasthuismeester van het gasthuis te Hoenzaet zijn ingezet in huis en hofstad te Driell in de Martwijck, als vermeld in de doorgestoken brieven d.d. 19 en 20 Jan.1471 (reg. 14 en 15).

Afschrift in Inv.nr.9 fo 12.
Wij Heinrick Brantss. ende Aert Egenss. scepenen in Driell tugen dat wij daer over gewest
hebben daer Maes Claess. ende Aert Gerit Ottenss. als gasthuys mesters des gasthuys inden ge-
richt van Driell gelegen tot Hoensaet ende van namen ende wegen des gasthuys voirss. na in-
gehout hoire scepen brieff gericht ende coop van Driell ruerende van een huys ende van
eenre hoffstat met alle tymmeringe ende potinge daer in ende met alle oiren toebe-
horen gelegen inden gericht tot Martwijck welneer tussen Heinrick van Deijll
aen d'een zijde ende die gemeijn stege aen d'ander zijde ende allet dat eertvast ende
nagelvast is inder hoffstat voersc. ingeseth zijn overmits den gesworen richter
ons heren van Gelre in Boemelreweert na onse vonnisse tot allen recht in alle
den goede voersc. als huys, hoffstat, potinge toebehoren ende allet dat erdt-
vast ende nagelvast is dat inden gericht van Driell gelegen is. Welck voerss. goet
Engbert Aert Egenss. vercofft heefft ende opgedragen den gasthuys voirss. gelijck
die scepen brieve dat volcomelicker begrijpen ende inhouden die wij daer op
gemaict gesien hebben. Ende die richter verboet voert enen yegelicken op
den aenfanck van alle den goeden voerss. op zijn lijff ende op zijn goet dat nye-
mant zijn hande daer aen en sloege noch hem die en onderwonde hij en dede
dat van wegen des gasthuys voorss. off hij en dede dat met enen beteren recht. In
oirconde onser litteren. Int jaer ons Heren M CCCC een ende tsoeventich
des woenssdaichs nae den Heijligen Paeschdach.

potlood aantekening in marge: 1471
bron: Archief Gasthuisfonds Hoenzadriel; inv. nr. 9 (Cartularium), f.12; regest 16
Transfix.
Hangt aan: 20-01-1471
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9
02-05-1472. 17. 1472 Mei 2 (op des Heiligen Cruysavont inventionis).
Bauken die Sterck Janssz en Aert Aert Egenssoin schepenen in Driell oorkonden, dat Engele Heinrick Beerssz dochter voor 20 goudgld. de doorgestoken brief (d.d. 5 Juni 1460, reg.nr.11) heeft verkocht aan Christina Dircxs dochter van Alem t.b.v. het gasthuis te Hoensaet.

Afschrift in Inv. nr.9 fo. 7v.
Transfixi brieff opten principalen brieff

Wij Bauken die Sterck Janss. ende Aert Aert Egens soin scepenen in Driell tugen dat voer ons
comen is Engele Heinrick Beerssz. dochter met oiren gecoren mombaer ende heft vercofft
ende opgedragen voer tweijntich gouden gulden goet ende gheve die zij giede dat hoer be-
taelt zijn die brieve daer deesen tegenwoerdigen brieff doersteken is ende alle 't ge-
hout der brieve als dair inne geschreven steet Christina Dircxs dochter van
Alem tot behoeff des gasthuyss inden gericht van Driell gelegen tot Hoensaet
erffelick the besitten. Ende Engell myt oiren gecoren mombaer voersc.
verteech op die brieve ende op't gehout der brieve voirsc. Sij gelooffde daer op
doen the vertijen alle die ghene die van hoere wegen daer op met recht vertijen
sullen. Sij gelooffde oick te waren van oire wegen Christine tot behoeff des
gasthuys voirsc. die brieve ende 't gehout der brieve voirsc. jaer ende dach
als recht is tegen alle die ghene die then rechte comen willen. Ende van oire
wegen alle voirplicht aff te doen vanden selven. In oirconde onser litteren.
Gegeven int jaer onss Heeren M CCCC twe ende tseventich op des Heiligen Cruysavont inventionis.

potlood aantekening in marge: 1472
bron: Archief Gasthuisfonds Hoenzadriel; inv. nr. 9 (Cartularium), f.7v; regest 17
Transfix.
Hangt aan: 05-06-1460
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9
16-08-1472. schepenen Henrick Brants soen en Ott van Driell
bovenschrift: Horwijnen

marge: 1472

Transfixa supra predicta

Wij Henrick Brants soen ende Ott van Driell scepen in Driell tugen dat voir ons komen is
Henrick van Berendonck als wittafftige man ende momber sijns wijffs Mergrieten voert
als erffgenaem hairs brueders Here Henrix die Man Wilms priester ende heefft vercofft
ende opgedragen voir veertich gouden gulden goet ende geve die hij giede dat hem betailt
sijn die brieve daer desen tegenwoirdigen brieff doirsteken is ende alle 't gehaut der
brieve als daer in gescreven steet alsoe ver als hij als momber sijns wijffs voirss. daer
toe gerecht is Here Ghijsbert Loye priester erfflijck te besitten. Ende Henrick van Be-
rendonck voirss. verteech op die brieve ende op 't gehaut der brieve voirss. Hij geloeffde
dair op doen te vertien alle die gene die van sijnre wegen dair op mit recht vertien sullen.
Hij geloeffde oick te waren van sijnre wegen Here Ghijsbert voirss. die brieve ende
't gehaut der brieve voirss. jaer ende dach als recht is tegen alle die gene die ten
recht komen willen. Ende van sijnre wegen alle voirplicht aff te doen vanden selven. In
orkonde onser litteren. Gegeven int jair ons Heren M CCCC twe ende tsoeventich des
sonnendaechs nae Onse Vrouwendach Assumptio.
des sonnendaechs nae Onse Vrouwendach Assu[m]ptio (15 aug.) = 16 aug.
scan 200
Transfix.
Hangt aan: 27-09-1463
Aanhangend: 07-12-1479
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.119v)
05-01-1473. 18. 1473 Januari 5 (opten Heyligen darthien avont).
Marcelis Raven en Bauken die Sterck Janssz schepenen in Driell oorkonden, dat Maes Claesz en Wilhem Jacopssoin als gasthuismeesters te Hoenzaet voor 1 gouden eduards nobel, geslagen in 1438 's jaars op Paschen, huis en hofstad te Martwick tusschen Z.Hanrick Stevenssoin en (N) het gasthuis, O. de Martwijcksche straat en W. op den affterwech, in thijns uitgegeven hebben aan Marcelis Dirckxsz zone.

Afschrift in Inv. nr. 9 fo. 4v. N.B. Gecasseerd.
Wij Marcelis Raven ende Bauken die Sterck Janss. scepenen in Driell
tugen dat voer ons comen sijn Maes Claess. ende Wilhem Jacops soin
als gasthuys meijsters inder tijt des gasthuys inden gericht van
Driell gelegen tot Hoenzaet ende van namen ende van wegen des gasthuys
voerss. ende hebben uutgegeven een huys ende hoffstat met alle zijne tymmerin-
ge, potinge ende toebehoren gelegen inden voirsc. gericht tot Mart
wick tusschen Hanrick Stevens soin aen d'een zijde zuytwaart ende erffe-
nisse des gasthuys voersc. aen d'ander zijde, streckende metten eenen
eijnde oostwaart op die martwijckse straet ende metten anderen eijnde
opten affterwech Marcelis Dirckxss. zoin in eenen erffelicken thijns
the besitten voer eenen gouden edwaerdusschen engelsche nobell goet
van goude ende gerecht van gewichte welcken nobell voersc. gemunt
ende geslagen is inden jaere doemen schreeff dusent vierhondert ende
acht ende dartich off daer the voren off ander goet payment in gelij-
ker weerden daer voer opten Heijligen Paeschdach naestcomende ende daer-
nae voert alle jaer voer eenen gouden eduwaerdussen -gulden- nobell
als voirsc. steet erffelicx thijns off payment daer voer as voersc.
is jairlicx opten Heijligen Paeschdach den gasthuys voersc. euwe-
licken the betalen. Welcken thijns voersc. off hij alle jaer opten termijn
der betalinghen voirsc. nyet betaelt en were soe komt daer op
dan wassen ende gaen alle weken naestvolgende een peene van eenre
goeder ouder vlemscher placken. Welcken peen t'samen mitten thijns voersc.
dat gasthuys voersc. off die gasthuys meijsters die indertijt sijn zullen
des gasthuys voersc. uyt alle den voersc. goede als huys hoffstadt
tymmeringe potinge ende toebehoren voersc. zullen mogen verhalen wan-
neer dat zij's nyet langer en zullen willen beijden. Ende het is the
weten dat die hoffstat voersc. aen die noorden zijde gelijck den gevelt
vander cameren daer opter voersc. hoffstat staende lijntrecht doergaens
vander gemeijnre straeten totten affterwege toe voirsc. doer gaen zall.
In oirconde onser litteren. Gegeven int jaer ons Heeren M CCCC drie ende tsoeven-
tich opten Heijligen darthien avont.

marge aantekening in potlood: 1473
bron: Archief Gasthuisfonds Hoenzadriel; inv. nr. 9 (Cartularium), f.4v; regest 18
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9
06-02-1473. 19. 1473 Februari 6 (des Saterdaichs nae onser L.V.dach geh.Lichtmisse).
Bauken die Sterck en Dirck de Gier schepenen in Driell oorkonden, dat Johan die Bruyn als voogd van Mechtelt, weduwe en de erfgenamen van Jan Willemsz van Gennep voor 20 gouden gld. de doorgestoken brief (d.d. 10 Aug. 1452, reg.9) hebben verkocht aan Maes Claesz en Willem Jacopsz als gasthuismeesters te Hoessent.

Afschrift in Inv. nr.9 fo 3v.
Wij Bauken die Sterck Janss. ende Dirck de Gier scepenen in Driell tugen dat
voer ons comen is Johan die Bruyn als mombaer Mechtelt zijnre huijsfrouwe
erffgen. Jan Willemss. van Gennep ende heefft vercoft ende opgedragen
voer tweijntich gouden gulden goet ende geve die hij giede dat hem betaelt
zijn den brieff daer dWij Bauken die Sterck Janss. ende Dirck de Gier scepenen in Driell tugen dat
voer ons comen is Johan die Bruyn als mombaer Mechtelt zijnre huijsfrouwe
erffgen. Jan Willemss. van Gennep ende heefft vercoft ende opgedragen
voer tweijntich gouden gulden goet ende geve die hij giede dat hem betaelt
zijn den brieff daer deesen tegenwoerdigen brieff doer gesteken is ende alle
't gehout dess brieffs als daer inne geschreven steet Maes Claess. ende Wilhem
Jacopss. als gasthuyssmeisteren inder tijt to Driell tot Hoessent tot behoeff des
gasthuyss voersc. erffelick te besitten. Ende Johan die Bruyn voersc.
verteech opten brieff ende 't gehaut dess brieffs voersc. Hij gelooffde daer
op doen the vertijen alle die ghene die myt recht van zijnre wegen daer
op vertijen zullen. Hij geloeffde oick the -vertije- waren van zijnre wegen
Maes ende Wilhem voersc. tot behoeff des gasthuyss voersc. den brieff
ende 't gehaudt des brieffsvoersc. jaer ende dach als recht is voer alle
die ghene die then rechte comen willen ende van zijnre wegen alle voir-
plicht aff the doen vanden zelven. In oirconde onser litteren. Gegeven
inden jaer ons Heren dusent vierhondert drie ende tsoeventich des saterdaichs
nae onzer liever vrauwen dach geheijten lichtmisse.eesen tegenwoerdigen brieff doer gesteken is ende alle
't gehout dess brieffs als daer inne geschreven steet Maes Claess. ende Wilhem
Jacopss. als gasthuyssmeisteren inder tijt to Driell tot Hoessent tot behoeff des
gasthuyss voersc. erffelick te besitten. Ende Johan die Bruyn voersc.
verteech opten brieff ende 't gehaut dess brieffs voersc. Hij gelooffde daer
op doen the vertijen alle die ghene die myt recht van zijnre wegen daer
op vertijen zullen. Hij geloeffde oick the -vertije- waren van zijnre wegen
Maes ende Wilhem voersc. tot behoeff des gasthuyss voersc. den brieff
ende 't gehaudt des brieffsvoersc. jaer ende dach als recht is voer alle
die ghene die then rechte comen willen ende van zijnre wegen alle voir-
plicht aff the doen vanden zelven. In oirconde onser litteren. Gegeven
inden jaer ons Heren dusent vierhondert drie ende tsoeventich des saterdaichs
nae onzer liever vrauwen dach geheijten lichtmisse.
bron: Archief Gasthuisfonds Hoenzadriel; inv. nr. 9 (Cartularium), f.3v; regest 19
Transfix.
Hangt aan: 10-08-1452
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9
14-03-1475. 20. 1475 Maart 14 (des dynssdaechs na den sonnendach alsmen singet in der heyliger kercken Judica).
Goswijn van Driel, Aert van den Pol Hillenssoin, Gerit Sanderssoin, Heynrick Brantszoin, Ott van Driel, Jacop van de Velde, Maes Lottum Jacopssoin en Maes Claessoin schepenen in Driel oorkonden, dat Wilhem Jacopssoin als gasthuismeester van het gasthuis te Hoensaet vonnis heeft verzocht, of hij het onderpand behouden mag te Driel in Martwijck, destijds tusschen Heynrick van Deyl en de steeg, volgens de erfthijnsbrief van 3 Engelsche nobelen 's jaars daaruit, en of die brieven voorrang hadden boven die van Jan Lambertsz, waarop zij schepenen met medegevolg der acht schepenen van Zulichem hebben geoordeeld, dat hij het onderpand behouden mag en zijn brieven voor die van Jan Lambertsz gaan.

Oorspr. Inv. nr. 19, met het zegel van den tweeden oorkonder; de overige verloren.
Afschrift in Inv. nr. 9 fo. 11.
marge: vonnisbrief
Wij Gosewijn van Driell Aert vanden Poll Hillenss. Gherit Sanderss. Heijnrick
Brantss. Ott van Driell Jacop vande Velde Maes Lottum Jacopss. ende Maes Claess.
scepenen in Driell tugen dat Wilhem Jacopss. als gasthuys mester des gasthuys
gelegen inden gericht van Driell tot Hoensaet begeerden een vonnis vanden scepenen
van Driell wederdat gasthuys voersc. behouden ende blijven sall off nyet en
sall in zijnen onderpande gelegen inden gericht van Driell tot Martwijck wel?eer
tusschen Heijnrick van Deijll aen d'een zijde ende die gemeijn stege aen d'ander
zijde nae ingehoudt des gasthuys erff thijns brieff ruerende van drye engel-
sche nobellen des jaers gaende uyten onderpande voersc. ende weder des gast-
huys brieve voersc. zullen gaen voer Jan Lambertss. brieve off dat Jans brieff
voersc. sullen gaen voer dat gasthuys brieff off wat daer van rechts wegen
aff wesen sall. Waer op wij scepenen voersc. met mede gevolch der acht scepenen
van Zulichem op begeren als voersc. steet ende naeden brieve voersc. van beijden
zijden ende nae vragen des gesworen richters ons genedige Heeeren 's Hertoge van
Borgondyen ende van Gelren in Bommelreweert daer wij mede inder dinghban-
ken van Driell the gedinge geseten waren eendrechtelicken wijssden dat dat gast-
huys voirsc. behouden ende blijven sall in zijnen onderpande nae uuthwisin-
ge zijnre scepen thijns brieve ende gericht brieve ruerende van drie engelsche no-
belen des jaers ende dat die brieve voirsc. zullen gaan voer Jan Lambertss. brieve
opten onderpande dat die brieve voirsc. begrijpen ende uutwijsen nae conde ende
waerheijt die wij daer aff gehoert hebben ende nae onssen besten vijff sinnen ther
tijt toe wij en sagen beter betoen dan wij noch gesien hebben die supscriptieff
voirsc. appberen ende loven wij goet in oirconde onser litteren gegeven
int jaer ons Heeren duyssent vierhondert LXXV des dynssdaichs nae den sonnen-
dach alssmen singet inder Heijliger Kercken Judica.

potlood aantekening in marge: 1475
omschrijving in de inventaris:
19. Vonnis van de schepenbank van Driel, waarbij het gasthuis te Hoenza-Driel gehandhaaft wordt in het bezit van een stuk land in het gericht van Driel als onderpand voor een uit dat land gaanden tyns van drie nobels 's jaars, 1475. 1 charter.
bron: Archief Gasthuisfonds Hoenzadriel; inv. nr. 19 en afschrift in inv. nr. 9 (Cartularium), f.11; regest 20
NB. deze transcriptie is gemaakt aan de hand van het cartularium. De bewaard gebleven oorkonde is nog niet ingezien.
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9
14-03-1475. 21. 1475 Maart 14 (des dynssdaichs na den sonnendach ... Judica).
Gosewijn van Driell, Aert van den Poll Hillensz, Gherit Sandersz, Hanrick Brantsz, Maes Lottum Jacopsz en Maes Claesz schepenen in Driell oorkonden, dat Jan Jan Scoercap Heinrickxszsoin, Jacop Jan Maessz, Bauken Dircxsz en Alert Hubertsz onder eede hebben verklaard, dat de beide nu door Andries Marcelissz en Marcelis Bauken Dircksz bewoonde hofsteden ongedeeld goed waren, geheeten "Jan van Huesselinge zijn eygen erff", belast met 3 gouden Engelsche nobelen 's jaars aan het gasthuis te Hoensaet en dat het door Mercelis Baukensz bewoonde huis hier later is gebouwd i.p.v. een bouwvallig klein huisje, dat een arm man, Comen Ghijs van Jan Huesselinge huurde, maar dat het thijnsgoed was.

Afschrift in Inv. nr.9 fo 14v.
marge: drye noebelen
Wij Gosewijn van Driell Aert vande Poll Hillenss. Gherit Sanderss.
Hanrick Brantss., Maes Lottum Jacopss. ende Maes Claess. scepenen in
Driell tugen dat voir ons comen zijn Jan Jan Scoercap Heinrickxss. soin
Jacop Jan Scoercap Jacopss., Jan die Bruyn Heinricxss. Jan Aertss. van
Uden Claes Maessz. Bauken Dircxss. ende Alert Hubertss. ende hebben
then heijligen gesworen met opgerecte vingeren aen handen des ge-
sworen richters 's Hertoichen van Bourgondyen ende van Gelre
in Boemelreweerdt gelijck zij geloofft hadden in eenen scepenbrief
van Driell die wij daer op gemaect gesien hebben dat die hoer rich-
te kond is nae horen besten vijff sinnen gelijck die brieff voirsc.
dat begrijpt ende inhelt. In welcken brieff zij getuycht hebben
dat hem kondich is ende waell gedenct dat beijde die hoffsteden
daer teser tijt op wonen Andries Marceliss. ende Marcelis Bauken
Dirckss. een goet ende een hoffstat ware ongedeijlt ende ongesceijden
ende was geheijten Jan van Huesselinge zijn eijgen erff met thijns
drie gouden engelsche nobell die Jan van Huesselinge voirsc. uuten
voerss. goede jaerlicx sculdich was. Welcken thijns der drije nobelen
voirsc. teser tijt toebehoert den gasthuys gelegen inden gericht van
Driell tot Hoensaet ende dat huyss daer Mercelis Baukenss. voerss.
teser tijt in woent dat is daer getymmert nae datum des gasthuys thijns
brieff voirsc. mer daer plach een quaet cleijn huysske te staen
daer een arm man geheijten Comen Ghijs the hueren plach tegen
Jan van Huesselingen voirsc. mer het was een thijns goet
der drije nobelen voersc. die superscriptie cleijn approberen ende loven wij
goet. In oirconden onsser litteren. Gegeven inden haere ons Heeren
duyssent vierhondert LXXV des dynssdaichs nae den sonnendach alssmen
singet inder heijliger kercken Judica.

potlood aantekening in marge: 1475

onderschrift een vrijwel onleesbare regel in een ander handschrift:
?Ing... gesch... .... tijn.... D....
bron: Archief Gasthuisfonds Hoenzadriel; inv. nr. 9 (Cartularium), f.14v; regest 21
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9
27-11-1475. 22. 1475 November 27 (des Manendaichs nae sunte Kathrijnen dach).
Gerit Sandersoin en Hanrick Brantsz schepenen in Driell oorkonden dat Dick en Jan, zonen van Lambert Alertsz aan Jan Heymericxsz hebben beloofd om de schepenbrieven te geven van de hofstad van Marcelis Bauken Dircxsz, de koopbrief daarvan en het vonnis daarover, alles indien noodig, ten gebruike.

Afschrift in Inv. nr. 9 fo. 15.
Wij Gerit Sandersoin ende Hanrick Brantss. scapenen in Driell tugen
dat voir ons comen zijn Dirck ende Jan sonen Lambert Alertss. ende hebben
geloofft Jan Heijmericxss. dat zij twe gebroeders voersc. inder ende in
handen Jan Heijmericxss. voersc. geven ende leggen sullen all alsulcke
scepenen brieff als zij hebben van Marcelis Bauken Dirxss. hoffstat
met namen eenen thijns brieff ruerende ende inhoudende van eenen gouden
coninck Eduwaertsche engelsche nobell des jaers gaende uut Mar-
celis hoffstat voirsc. Voert den coop brieff insettinge brief ende den
vonniss brieff die opten voirsc. thijns brieff geweesen zijn, zoe tot wat
rijden ende wanneer dat Jan Heijmerickss. voirsc. dat Dirck ende Jan voorss.
ges?inn?ende off vermanende is. In alsulcker manieren als dat Jan Heijme-
rickss. voersc. die brieve voorss. behouden ende verwaren sall ten wijll tijts
off Jan Lambertss. voersc. aengesproken worde vanden heer off richter
aender dingbancken van Driel van enyge broicken die hij gebroect
muchte hebben aen Marcelis Baukenss. hoffstat voersc. dan so sall Jan
Heijmericxss. voersc. die brieve voersc. brengen aen die dinge bancken
voersc. ende latensse den scepenen leessen horen ende sien om Jan Lambertss.
voersc. daer mede the mogen verantwoorden, ende dan zoe sall Jan Heij-
mericxss. voersc. die brieve voersc. gheven den gasthuyssmesteren
in der tijt des gasthuys gelegen inden gericht van Driell tot Hoensaet oire
orbaer ende vrijen willen mede doen. In oirkonde onsser litteren. Gegeven
inden jaere onss Heeren duyssen -vijffhond- vierhondert LXXV des
manendaichs nae Sancta Kathrijnen dach.

potlood aantekening in marge: 1475
bron: Archief Gasthuisfonds Hoenzadriel; inv. nr. 9 (Cartularium), f.15; regest 22
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9
07-12-1479. schepenen Dirck Janss. van den Auden Horenick en Jan Spierinck
bovenschrift: Horwijnen

marge: 1479

Transfixa supra predicta

Wij Dirck Janss. van den Auden Horenick ende Jan Spierinck scepen in Driell tugen dat
voir ons komen is Here Ghijsbert Loy priester ende heefft vercofft ende opgedragen voir
veertich gouden gulden goet ende geve die hij giede dat hem betailt sijn die brieve
daer desen tegenwoirdigen brieff doirsteken is ende alle 't gehaut der brieve als dair
in gescreven steet Here Aelbert Posthouwer priester erfflick te besitten. Ende Here
Ghijsbert voirss. verteech op die brieve ende op 't gehaut der brieve voirss. Hij geloiffde
daer op doen te vertien alle die gene die van sijnre wegen dair op mit recht vertien
sullen. Hij geloeffde oick te waeren van sijnre wegen Here Aelbert voirss. die brieve
ende 't gehaut der brieve voirss. jair ende dach als recht is tegen alle die gene
die ten recht komen willen. Ende van sijnre wegen alle voirplicht aff te doen
van den selven. In orkonde onser litteren. Gegeven int jair ons Heren dusent
vierhondert negen ende tsoeventich op Onsen Lieve Vrouwen avont Concepcionis.
Onsen Liev[e] Vrouwe[n] avont Concepcion[is].
Onsen Liev[e] Vrouwe[n] avont Concepcionis = 7 dec
Conceptionis Marie = 8 dec
scan 200
Transfix.
Hangt aan: 16-08-1472
Aanhangend: 16-10-1481
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.119v)
16-10-1481. schepenen Alaert van Driell en Waltgaert Egens soen\
bovenschrift: Horwijnen

marge: 1481

Transfixa supra predicta

Wij Alaert van Driell ende Waltgaert Egens soen scepen in Driell tugen dat voir ons
komen is Here Aelbert Posthouwer priester ende heefft vercofft ende opgedragen voir
veertich gouden gulden goet ende geve die hij giede dat hem betailt sijn die brieve dair
desen tegenwoirdigen brieff doirsteken is ende alle 't gehaut der brieve als daer in
gescreven steet Here Andries Hert priester ende Aernt van der Maes die Jonge als
Heijlige Geestmeijsters inder tijt der Heijlich Geesttafelen der stadt van Zautbomell
erffelicken te besitten. Ende Here Aelbert Posthouwer voirss. verteech op die brieve
ende op 't gehaut der brieve voirss. Hij geloeffde dair op doen te vertijen allen die
gene die van sijnre wegen dair op mit recht vertijen sullen. Hij geloeffde oick te
waren van sijnre wegen Here Andries Hert ende Aernt vander Mase als Heijlige Geest-
meijsters inder tijt voirss. die brieve ende 't gehaut der brieve voirss. jaer ende dach als
recht is tegen alle die gene die ten recht komen willen. Ende van sijnre wegen alle
voirplicht aff te doen vanden selven. In orkonde onser litteren. Gegeven int jair ons
Heren dusent vierhondert ende een ende tachtentich des dynsdaechs nae Sunte Victoers dach.
dinsdag na Sunte Victoers dach (10 okt) = 16 okt.
scan 201
Transfix.
Hangt aan: 07-12-1479
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.120)
17-03-1482. 23. 1482 Maart 17 (opten Sonnendach alssmen singt in der kercken Letare Jherusalem).
Maes Claesz en Jacop van den Velde schepenen in Driell oorkonden dat Jacop voornoemd met zijn broeders Joest en Baken voor 100 goudgld. de doorgestoken brief (d.d. 27 Maart 1469, reg.13) hebben verkocht aan Heynrick die Bruyn en Jan Scoercap Jacopsz als gasthuismeesters te Hoensaet.

Afschrift in Inv. nr. 9 fo. 6v
Transfix brieff opten principalen brieff.

Wij Maes Claesz. ende Jacop vanden Velde, scepenen in Driell tugen dat ick Jacop voorss.
Joest ende Baken mijn twe gebroeders hebben vercofft ende opgedragen voir hondert
gouden gulden goet ende geve die wij gieden dat ons betaelt zijn den brieff dair
deesen tegenwoerdigen brieff doersteken is ende allet 't gehaut des brieffs als dair
inne geschreven steet Heijnrick die Bruyn ende Jan Scoercap Jacopsz. als gasthuys-
meysters des gasthuys des dorps van Driell erffelick the besitten. Ende ick
Jacop, Joest ende Baken voirsc. vertegen opten brieff ende op 't gehout des brieffs
voirsc. tot behoeff des gasthuys voersc. Wij gelooffden dair op doen the vertijen
alle die ghene die van onsser wegen dair op met recht verthijen sullen. Wij
gelooffden oick te waren van onsser wegen Heijnrick die Bruyn ende Jan Scoercap
voersc. als gasthuys meijsters voirsc. den brieff ende 't gehaut des brieffs voersc.
jaer ende dach als recht is tegen alle die ghene die then recht comen willen
ende van onsser wegen alle voirplicht aff the doen vanden selven. In oirconde
onser litteren. Gegeven int jaer ons Heren duyssent vierhondert twee ende
tachtentich opten sonnendach alssmen singt inder kercken letare.

potlood aantekening in marge: 1482
bron: Archief Gasthuisfonds Hoenzadriel; inv. nr. 9 (Cartularium), f.6v; regest 23
Transfix.
Hangt aan: 27-03-1469
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9
22-04-1482. 24. 1482 April 22. (des manendaichs nae dat men singet Misericordia Domini).
Aert Aert Egensszsoen en Maes Claesz schepenen in Driell oorkonden, dat Jacop van Lith Jansz voor 100 lb een hofstad heeft verkocht te Hoensaet tusschen Dirck Olifierssz en eertijds Oeyde, weduwe van Heynrick Udenssz en ... straten, aan Hanrick die Bruyn, die het land voor ... op sunte Bartholomeus aposteldag weder in thijns heeft teruggegeven.

Afschrift in Inv. nr. 9 fo. 4 N.B. Doorgehaald en goeddeels uitgewischt.
Doorgehaald, met een grote vlek inkt erop en goeddeels uitgewist

Wij Aert Aert Egenssz. soen ende Maes Claess. scepenen in Driell tugen dat voir
ons comen is Jacop van Lith Janss. ende heefft vercofft ende opgedragen voer hondert
pont gever penningen die hij gieden dat hem betaelt zijn een hoffstadt met alle hoer
potinge ende toebehoren gelegen inden gericht van Driell te Hoensaet tusschen Dirck
Olifierssoen aen d'een sijde ...... behor?en plach Oeyde
die wijff was Heyndrick ...... h?oeft met
zijnre dijck inde Soeslage ...... gewin ende
verlies Heijnrick die Bruyn ...... sonder thijns
uutgenomen den ...... gelosten
Abram inder ...... erffe-
licken ...... goet voorss.
met hoeren dijck zoe ...... op doen
the vertijen alle die ...... gelooffde
oick the waeren Hanrick ...... verlies
voersc. jaer ende dach ...... willen
ende alle voir...... zijns voerss.
van welcken ...... voirsc.
Hanrick die ...... gesciet
waer doen ...... dijck
zoeslagen ......
voersc. ......
goet ende ......
...... alle jaer voer drie
ende ...... aff payment daer voer
als voersc. ...... Sunte Bartelomeus apostel de
voersc. off ...... voersc. nyet betaelt en
waren soe ...... weken naestvolgende
een peen van ...... welcken peen t'samen
mitten thijns ...... Henrick die Bruyn ...... uut den voersc.
goede myt zijn ...... soesslagen gewin ende verlies voersc. zall mogen
verhalen wa...... hij's nyet langer en zal willen beijden. In
oirkonde onser litteren. Gegeven int jaer ons Heeren dusent vierhondert twe
ende tachtentich des manendaichs nae dat men singet misericordia domini.
Trnassport opten voersc. brieff hier na volgende.

marge aantekening in potlood: 1482.
bron: Archief Gasthuisfonds Hoenzadriel; inv. nr. 9 (Cartularium), f.4; regest 24
Transfix.
Aanhangend: 20-04-1483
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9
20-04-1483. 25. 1483 April 20 (opten sonnendach ... Jubilate).
Aert Aert Egensszsoin en Maes Claes schepenen in Driell oorkonden, dat Heynrick die Bruyn voor 50 schilden de doorgestoken brief (d.d.22 April 1482, reg.24) heeft verkocht aan Jan Scoercap Jacopsz t.b.v. het gasthuis te Hoensaet.

Afschrift in Inv. nr. 9 fo. 4v, N.B. doorgehaald.
doorgehaald

Wij Aert Aert Egenss soin ende Maes Claess. scepenen in Driell tugen dat
voer ons comen is Heijnrick die Bruyn ende heefft vercofft ende opgedragen
voer vijfftich pont gever penningen die hij giede dat hem betaelt zijn de
brieff daer deesen tegenwoerdige brieff doer steken is ende alle 't gehoudt
des brieffs als daer in gescreven steet Jan Scoercap Jacopss. tot behoeff
des gasthuyss van Driell ewelicken the besitten. Ende Hanrick die Bruyn
voersc. verteech opten brieff ende op 't gehoudt des brieffs. Hij gelooffde
daer op doen the vertijen alle die ghene die van sijnen wegen daer op
met recht vertijen zullen. Hij geloeffde oick te waren van zijnre wegen
Jan Scoercappe voersc. tot behoeff des gasthuys voersc. den brieff
ende 't gehaudt des brieffs voersc. jaer ende dach als recht is tegen alle
die gene die then recht comen willen. Ende van zijnre weghen
alle voirplicht aff te doen vanden selven. In oirkonde onser litteren.
Gegeven int jaer ons Heren dusent vierhondert drie ende tachtentich
opten sonnendach alssmen singt inder kercken jubilate.
bron: Archief Gasthuisfonds Hoenzadriel; inv. nr. 9 (Cartularium), f.4v; regest 25
Transfix.
Hangt aan: 22-04-1482
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9
22-02-1484. 26. 1484 Februari 22 (op sunte Peters dach ad Cathedram) Jan Spierinck van Wel en Jan Bock schepenen in Driell oorkonden, dat Claes Jans Raetszoin voor 40 goudgld. de doorgestoken brief (d.d. 14 Nov. 1468, reg.12) heeft verkocht aan Heynrick die Bruyn en Jan Scoercap Jacopssoin als gasthuismeesters te Hoensaet.

Afschrift in Inv. nr. 9 fo. 5v.
Transfixi brieff

Wij Jan Spierinck van Wel ende Jan Bock scepenen in Driell tugen
dat voer ons comen is Claes Jans Raetssoin ende heefft vercofft ende op-
gedragen voir veertich gouden gulden goet ende gheve die hij giede dat
hem betaelt sijn dye brieve daer deesen tegenwoerdigen brieff doersteken
is ende alle 't gehout der brieve als daer inne geschreven steet Heijnrick
die Bruyn ende Jan Scoercap Jacopssoin als gasthuys meysters inder
tijt des gasthuys des dorps van Driell tot behoeff des gasthuys voorss.
erffelick the besitten. Ende Claes voersc. verteech op die brieve
ende op't gehaut der brieve voersc. Hij gelooffde daer op doen the ver-
thijen alle die ghene die van zijnre wegen daer op met recht vertijen
zullen. Hij gelooffde oick te waren van sijnre wegen Heijnrick die
Bruyn ende Jan Scoercap als gasthuyss meysters voersc. tot behoeff
des gasthuys voirsc. die brieve ende 't gehout der brieve voirsc. jaer
ende dach als recht is tegen alle die ghene die then rechte comen willen.
Ende van sijnre wegen alle voerplicht aff the doen vanden selven.
In alsulcker manieren ende uyt alsulcker vorwaerden toegedaen als
off't saick wert dat den thijns die inden principalen brieff daer desen
brieff doersteken is geschreven ende begrepen steet, den voirsc. gasthuys
tot enyger tijt met enigen rechte ontwijst off affgewonnen worde ende dat
dat nyet toe en q? wanneer? van wegen des gasthuys voirsc. dan soe ge-
loeffde Claes voirsc. Heijnricj die Bruyn ende Jan Scoercap Jacopss. als gasthuys
meysters voirsc. tot behoeff des gasthuyss -meyst- voersc. veertich rijnsche
gulden tweijntich witte stuivers in tijt der betalinge voirden rijnsche
gulden voirsc. goet ende gheve off ander goet payment in gelijker
werde daer voer bynnen enen vierendeel jairs naestvolgende de dach der
ontwisinge off affwinninge voirsc. den voersc. gasthuys tot onsser
landtrecht the betalen als voer 't gebreck der waerscappe des thijns
voersc. In oirconde onser litteren. Gegeven int jaer ons Heren dusent vierhondert
vier ende tachtentich op Sunte Peters dach apostel ad Cathedram.
bron: Archief Gasthuisfonds Hoenzadriel; inv. nr. 9 (Cartularium), f.5v; regest 26
Transfix.
Hangt aan: 14-11-1468
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9
10-04-1485. 27. 1485 April 10 (Sonnendaichs nae S. Ambrosiusdach)
Jan Spierinck van Wel en Waltgaert Egenssoin schepenen in Driell oorkonden, dat Willem Loiffsoin voor 100 lb de Westelijke helft van huis en hofstad te Hoensaet heeft verkocht tusschen hemzelf en de straat en tusschen Jacop van den Velden en de straat, aan Heynrick die Bruyn en Jan Scoercap Jacopsz als gasthuismeesters te Driell, die dit goed voor 1 Rijnschen gulden 's jaars weder in thijns hebben teruggegeven.

Afschrift in Inv. nr. 9 fo. 8.
Wij Jan Spierinck van Wel ende Waltgaert Egens soin scepen in Driell
tuygen dat voir ons comen is WIllem Loiffsoin ende heefft vercofft ende opgedragen
voir hondert pont gever penningen die hij giede dat hem betaelt sijn die een helfft
van eene helffte van ene huysse ende hoffstadt met alle sijne tymmeringe
potinge ende toebehoren gelegen inden gericht van Driell tot Hoensaet tusschen
Willem voirsc. aen d'een sijde ende die gemeijn straet aen d'ander zijde streckende
mytten eenen eijnde op Jacop vanden Velde ende mitten anderen eijnde oick op de
gemeijn straet. Wolcke helffte dess huysse ende hoffstadt met alle zijnre tym-
meringe potinge ende toebehoren voirss. gelegen is aen die westen zijde der
alinger hoffstadt voirsc. nederwaart, Heijnrick die Bruijn ende Jan Scoercap Ja-
copss. als gasthuyss meijsters indertijt des gasthuyss des dorps van Driell ende
tot behoeff des gasthuys voirsc. in eenen eijgendom sonder dijck ende sonder thijns
erffelick the besitten. Ende Willem Loeffss voersc. verteech op die een
helffte dess huyss ende hoffstadt met allen sijnen tymmeringe potinge ende
toebehoren voersc. -jaer ende dach- hij gelooffde daer op doen the verthijen alle
die ghene die daer op met recht verthijen, hij gelooffde oick the waren Henrick
die Bruyn ende Jan Scoercap als gasthuyssmesters voersc. ende tot behoeff des gasthuys
voirsc. die een helffte des huyss ende hoffstat met alle sijnen tymmeringe potinge
ende toebehoren voersc. jaer ende dach als recht is tegen alle die ghene die then recht
comen willen. Ende alle voirplicht aff te doen vanden selven. Doen dit
geschiet was doen gaven weder over Heijnrick die Bruyn ende Jan Scoercap als
gasthuyssmeijsters voersc. ende van namen ende van wegen des gasthuyss voersc.
dit goet voirsc. Willem Loeffzoin in eenen erffelicken thijns the besitten voer enen
Rijnsche gulden XX witte stuver in tijt der betalinge voirden Rijns gulden voirsc. goet ende
geve off ander goet paijment in gelijker weerden daer voer opten paeschdach
naestcomende. Ende daer nae voert alle jaer voer eenen Rijnsche gulden als voorsc.
steet erffelicx thijns off payment daer voer als voersc. is jaerlicx opten paesch-
dach den gasthuyss meijsters des gasthuyss voersc. altoes inder tijt zijn ewelicken
the betalen. Welcken thijns voirsc. off he alle jaer opten termijn der betalinge
voersc. nyet betaelt en were, soe soude dan daer op wassen ende gaen alle weken
naestvolgende eenen pene van enen halven stuiver, welcken peene tsamen mytten thijns
voersc. die gasthuyss meijsters inder tijt des gasthuyss voersc. uuth die helfft
des huys ende hoffstat met alle sijn tymmeringe ende potinge ende toebehoren
voersc. sullen mogen verhalen wanneer dat zij's nyet langer en sullen willen
beijden. In oirconde onser litteren. Gegeven int jaer ons Heeren M CCCC LXXXV des
sonnendaechs nae Sunte Ambrosius dach.
bron: Archief Gasthuisfonds Hoenzadriel; inv. nr. 9 (Cartularium), f.8; regest 27
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9
11-04-1485. 28. 1485 April 11 (des Manendaichs nae S. Bartholomeusdach),
Aert Aert Eghenszssoin en Jan Spierinck van Well schepenen in Dryell oorkonden dat Bessell, weduwe van Jan van Gestel Bakenssz voor hun beider ziel aan Heynrick die Bruyn Janssz t.b.v. het gasthuis de helft heeft geschonken van een thijns van 90 Rijnsche gld., die zij had uit 1 m. lands te Hoensaet van Gherit Aertsz, tusschen Dirck van Buesechem en Eghen Buydewijn Wouterszsoin, mits daarvan niet meer gebeurd wordt dan 25 stv. 's jaars.

Oorspr. Inv. nr.20, met het zegel van den tweeden oorkonder; het andere verloren.
Afschrift in Inv. nr. 9 fo. 8v.
Wij Aert Aert Egenss soin ende Jan Spierinck van Well scepenen in Driell tugen
dat voer onss comen is Bessel die welneer wijff was Jan van Gestell Bakenss. met
horen gecoren momber ende heefft puerlick om goedts willen ende om salicheijt wil
horen zielen ende om salicheijts wil hoers man ziell Jans van Gestell voirss.
saliger gedachten gegeven ende gemaect Henrick die Bruyn Janss. tot behoeff des
gasthuys des dorps van Driell die een helffte van twe gouden rijnse gulden
erffelix thijns die Bessel voersc. jaerlicx met recht pleech te heffen ende te
bueren uyth eenen mergen lants gelegen inden gericht van Driell tot Hoensaet
tusschen Dirck van Bosichum aen d'een zijde, ende Egen Buydenwijn Wou-
terss. aen d'ander zijde gelijck als dien scepen thijns brieff van Driell dat volco-
melicker begrijpt ende inhelt die vanden alinge thijns voersc. gemaect is.
Met vorwaerden toe gedaen dat die gasthuyssmeijsters indertijt des gasthuys
voersc. jaerlicx nyet meer buerenen sullen van Gherit Aertss. die den thijns
voersc. sculdich is dan XXV currente stuiver in tijt der betalinge voerden gulden voirss.
off ander goet payment in gelijcker weerden daer voer. Dit supscriptum
voerden gulden voirsc. loven wij. In oirconde onser litteren. Gegeven int jaer
ons Heren M CCCC LXXXV des manendaichs nae Sunte Bartelomeus dach.
omschrijving in de inventaris:
20. Acte waarbij Bessell, weduwe van Jan van Gestell Bakenszoon aan het gasthuis te Hoenza-Driel overdraagt de helft van een tyns uit een morgen land aldaar ten bedrage van 25 stuivers 's jaars, 1485. 1 charter.
bron: Archief Gasthuisfonds Hoenzadriel; inv. nr. 20, en inv. nr. 9 (Cartularium), f.8v; regest 28
NB. deze transcriptie is gemaakt aan de hand van het cartularium. De bewaard gebleven oorkonde is nog niet ingezien.
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9
23-11-1485. 29. 1485 November 23 (op zunte Clemens dach paus).
Aert Aert Egensz soin en Jan Spierinck van Wel schepenen in Driell oorkonden, dat de gezworen bode in Boemelrewert 17 h. lands heeft laten veilen op 17 Sept. (op sunte Lamberts dach bisscop) van Wouter Heymericxsz of wie ook, in Driell op de Gheerden, tusschen N. het H. Geestaltaar in de kerk te Driel, W. het gericht van Hedell en O. Wouter Heymericxsz voornoemd, wegens een thijns van 4 gouden overl. rijnsgld. 's jaars, schuldig aan Henrick die Bruyn en Jan Scoercap als gasthuismeesters, waarop het na afkondiging t.b.v. de gasthuismeesters Henrick die Bruyn en Claes Claes Sterckensz is verkocht aan Egen Claes Egenszsoin.

Afschrift in Inv. nr. 9 fo. 9v.
Wij Aert Egenss soin ende Jan Spierinck van Wel scepenen in Driell tugen dat voir
comen is die gesworen bode ons heeren van Gelre in Boemelreweert ende heefft gegiet
dat hij gemaent heefft van wegen des gasthuyss des dorps van Driell Wouter Heij-
mericxss. off zoe wie dat met recht besitter is van soventien hont lants gelegen
inden gericht van Driell op die gheerden tusschen erffenis des Heijligen Geest
altair gesticht in der kercken van Driell op zijde noortwaart ende 't gericht van Hedell
aen d'ander zijde streckende mitten eenen eijnde oostwaart op Wouter Heijmericxss.
voirsc. ende mitten anderen eijnde opt gericht van Hedell voirss. van thijns drie
gouden overlensche rijnsche gulden goet ende geve ende van peen die daer op met
recht gewassen ende gegaen is die den gasthuys voersc. onthouden is ende
nyet betaelt en is. Welcken thijns mit zijnre peen voirsc. men jaerlicx is
sculdich ende myt recht te betalen pleecht den gasthuys voersc. uut den
lande voerss. gelijck als die scepen brieff van Driell dat volcomelicker be-
grijpen ende inhouden die wij daer op gemaect gesien hebben. Daerna tugen
wij dat wij daer over geweest hebben daer Heijnrick die Bruyn Jansz. ende
Jan Scoercap Jacopss. als gasthuys mesters des dorps voirss. ende van namen
ende van wegen des gasthuys voerss. gericht sijn overmits den gesworen
richter ons heeren van Gelre in Boemelreweert tot allen recht in dit lant
voerz. dat inder enonge ende inden gericht van Driell gelegen is als voerden
thijns ende peen voerss. die den gasthuys voersc. onthouden is ende nyet betaelt
en is. Des vraichden ons die richter voersc. wat dat Henrick die Bruyn
ende Jan Scoercap als gasthuys meesters metten voerss. lande met recht sculdich
te doen weren. Daer op wijssden wij dat men dat lant voersc. verbieden
sall als recht is ende daer nae soe sullent Heijnrick ende Jan Scoercap als
gasthuysmesters voirsc. vercopen tot onser lantrecht. Dit gesciede int jaer
ons Heeren duysent CCCC LXXXV op Sunte Lamberts dach bisscop. Daer nae
wij scepenen voirsc. tugen dat voir ons comen is die gesworen bode voersc. ende heefft
gegiet dat hij verboden heefft als recht is drie sonnendaiche ter rechter
missen tijt inder kercken van Driell dat lant voersc. dat inden gericht van
Driell gelegen is dat dat the vercopen wert overmits Henrick die Bruyn ende
Jan Scoercap als voerden thijns voersc. ende peen voerss. die den gasthuys voorss.
onthouden is ende nyet betaelt en is. Daer na tugen wij dat voer ons comen -is-
sijn Henrick die Bruyn ende Claes Claes Sterckenss. als gasthuys mesters des
gasthuys voersc. ende van namen ende van wegen des gasthuys voersc. ende hebben
vercoft na alle formen ende manieren gelijck als ons lantrecht eijscht ende wijst
dit lant voersc. dat inden gericht van Driell gelegen is ende dat aldaer inder kerc-
ken van Driell verboden is als recht is ende datmen aldaer sculdich is ende met recht
te -betalen- pleecht verbieden Egen Claes Egenss soin voerden tijns ende pene voorss.
te hebben ende the besitten beheltelicken den gasthuys voirsc. zijns thijns.
ende peens voersc. ende sijnre scepen brieffe van Driell daer op gemaect voersc. hem
den voersc. thijns ende peen nae ingehout dier scepen brieve voersc. vanden
toecomende termijnen daer mede noch te mogen innen ende ?beum??, die rasuer
't gericht ende die superscriptie is approberen ende loven wij. In oirconde onser
litteren. Gegeven int jaer ons Heeren duyssen vierhondert LXXXV op
Sunte Clemens dach paus.
bron: Archief Gasthuisfonds Hoenzadriel; inv. nr. 9 (Cartularium), f.9v; regest 29
Transfix.
Aanhangend: 24-11-1485
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9
24-11-1485. 30. 1485 November 24 (des anderen daichs nae sunte Clemens dach Paus).
Aert Aert Egenszsoin en Jan Spierinck van Wel schepenen in Driel oorkonden, dat Egen Claes Egensszsoin voor 10 lb de doorgestoken brief (reg.29) heeft verkocht aan Heynrick die Bruyn t.b.v. het gasthuis van Driell.

Afschrift in Inv. nr. 9 fo. 10.
transfix brieff opten coop

Wij Aert Aert Egenss soin ende Jan Spierinck van Wel scepenen in Driell
tugen dat voer ons comen is Egen Claes Egenss. soin ende heefft vercofft ende
opgedragen voer thien pont gever pennongen die hij gieden dat hem betaelt
zijn den brieff daer deess tegenwoerdigen brieff doersteken is ende alle 't gehout
des brieffs als daer inne geschreven steet Heijnrick die Bruyn tot behoeff des
gasthuys des dorps van Driell erffelick te besitten. Ende Egen voerss. verteech
opten brieff ende op 't gehoudt des brieffs voerss. tot behoeff des gasthuys voorss. Ende
hij geloeffde oick van sijnre wegen alle voerplicht aff te doen vanden selven.
Ende dit vertich ende deese gelooffte voersc. heefft oick ontfangen Claes Claes
Sterckenss. tot behoeff des gasthuys voerss. in alre manieren gelijck als daer aff
voersc. steet die supscriptien tot behoeff approberen ende loven wij. In oirconde onser
litteren. Gegeven int jaer ons heeren duysent CCCC LXXXV des anderen daichs
nae sunte Clemens dach Paus.
bron: Archief Gasthuisfonds Hoenzadriel; inv. nr. 9 (Cartularium), f.10; regest 30
Transfix.
Hangt aan: 23-11-1485
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9
19-02-1486. 31. 1486 Februari 19 (opten Sonnendach alss men singet in der kercken Reminiscere).
Gerit Sandersz en Hermen die Bie Hermensz schepenen in Driell oorkonden, dat de gezworen bode Henrick die Bruyn en Claes Claes Sterckensz als gasthuismeesters des dorps van Driell heeft ingezet in 17 h. lands te Driell op de Geerden.

Afschrift in Inv. nr. 9 fo 10.
marge: NB
Insettinge opten coop

Wij Gerit Sanderss. ende Hermen die Bie Hermenss. scepenen in Driell tugen dat wij daer
over geweest hebben daer nae onsse vonnis overmits den gesworen richter ons heren
van Gelre in Bommelreweert Henrick die Bruyn ende Claes Claes Sterckenss.
als gasthuys mesters indertijt des gasthuys des dorps van Driell ende van namen
ende van wegen des gasthuys voersc. nae ingehout zijnre scepen gericht brieff ende
coop brieff van Driell ingeseth sijn tot allen recht ruerende van soventien hont
lants gelegen inden gericht van Driell op die Geerden tussen erffenis des Heiligen
Geest altaers gesticht inder kercken van Driell ende Jacop vanden Velde aen
d'een zijde noertwaart ende 't gericht van Hedell aen d'ander zijde streckende
metten enen eijnde op Wouter Heijmericxss. ende mitten anderen eijnde op 't ge-
richt van Hedell voorss. Welck lant voerss. Egen Claess. Egenss. vercoft ende op-
gedragen heefft Heijnrick die Bruyn ende Claes Claes Sterckenss. als gasthuys mesters
voersc. ende tot behoeff des gasthuys voersc. gelijck die scepen brieff dat volcome-
licker begrijpt ende inhoud die daer op gemaect zijn. Ende die richter
voirsc. verboet voert eenen yegelicken den aenfanck vanden lande voerss. bij
zijnen lijff ende goede dat myemant zijn hande daer aen en sleege noch
hem des en onderwonde. Hij en dede dat van wegen des gasthuys voersc.
off hij en dede dat myt eenen beteren recht. In oirconde onser litteren gegeven
int jaer ons Heren duyssent -vijffhondert- vierhondert LXXXVI opten sonnen-
dach alssmen singet inder kercken reminiscere.

potlood aantekening in marge: 1486
bron: Archief Gasthuisfonds Hoenzadriel; inv. nr. 9 (Cartularium), f.10; regest 31
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9
19-11-1496. Akte van 19 november 1496 waarbij schepenen te Driel uitspraak doen inzake de eigendom van de Wolfsweerdt te Hoensaet met de aanwas.
Afschrift (c. 1600) in inventarisnummer 3020/1144, 2e ged., fol. 34.
Datering: Anno 1496 op Sunte Elisabeths dach.
Was regest 79 in de gedrukte inventaris van Van de Ven.

bron: regionaalarchiefrivierenland.nl
inventaris 3020 Archieven van de stad Zaltbommel, (1293) 1327 - 1815
inv. nr. 1144
Transfix.
Aanhangend: 24-11-1517
Bron: Overigen, inv. 1144
10-10-1498. Egen dye Bye Dircxs en Gerit van Avezaet schepenen in Driell oorkonden dat Jacop Morinck en Jan Moll voor 200 gulden hebben verkocht aan Jacop Tengnagell 1 1/2 morgen lands te Oenzel tussen N. heer Jan die Guede, priester, Z. het gasthuis van Boemell en van de koper tot de straat en dat Jan van Echtelt heeft beloofd de koop te waren.
Wij Egen die Bye Dircxsen ende Gerit van Avesaet scepenen in Driell tugen, dat voir ons comen sijn Jacop Morinck ende Jan Moll, ende hebben vercoft ende opghedragen voir twee hondert gouden gulden, goet ende geve, die sij gieden dat hemluijden betaelt sijn, anderhalven mergen lants gelegen in den gericht van Oenzell tussen heeren Jan die Guede priester aen die een zijde noertwaert ende dat Gasthuijs tot Boemell aen die ander zijde, streckende mitten enen eijnde op Jacop Tengnagell ende mitten anderen eijnde op die ghemeijnen straet, Jan van Echtelt tot behoeff Jacop Tengnagels voirsz. in enen eijgendom mit alsulcken dijck als daer mit recht toebehoert ende sonder tijns erflijck te besitten. Ende Jacop Morinck ende Jan Moll voirscreven vertegen op die lant voirsz., sij geloefde daerop doen te vertijen alle dieghene die daerop mit recht vertijen sullen, ende geloefde oeck te waren Jan van Echtelt voirsz. tot behoeff Jacop Tengnagels dit lant voirsz. jaer ende dach als recht is tegen alle dieghene die ten recht comen willen, ende alle voirplicht aff te doen van denselve sonder den dijck voirsz. In orconden onser litteren gegeven int jaer ons heren dusent vier hondert acht ende tnegentich op Sunte Victoersdach.
Met fragment van het zegel van de tweede oorkonder.
Bron: Heerlijkheid IJzendoorn, inv. 396
11-11-1499. 32. 1499 November 11 (op sunte Martens dach inden wynter)
Aerndt Jansz van Hencxstum en Korsten Claes Aertsz schepenen in Driell oorkonden, dat de gezworen bode in Bomelrewert uit naam van Jan Spierincx van Well den alden en Dirck Welm Loeffsz als gasthuismeesters in Driell heeft gepand aan 1 1/2 m. lands aldaar in den Geer tusschen N. Jan Spierinck voornoemd en Z. Jacop van den Velde om 2 gouden Wilhelmus schilden, op 30 Sept. 1498 (sond. na S. Michielsdach), waarop Aernt Jansz van Hencxtum en Engbert Aert Egensz schepenen in Driell hebben getuigd, dat de bode zulks heeft afgekondigd en het land is toegewezen aan Aelbert Scoercap, behoudens het gasthuis zijn recht.

Afschrift in Inv. nr.9 fo. 15.
marge: NB
Wij Aerndt Janss. van Hencxstum ende Korsten Claes Aertss. scepenen in
Driell tugen dat voer ons comen is die gesworen bode ons heren van Gelre
in Boemelreweert ende heefft gegiet dat hij gepant heefft als recht is
van wegen Jan Spierincx van Well den alden ende Dirck Welm Loeffss. als
gasthuyss meijsters inder tijt des gasthuys tot Driell ende van namen
ende van wegen des gasthuyss voersc. aen anderhalffen mergen lants
gelegen inden gericht van Driell inden Geer tussen Jan Spierinck voersc.
aen d'een sijde noortwaart ende Jacop vanden Velde aen d'ander zijde off tussen
alle den ghenen die daer omme met recht naest lant gelegen zijn van
thijns twe gouden gwilhelmus schildt goet ende geve off ander goet
payment daer voer in gelijcker weerden die Jan Spierinck ende Dirck Wil-
lemss. voersc. als gasthuys meesteren voersc. onthouden is ende nyet betaelt en
is. Welcken thijns voersc. men jaerlicx sculdich is ende met recht te betalen
pleecht den gasthuyss off den gasthuys mesters inder tijt gasthuys meesters we-
sende uuth den lande voersc. ende alle't zoe verre alst ons lantrecht
vermach. Dit geschiede int jaer ons Heere duyssent -vijffh- vierhondert
acht ende tnegentich opten sonnendach nae Sunte Michiels dach.
Daer nae wij Aernt Janss. van Hencxstum ende Engbert Aert Egenss.
scepen in Driell tugen dat voer ons comen is die gesworen bode voersc.
ende heefft gegiet dat hij verboden heefft als recht is drie sonnendaich ther
rechter missen tijt inder kercken van Driell dit lant voirss. dat inden
gericht van Driell gelegen is dat dat the vercopen was overmits Jan Spierinck
ende Dirck Wilhemss. als gasthuys meesters voersc. als voirden thijns voorsc.
die hem luden als gasthuys meesters voersc. onthouden is ende nyet betaelt
en is. Daer nae tugen wij dat voer ons comen is Jan Spierinck ende Dirck
Wilhemss. voersc. als gasthuys meesters voersc. ende van namen ende van wegen
des gasthuyss voersc. ende hebben vercoifft na alle formen ende manieren
gelijck als ons landtrecht eijscht ende wijst dit lant voersc. dat inden
gericht van Driell gelegen is ende dat aldaer inder kercken ende datmen aldaer
sculdich is ende met recht te verbieden pleecht Aelbert Scoercap voerden
thijns voersc. te hebben ende the besitten, beheltelick den gasthuys voersc.
zijns thijns voersc. voert aen the heffen ende the bueren uuth den lande voorss.
ende allet voirsc. oick also verre alstons landtrecht vermach. Inne
oirconde onsser litteren. Gegeven inden jaere ons Heeren duysent
vierhondert negen ende tnegentich op Sunte Martens dach inden wynter.

potlood aantekening in marge: 1499
bron: Archief Gasthuisfonds Hoenzadriel; inv. nr. 9 (Cartularium), f.15; regest 32
Transfix.
Aanhangend: 12-11-1499
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9
12-11-1499. 33. 1499 November 12 (des anderen daichs na sunte Mertens dach).
Aernt Jansz van Hencxtum en Engbert Arnt Egenszsoen schepenen in Driell oorkonden, dat Aelbert Scoercap voor 10 schellingen de doorgestoken brief (reg.32) heeft overgedragen aan Jan Spierinck den alden van Well en Dirck Willem Loeffzoin als gasthuismeesters.

Afschrift in Inv. nr. 9 fo 16.
Transfixibrieff opten principalen brieff

Wij Aernt Janss. van Hencxstum ende Engbert Arnt Egenss soen scepenen
in Driell tugen dat voer ons comen is Aelbert Scoercap ende heefft vercofft
ende opgedragen voer thien scillinge gever pennongen die hij giede dat hem
betaelt zijn den brieff daer den tegenwoerdigen brieff doer steken is ende
alle 't gehoudt des brieffs als daer inne geschreven steet Jan Spierinck
den alden van Weell ende Dirck Willem Loeffzoin als gasthuys meesters
inder tijt des gasthuyss tot Driell tot behoeff des gasthuys voerz. erffelick
the besitten. Ende Aelbert Scoercap voersc. verteech opten brieff ende
op 't gehoudt des brieffs voersc. tot behouff des gasthuys voersc. Ende
hij gelooffde oick van zijnre wegen alle voerplicht aff t'doen vanden
selven. Ende dit vertich ende dese gelooffte voirz. hebben oick ont-
fangen Jan Spierinck ende Dirck Wilhemss. voersc. als gasthuys mesters tot be-
hoeff des gasthuys. In oirkonde onzer litteren. Gegeven inden jaere
ons Heeren duyssent vierhondert negen ende tnegentich des andere
daichs nae Sunte Mertens dach.

potlood aantekening in marge: 1499
bron: Archief Gasthuisfonds Hoenzadriel; inv. nr. 9 (Cartularium), f.16; regest 33
Transfix.
Hangt aan: 11-11-1499
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9
23-12-1501. Johan van Rossem en Henrick Jansz van Dryell schepenen in Dryell oorkonden dat Everit van Doern Hubertsz de Heerlairsche tiende te Rossem in erfpacht heeft gegeven aan Ot van Dryell t.b.v. het zusterhuis van sunte Marien te Rossem, m.i.v. kerstdag. Zijn vader Hubert en zijn broer Hendrick van Doern zijn hier van borgen.
Met de geschonden zegels van de oorkonders (1. als Rossem; 2. dubbele adelaar, Rs. Henrici ...... Looi).
Regest uit de aantekeningen van Mr. Rueb, nr. 56 + gegevens van Spaen.
Bron: Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv. 1904
09-01-1502. schepenen Dirck Dirck Gijsbertss. en Dirck Dirck Andriess. te Driel.
Henrick Goertss. belooft een tijns van anderhalve gouden rijns gulden aan
Ghijsbert van Gent Wilhemss. tot behoeff van heer Huychman uuten Weerdt priester canonick te Zaltbommel
doorgehaalde akte
Wij Dirck Dirck Gijsbertss. ende Dirck Dirck Andriess.
scepenen in Driell tugen dat Henrick Goertss. heeft geloeft
Ghijsbert van Gent Wilhemss. tot behoeff heeren Huych-
mans uuten Weerdt priester canonick tho Zaltboemell
anderhalven gouden rijnsche gulden goet ende geve twee
hoerns gulden postulaers voer elcken gulden voirss. goet
ende geve off ander goet payment daer voer in gelijker
weerde op onser liever vrouwen lichtmis dach
naestcomende ende dair nae voert alle jaer euwelicken
then euwigen dage anderhalven gouden rijnsche gulden
als voirss. staen off payment dair voir als voirss.
steet den voirss. Gijsbert van Gent Willemss tot behoiff
heeren Huychmans voirss. alle jair euwelicken op onser
liever vrouwen lichtmis dach voirss. tot onser lantrecht
the betalen. Ende oft zaick weert dat Hanrick Goertss.
voirss. die voirss. anderhalff gouwen rijnsche gulden
nyet en betaelde opten termijn der betalinge voirss. soe
soude dan daer op wassen ende gaen alle weken dairnae
volgende eenen peene van eenen stuver current
welcken peene Hanrick Goertss. voirss. oick gelooft
Gijsbert van Gent voirss. tot behoeff heeren Huychmans
voirss. euwelicken tot onsen lantrecht the betalen. Met
vorwaerden voirt toegedaen dat Hanrick Goertss. voorss.
die voirss. anderhalven gouwen gulden vanden voorss.
heeren Huychman op enige onser liever vrouwen licht-
mis dach then euwigen dagen sall mogen vrijen quijten
lossen ende affleggen myt tweijntichsten halven gouden
rijnsche gulden als voirss. staen off payment daer voer
als voirss. steet in oirconde onser litteren. Gegeven int
jair ons Heeren duysent vijff hondert ende twee des
sonnendaichs nae darthien dach.
dertiendag = 6 jan. is in 1502 op donderdag
dus zondag daarna is 9 januari
bron: Gelders Archief,
Cartularium van het Gasthuis van Frederik Moliaert aan het Kerkhof te Zaltbommel, 1395-1566.
handschriftenverzameling, archiefblok 0508
inv. nr. 440
Transfix.
Aanhangend: 01-12-1512
Bron: Overigen, inv. 440 (f.10)
30-11-1505. 34. 1505 November 30 (des sonnendaichs nae sunte Clemens dach).
Egen Dircxsz en Jan die Sterck Baukensz die oude schepenen in Driell oorkonden, dat Egen Sander Egensz aan Lambert Sander Egensz 1 gouden Rijnsgld. of 25 Bossche stv. thijns heeft beloofd op Kerstdag uit zijn huis en hofstad te Driell in Martwijck tusschen Gherit Peterssz en Egen Sandersz zelf en van straat tot straat.

Afschrift in Inv. nr. 9 fo. 6v.
Wij Egen Dircxss. ende Jan die Sterck Baukenss. die Oude scepenen in Driell tugen
dat voer ons comen is Egen Sander Egenss. ende heefft geloofft Lambert Sander
Egenss. thijns eens gouwen rijnsche guldens off vijff ende tweijntich bossche
stuvers voerden gouwen gulden voirsc. opten Heiligen Korssdach naestcomende over
een jair. Ende daer nae voert alle jaer enen gouwen philips gulden erffelicx thijns
off payment daer voer als voirsc. steet den voirsc. Lambert alle jaer opten
Heijligen Korssdach 't welicken the betalen ende heffen ende the bueren uuten
eenen huysse ende hoffstadt met alle hoere tymmeringe potinge ende
toebehoren gelegen inden gericht van Driell tot Martwick tusschenn
Gherit Peterss. aen d'een sijde ende Egen Zanderss. voersc. aen d'ander sijde
streckende vander gemeijnre straten op die gemeijne straet. Wolcken thijns voorsc.
off he alle jaer opten termijn der betalinge voirsc. nyet betaelt en worden
soe soude dair op dan wassen ende gaen alle weken daernaest volgende
eenen peen van enen halffen kaerlscen bingoensche stuver. Welcken peene
ende thijns Lambert voirsc. uuth den huysse ende hoffstat voirsc. sall mogen
verhalen wanneer dat hij's nyet langer beijden en sall willen. Ende Egen
Sanderss. voirsc. gelooffde den voersc. Lambert den thijns mytten pene voirsc.
euwelicken the waren uuth den huysse ende hoffstadt voirsc. tegen alle
die ghene die then rechte comen willen. Met alsucker vorwaerden voirt
toegedaen wanneer ende tot wat tijden dat Egen Zanderss. voirsc. geve
ende betaelde den voersc. Lambert op enyge Korssdach voirsc. darthien gouden
philips gulden off vijff ende tweijntich bossche stuver voer elcken gulden voersc.
soe sall alssdan daer en teijden deessen tegenwoerdigen brieff doot quijt
ende gelost zijn. In oirconde onsser litteren. Gegeven int jaer ons
Heeren dussen vijffhondert ende vive des sonnendaichs nae Sunte
Clemens dach.

potlood aantekening in marge: 1505
bron: Archief Gasthuisfonds Hoenzadriel; inv. nr. 9 (Cartularium), f.6v; regest 34
Transfix.
Aanhangend: 13-06-1508
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9
13-11-1506. 35. 1506 November 13 (des Vrijdaichs nae sunte Mertensdach in den wynter)
Korsten Claes Aertsz en Aert die Cock Adriaen Dulssz schepenen in Driell oorkonden, dat Sander Gerit Goertsz t.b.v. het gasthuis (vertegenwoordigd door Reyner Dirck Goertsz) afstand heeft gedaan van zijn lijftocht aan het goed van Heyle, vrouw van Ott Scaeper.

Afschrift in Inv. nr. 9 fo. 13v.
Wij Korsten Claes Aertss. ende Aert die Cock Adriaen Dulss. scepenen in Driell tugen dat
voer ons comen is Sander Gerit Goertss. ende heefft vertegen tot behoeff des gasthuys des
dorps van Driell op alsulcke lijfftocht als Sander voorss. heefft aenden goederen toebe-
horende Heijle die wijff was Ott Scaeper, ende Sander voorss. gelooffde oick van zijnre
wegen alle voerplicht aff the doen vanden selven. Dese vertichnis voersc. heefft ontfangen
Reijner Dirck Goertss. tot behoeff des gasthuys voerz. In oirconde onser litteren. Gegeven
int jaer ons Heren duyssent vijffhondert endesess des vrijdaichs nae Sunte Mertens-
dach inden wijnter.

potlood aantekening in marge: 1506
bron: Archief Gasthuisfonds Hoenzadriel; inv. nr. 9 (Cartularium), f.13v; regest 35
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9
11-06-1507. Wouter Dericksz en Engwaert Arntsz schepenen in Driel oorkonden dat Wember Woutersz voor 10 pond heeft verkocht aan Seger Jacopsz 1/6 van een kamp land, groot ca. 6,5 morgen, te Oensel op het Sant tussen O. de dijk, W. de straat, N. mr. Folpaert en Z. de koper.
Oensell. Seger Jacopssen te betalen X stuver.
Wij Wouter Dericksen ende Engbaert Arntssen scepenen in Driel tugen, dat voir ons comen is Wember Wouterssen ende heeft vercoft ende opgedragen voir thien pont gever penningen goet ende geve, die hij ghieden dat hem betaelt sijn, dat seste deel van enen camp lants haudende in groetten sovendalven mergen lants, off in alsulcke groetten als den camp voirscreven mit recht gelegen is in den gericht van Oensel op dat Sant mitten enen einde oestwaert opten dijck ende mitten anderen einde op die straet, meijster Folpaert ende Seger Jacopssen aen d’een sijde nortwaert, Seger Jacopssen enen eijgendom sonder dijck ende sonder thijns erfflijcke te besitten. Ende Wember voirschreven verteech op dat seste deel des lants voirscreven. Hij geloefden daerop doen te vertijen alle diegene die daerop mit recht vertijen sullen. Hij geloefden oeck te waeren dat seste deel des lants voirscreven den voirscreven Seger Jacopssoen jaer ende dach als recht is tegen alle diegene die ten rechte comen willen ende alle voirplicht aff te doen van denselven. Ende voerwaerde sunt voert toegedaen, off ’t saecke weer, dat dat seste deel des lants voirscreven den voirscreven Seger ontwaert, ontwust off affgewonnen wordden mit enningen rechten, dat dat nijet toe en queme vanwegen Segers voirscreven, dan soe gelast Wember voirschreven den voirschreven Seger vier ende tweintich Rijnsche gulden, tweintich currente stuvers, in der tijt der betalinge voer elcken gulden voirscreven binnen enen vierdel jaers naestvolgende den dach der ontwisinge off affwendinge tot onsen lantrecht te betalen als voer ’t gebreck der waerschappen des seste deel des lants voirscreven. In oirconde onser letteren gegeven int jaer ons heren dusent vijff hondert ende soven op Sunte Odulphusavont.
Zegels verloren.
Bron: Heerlijkheid IJzendoorn, inv. 397
13-06-1508. 36. 1508 Juni 13 (des Dincxdaichs nae den Pinxsdach).
Egen Egensz en Jacop Broeszsz schepenen in Driell oorkonden, dat Jut, weduwe van Lambert Zander Egensz om Gods wil de doorgestoken brief (reg. 34) heeft gegeven aan Gerit Ottensz en Jan Sandersz als gasthuismeesters t.b.v. het gasthuis te Hoensaet, mits daaruit jaarlijks een mis gelezen worde op het hoogaltaar in de kerk te Driell.

Afschrift in Inv. nr. 9 fo. 7.
Transfix brieff opten principalen brieff

Wij Egen Egenss. ende Jacop Broess. scepenen in Driel tugen dat voer ons comen is
Jut die welneer wijff was Lambert Zander Egenss. ende heefft puerlicken
simplicken om Gods will gegeven ende opgedragen den brieff daer deesen tegen-
woerdigen brieff doersteken is ende allen 't gehout des brieffs als dair in geschreven
steet Gerit Ottenss. ende Jan Sanderss. als gasthuys meijsters inder tijt des gast-
huyss des dorps van Driell gelegen tot Hoenzaet tot behoeff des gasthuyss
voersc. erffelicken the besitten. Ende Jut voirsc. verteech opten brieff
ende op allen 't gehout des brieffs voirsc. tot behoeff des gasthuys voirsc.
Sij gelooffde van oire wege daer op doen the vertijen alle die gene die met
recht daer op verthijen zullen. Sij gelooffde oick te waren van oire wegen
den voirsc. Gherit Otten ende Jan Zanderss. tot behoeff des gasthuyss voorss.
den brieff ende alle gehout des brieffs voirsc. jair ende dach als recht is
tegen alle die ghene die then recht comen willen ende alle voirplicht van
hoire wegen aff te doen vanden selven. Met alsulcke vorwaerde voert toe
gedaen als dat die gasthuys meijsters inder tijt des gasthuyss voersc. den thijns
die inden principalen brieff daer deesen tegenwoerdigen brieff doersteken is
geschreven ende begrepen steet jaerlicx hantreijken ende betalen zullen tot eere
singender missen vanden Heijligen Sacrament opten hogen altaer inder kercken
tot Driell ende dat Heilich Sacrament met eer s?tellen op ende aff te setten wanneer
ende tot wat tijden dat dair also veel rente voert meer toe gemaect ende gegeven
wordt daermede die misse voorss. jaerlicx mede omme? sall mogen doen singen gelijck voorss.
steet ende den gasthuys sall den thijns zo lange bueren ende heffen dan dair so veel renten
meer totter missen voirsc. gemaect werden aen erffrente. Ende waert saick
dat den thijns voirss. den gasthuys affgelost worden zo salmen dat gelt weder omme beleggen
aen renten ende des tot behoeff der missen in alre manieren gelijck voersc. steet die
supseri?pere is? love wij? goet. In oirconde onser litteren. Gegeven int jaer ons Heeren dusent
vijffhondert ende acht des dinxdaicks nae den pinxtdach.

potlood aantekening in marge: 1508
bron: Archief Gasthuisfonds Hoenzadriel; inv. nr. 9 (Cartularium), f.7; regest 36
Transfix.
Hangt aan: 30-11-1505
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9
31-03-1510. Egen Dircxsz. en Egen Egensz., schepenen te Driel, oorkonden dat Henrick Dielisz., als man en voogd over zijn vrouw Thijskens Jacopsdr. van Driel overgedragen heeft aan Henricx van Driel Jacopsz., een waard, gelegen in het gerecht van Driel. Int jair ons heren dusent vijffhondert ende thien des dinsdages na den sonnedach als men
singet in de heyliger kercken judica.
Inv. no. 460. Met het geschonden zegel van de eerste oorkonder en het gave zegel van de tweede oorkonder in groene was.
Nationaal Archief; archief van de familie Repelaer, 1496-1940, 1.10.70; inv. nr. 460; regest nr. 2
Bron: Overigen, inv. 460
01-12-1512. Aert Janss. van Henxstum en Wouter Dirckss. scepenen in Driell
doorgehaalde akte
marge: Transfixbrief
Wij Aert Janss. van Henxstum ende Wouter Dirckss.
scepenen in Driell tugen dat voir ons comenis heer
Huyghman uuyten Weerd priester ende heeft vercoft
ende opgedragen voir thien pont gever penningen goet ende
geve die hij giede dat hem betailt zijn den brieff daer
deesen brieff tegenwoerdich doersteken is ende allen 't gehout
des brieffs als dair inne geschreven steet heer meester
Folpairt priester tot behoiff des gasthuys geheyten Frerick
Moliairts gasthuys priester gelegen binnen Bommell opten
kerckhoff tegen den put erffelick the besitten. Ende heer
Huychman voirss. verteech opten brieff ende op allet 't ge-
houdt des brieffs voirss. Hij gelooffde -dan oick mede-
van sijnre wegen dair op doen the verthijen alle die
ghene die dair op met recht verthijen sullen. Hij ge-
looffden oick the waren van sijnre wegen den voirss.
meester -Roeloff- Folpaert tot behoiff des gasthuys voorss.
den brieff ende allen 't gehoudt des briefs voirss. jair ende
dach als recht is tegens alle den ghenen die then rechte
komen willen. Ende van zijnre wegen alle voirplicht
aff te doen vanden selven. In oirconde onser litteren.
Gegeven inden jare ons Heeren duysent vijffhondert
ende twelff op Sunte Eligius dach.
Sint Eligius = 1 december
Transfix.
Hangt aan: 09-01-1502
Bron: Overigen, inv. 440 (f.10v+11)
06-12-1513. Egen Dircxsz en Peter van Oever, schepenen in Driel, oorkonden dat Michgiel van Lonen {Loven?} en Peter Udensoen t.b.v. Seger Jacopsz afstand hebben gedaan van de helft van 7 morgen in Oensel op de Santcamp tussen O. de stroom, W. de straat.
Wij Egen Dircxsen ende Peter van Oever scepenen in Driel tugen, dat voir ons comen siin Michghiel van Lonen {Loven?} ende Peter Udensoen ende hebben vertegen op die een helfft van soven mergen lants gelegen in den gericht van Oensel op den Santcamp, streckende oestwaert op den stroem ende die ghemeijn straet westwaert tot behoeff Seger Jacopssen erfflijcke te besitten Michghiel ende Peter Udensz. geloefden oeck ellick van siinre alle voirplicht aff te doen vanden selven. In oirconde onser letteren gegeven int jaer ons heren dusent vijff hondert ende darttien op Sunte Nijcolaesdach biscop.
Met het zegel van de tweede oorkonder chatillon met en chef twee bezanten (of St. Jacobs schelpen?).
Bron: Heerlijkheid IJzendoorn, inv. 398
06-12-1513. Egen Dircxsen en Peter van Oever, schepenen in Driel, oorkonden dat Adriana van Boemel t.b.v. Seger Jacopsz afstand heeft gedaan van 1/6 deel van 7 morgen land te Oensel op de Santcamp, tussen stroom en straat.
Wij Egen Dircxsen ende Peter van Oever scepenen in Driel, tugen dat voir ons comen is Adriane van Boemel mit hoeren gecoren mommer, ende heeft vertegen op dat seste deel van soven mergen lants gelegen in den gericht van Oensel op den Santcamp, oestwaert streckende op den stroem ende westwaert op die ghemeijn straet van den alinge soven mergen voirscreven tot behoeff Seger Jacopssen erfflijcke te besitten ende Adriane vursz. geloefden oeck van hoiren wegen alle voirplicht aff the doen van denselven. In oirconde onser letteren gegeven int jaer ons heren dusent viiff hondert ende darttien op Sunte Nijcolaesdach biscop.
Met de geschonden zegels beider oorkonders. E.D.: doorsneden, a. penningen of vierkantjes 3-2, waarvan boven her. links door het ontbreken van dat gedeelte onzeker; b. effen. Het schild lijkt voorzien van zes balken (?) & penningen aan weerszijden van de tweede balk.
Bron: Heerlijkheid IJzendoorn, inv. 399
15-02-1514. schepenen Peter van Oever en Egen de Ghier
bovenschrift: Oensell

marge: ...weert, 1514

Wij Peter van Oever ende Egen de Ghier scepen in Driell tugen dat voir ons komen is
Robbert van Heerlair ende heefft vercofft ende opgedragen voir vijfftich pont gever penninge
goet ende geve die hij gieden dat hem betailt sijn enen uyterweert mit alle sijnre potinge
ende toebehoren ende mit sijnre aenvall ende affvall geheiten Wijnningh ende verlies die gelegen
is inden gericht van Oensell buten dijckx tusschen Gerit van Mameren aen d'een sijde
boven, ende lant toebehorende den Heijlige Geest tot Boemell aen d'ander sijde beneden steec-
kende vanden alden dijck totten rue?nde stroem toe Heer Aelbert Posthouwer ende
Ghijsbert die Groot als Heilige Geestmeijsters inder tijt der Heijlige Geesttafelen binnen
der stat van Zoutbomell tot behoeff der tafelen voirss. in enen eijgendom sonder
dijck ende sonder thijns erffelick te besitten. Ende Robbert voirss. verteech opten
uyterweyrt mit potinge toebehoerende gewonne ende verlies voirss. Hij geloeffden dair op doen
te vertijen alle die gene die daer op mit recht vertijen sullen. Hij geloeffden oick te wa-
ren Heere Aelbert ende Ghijsbert die Groot als Heilige Geestmeijsters voirss. tot behoeff
der tafelen voirss. den uyterweert voirss. jaer ende dach als recht is tegen alle die gene
die ten recht komen willen. Ende alle voirplicht aff te doen vanden selven. Ende hier aff is
Joest van Haefften een waerborgh. In orconde onser litteren. Gegeven int jair ons Heren dusent
vijffhondert ende veertien des anderen dages nae Sunte Valentijns dach.
des anderen dages nae Sunte Valentijns dach (14 feb) = 15 feb.
scan 110
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.68)
25-07-1514. 37. 1514 Juli 25 (op sunte Jacopsdach apostell).
Egen Dircxsz en Egen de Gier schepenen in Dryell oorkonden, dat Arien Hubertsz en Jan Sander Egensz als gasthuismeesters van Driell voor het gericht hebben geklaagd over Aelbert Jansz van Maren, Yewijn Cuysten als man van Agniese, Mathijs Lambertsz als man van Ermgaerde en Floris Geritsz als man van Margriete, allen dochters van Jan van Maren, als erfgenamen van Heylwig, destijds vrouw van Ott Schaepert, wegens 100 brab. gld. geleend geld, zijnde 50 gld. per persoon, van welke zaak op 11 Juni 1514 (des sonnendaichs voir sunte Odulphusdach) de eerste klacht geschiedde, waarna Henrick Jansz van Dryell, Aert Jansz van Hencxstum, Egen Dircxsz, Herman die Bye Hermensz, Peter van den Oever, Merten van Tuyll en Egen die Gier, schepenen in Driell hebben getuigd, dat Arien Hubertsz en Jan Sandersz als gasthuismesters hun tweede klacht voor het gericht hebben gebracht, gevolgd door dagvaarding op 17 Juni, derde klacht op 12 Juli en tenslotte de vierde klacht en het eischen van vervolg.

Afschrift in Inv. nr. 9 fo. 12v.
Wij Egen Dircxss. ende Egen de Gier scepenen in Dryell tugen dat voerden gesworen
richter ons heren van Gelre in Boemelreweert ende voer ons scepenen voorss. comen zijn Arien
Hubertss. ende Jan Sander Egenss. als gasthuysmeijsters inder tijt des gasthuys
van Driell ende hebben geclaicht op ende over Aelbert Janss. van Maren over Yewijn
Cuysten als mombaer zijns wijffs Agnese over Mathijs Lambertz. als momner
zijns wijffs Ermgaerden ende over Floris Geritss. als mombaer zijns wijffs Marge-
rieten dochteren Jans van Maren als erffgenamen Heijlwygen die weleer wijff
was Ott Schaepert als dat zij erffg. voersc. den gasthuys voersc. sculdich zijn
the betalen hondert brabantsche gulden off zoe veel min off meer als zij met
malcanderen berekenen m?enen. Welcke penningen voorss. die gasthuyss meijsters
voorss. der voirsc. Heijlwigen geleent ende voer hoer betaelt hebben ende soe dan die voorss.
personen zo sij all genoeteert ende voorss. staen die voorss. penningen den gasthuys voirss.
nyet weder gegeven off betaelt en hebben, zoe hebben sij elcx bysonder den voorss.
gasthuyss daer aen gescaedt vijfftich gulden als voorss. staen off zoe veel als die scepenen
wijsen voer recht ende is den gasthuys meijsters voirsc. hoer yerste claich die
gesciet is als recht is. Dit gesciede int jaer ons Heeren M vijffhondert ende XIIII
des Sonnendaichs voer Sunte Odulphus dach. Daer nae wij Hanrick Janss. van
Driell Aert Janss. van Hencxstum, Egen Dircxss., Hermen die Bye Hermenss., Peter van den
Oever, Merten van Tuyll ende Egen de Gier scepenen in Driell tugen dat voerden
gesworen richter voirsc. daer wij mede inder dinghbancken van Driell te gedinge
ende the gericht geseten waren ende voer ons comen zijn Arien Hubertss. ende
Jan Sanderss. als gasthuysmeijsters voerz. ende hebben geclaecht op ende over Ael-
bert Janss. van Maren, op Yewen Cuysten, op Mathijs Lambertss. ende op Floris
Geritss. als mombers ende erffg. voersc. hoer anderde claich gelijck vander
yerster clagen voirsc. steet. Waer aff dat die geworen bode ons heeren van
Gelre in Boemelreweert gieden dat hij gedaicht hadde die voirz. personen soe
die all gem?elt? ende gescreven staen van wegen des gasthuys meysters voirsc.
als recht is. Dit gesciede int jaer ons Heren dusent vijffhondert ende XIIII den
XVII dach in junio. Daer nae wij scepenen laest voersc. tugen dat voerden geswo-
ren richter voerss. daerwij mede inder dinghbancken van Driell the gedinge
ende the gericht geseten waren, ende voer ons comen zijn die gasthuyssmesters voorss.
ende hebben geclaeicht op ende over Aelbert Janss. van Maren, op Yewen Cuysten, op
Mathijs Lambertss. ende op Floris Geritss. als mombaers ende erffg. voersc. hoer dorde
claich gelijck van der yerster clage ende vander anderde clage voorss. die gesciet is als
recht is. Dit gesciede int jaer ons Heren duysent vijffhondert ende XIIII den XII dach
in julio. Daer nae wij scepenen laest voirsc. tugen dat voerden gesworen richter daer
wij mede inder dinghbancken van Driell the gedinge ende the gericht geseten waren
ende voir ons comen zijn die gasthuys mesters ende hebben geclaicht op ende oever Ael-
bert Janss. van Maren, op Yewen Cuysten, op Mathijs Lambertss. ende op Floris Geritss.
als momberts ende erffg. voerss. hoer vierde clage als van der yerster, anderde ende
vander dorder clagen geschreven steet zoe die personen soe die all genoemy ende
geschreven staen den gasthuys voirsc. elck bijsonder aengescaedt hebben vijfftich gulden
als voerz. staen oick als sij seechden off also veel als die scepenen wijssden voer
recht, ende die gasthuys mesters van wegen des gasthuys voersc. also lange
voer ons geclaecht hebben over die voersc. personen. Soe die all genoemt ende voirss.
staen gelijck als inder yerster, inder anderde, inder dorde ende inder vierde clagen
voorss. geschreven ende begrepen staen dat zij allen oir clagen daer over gedaen ende
volbracht hebben als recht is gelijck als ons landtrecht eijscht ende wijst wair
aff wij scepenen laets voirsc. tugen den gasthuys mesters tot behoeff des gasthuys
voirsc. vervollicht to zijn op die voersc. personen zoe die all genoeteert ende voorss.
staen voer hondert gulden als voerss. staen hoofftgelts ende voir vijfftich gulden
scaden van elcken persoon voersc. zoe dit all voirss. ende genoeteert staen als mom-
bers ende erffg. voerss. gelijck als ons landtrecht eijscht ende wijst, die sup-
scriptie hebben, tugen steet loven wij goet. Dit gesciede int jaer ons Heren
dusent vijffhondert ende -veertich- XIIII op Sunte Jacops dach apostell.
bron: Archief Gasthuisfonds Hoenzadriel; inv. nr. 9 (Cartularium), f.12v; regest 37
Transfix.
Aanhangend: 05-11-1514
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9
05-11-1514. 38. 1514 November 5 (des sonnendaichs nae sunte Huberts dach).
Egen Dircxsz en Egen de Gier schepenen in Driell oorkonden, dat de gasthuismeesters krachtens hun -doorgestoken- vervolgbrief (reg. 37) zijn gericht in het bezit van Aelbert Jans van Maeren en zijn zusters en dat deze panding voor 5 schillingen is verkocht aan Ghijsbert van Genth.

Afschrift in Inv. nr. 9 fo. 13.
Wij Egen Dircxss. ende Egen de Gier scepenen in Driell tugen dat wij daer over gewest
hebben daer Arien Hubertss. ende Jan Sander Egenss. als gasthuys mesters indertijt des gasthuys
van Driell gericht zijn na vermogen hoerre vervolch brieff overmits den geswoeren
richter ons heeren van Gelre in Boemelreweert tot allen recht in alle goets Aelbert
Janss. van Maren Yewen Cuysten als mombaer zijns wijffs Agniesen Mathijs Lambertss.
als mombaer zijns wijffs Ermgaerden ende Floris Geritss. als mombaer zijns wijffs
Margarieten Jans van Maren als erffg. Heijllen Ott Scaepert wijff was
dat gelegen is inder enonge van Driell ende inden gericht van Driell als voer het ver-
volchde hooft ende scade gelt gelijck den vervolch brieff dat beter begrijpt ende in-
holt die daer op gemaect is. Des vraichden ons die richter voerz. wat dat die gast-
huys mesters voirz. mytten goeden myt recht sculdich te doen waren daer op wijsden
wij datmen dat goet voirz. verbieden sall als recht is ende daer nae sullent die gast-
huys meijsters vercopen tot onssen landtrecht dit gescietde inden yaer ons Heeren
dusent vijffhondert ende XIIII des sonnendaichs voer sunte Bartolomeus dach.
Daer na tugen wij scepenen voirz. dat voer ons comen is die gesworen bode ons heren
van Gelre in Boemelreweert ende heefft gegiet dat hij verboden heefft als recht
is drie sonnendaich ther rechter missen tijt inder kercken van Driell alle goets
der voerz. personen dat inden gericht van Driell gelegen is dat dat the vercopen were
overmits den voirz. gasthuys mesters als voer hoer vervolchde hoofft ende scade gelt
voirss. Daer na tugen wij dat voer ons comen zijn die gasthuys meisters voirsc. ende
hebben vercofft na alle formen ende manieren als ons lantrecht eijscht ende wijst alle
goets der voerz. personen dat inden gericht van Driell gelegen is ende dat aldaer inder kercken
van Driell verboden is als recht is ende datmen aldaer sculdich is ende met recht the verbie-
den pleecht Ghijsbert van Genth voer vijff schillinge gever penningen voer elck goets
der voorss. personen zoe die all genoemt als erffgenamen voersc. saen the hebben the
besitten. In oirconde onsser litteren. Gegeven int jaer ons Heren dusent vijffhondert ende
ende XIIII des sonnendaichs nae Sunte Huberts dach.

potlood aantekening in marge: 1514
bron: Archief Gasthuisfonds Hoenzadriel; inv. nr. 9 (Cartularium), f.13; regest 38
Transfix.
Hangt aan: 25-07-1514
Aanhangend: 06-11-1514
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9
06-11-1514. 39. 1514 November 6 (des manendaichts nae sunte Hubertsdach).
Egen Dircxsz en Egen de Gier schepenen in Driell oorkonden, dat Ghijsbert van Gent voor 50 lb de doorgestoken brieven (reg.37 en 38) heeft verkocht aan Arien Hubertsz en Jan Sandersz als gasthuismeesters.

Afschrift in Inv. nr. 9 fo. 13v.
Wij Egen Dircxss. ende Egen de Gier scepenen in Driell tugen dat Ghijsbert van
Gent heefft vercofft ende opgedragen voer vijfftich pont gever penningen goet
ende geve die hij gieden dat hem betaelt zijn den bbrieff daer deesen tegenwoerdigen
brieff doersteken is ende allent 't gehout des brieffs als daer in geschreven steet
Arien Hubertss. ende Jan Sanderss. als gasthuys mesters indertijt des gasthuys
van Driell tot behoeff des voirsc. gasthuys erffelick te besitten ende Ghijsbert voorss.
verteech opten brieff ende op allen 't gehout des brieffs voerz. tot behoeff des gast-
huys voerz. ende hij gelooffden oick van zijnre wegen alle voirplicht aff te doen
vanden selven. In oirconde onsser litteren. Gegeven int jaer ons Heren dusent
vijffhondert ende XIIII des manendaichs nae Sunte Huberts dach.

potlood aantekening in marge: 1514
bron: Archief Gasthuisfonds Hoenzadriel; inv. nr. 9 (Cartularium), f.13v; regest 39
Transfix.
Hangt aan: 05-11-1514
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9
07-11-1514. 40. 1514 November 7 (des Dynssdaichs nae sunte Hubertsdach).
Egen Dircxsz en Egen de Gier schepenen in Driell oorkonden, dat Arien Hubertsz en Jan Sandersz als gasthuismeesters zijn ingezet in het goed van Aelbert Jansz van Maren en zijn zusters.

Afschrift in Inv. nr. 9 fo. 13v.
Wij Egen Dircxss. ende Egen de Gier scepenen in Driell tugen dat wij daer over ge-
weest hebben daer Arien Hubertss. ende Jan Sanderss. als gasthuys mesters inder-
tijt des gasthuys van Driell nae ingehout hoere scepenre vervolch gericht ende
coop brieff van Driell ruerende van goederen Aelbert Janss. van Maren Yewen Cuysten
als mombaer zijns wijffs Agness. Mathijs Lambertss. als mombaer zijns wijffs Erm-
gaerden ende Floris Geritss. als momber zijns wijffs Mergarieten ingeseth sijn over-
mits den gesworen richter ons heren van Gelre in Boemelreweert nae onsse vonnisse
tot allen recht in alle goets der voerz. personen soe die all gemelt ende geschreven staen
datinden gericht van Driell gelegen is. Welck voerz. goet Gijsbert van Genth den
gasthuys meijsters voorss. tot behoeff den gasthuys voirss. vercofft heefft gelijck als
die scepenen brieffen dat volcomelicker begrijpen ende inhouden die daer op gemaect
zijn. Ende die richter voersc. verboet voert eenen yegelicken den aenvanck
vanden goede voersc. op zijn lijff ende goet dat nyemant zijn hande daer aen
en sloege noch hem des en onderwonde. Hij en dede dat van wegen des gasthuys
voersc. off hij en dede dat van wegen des gasthys voersc. off hij en dede dat met
eenen beteren recht. In oirconde onsser litteren. Gegeven inden jare ons Heren
duyssent vijffhondert ende XIIII des dynssdaichs nae Sunte Huberts dach.

potlood aantekening in marge: 1514
bron: Archief Gasthuisfonds Hoenzadriel; inv. nr. 9 (Cartularium), f.13v; regest 40
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9
06-12-1514. schepenen Aert die Cock en Merten van Tuyll
bovenschrift: Oensell

marge: Enen uyterweert, 1514

Wij Aert die Cock ende Merten van Tuyll scepen in Driell tugen dat voir ons comen is Dirck
Helmichss ende heefft vercofft ende opgedragen voir vijfftich pont gever penninge goet ende geve
die hij gieden dat hem betailt sijn een stuxken uyterweerts gelegen inden gericht van
Oensell buten dijckx tusschen lant toebehorende den Heiligen Geest binnen Boemell aen d'een
sijde boven, ende erffgenamen Robberts van Huesden aen d'ander sijde beneden, streckende vande
erffgenamen Robberts voirss. totten Rie?nde stroem toe mit sijnen aenvall ende affvall Heer
Aelbert Posthouwer ende Ghijsbert die Groet als Heilige Geestmeisters inder tijt der Heiligen
Geesttafelen der stadt van Zoutbomell tot behoeff der tafelen voirss. in enen eijgendom
sonder dijck ende sonder thijns erffelicke te besitten. Ende Dirck voirss. verteech opt stuxken
uyterweerts voirss. hij geloeffden dair op doen te vertijen alle die gene die mit recht dair
op vertijen sullen. Hij geloeffden oick te waren dat stuxken uyterweerts voirss. Heer
Aelbert ende Ghijsbert die Groet als Heilige Geestmeijsters voirss. tot behoeff der tafelen voirss.
jaer ende dach als recht is tegen alle die gene die ten rechte komen willen. Ende alle voirplicht
aff te doen van den selven met alsulcke voirwairden voirt toegedaen als dat Dirck Hel-
michss. voirss. dat stuxken uyterweerts voirss. altijt alst hem beliefft wederom vrijen ende
lossen mach mit vijff ende dartich goudden Hartoch Philips gulden goet ende geve off ander goet
payment daer voir in gelijcker weerden aen handen der Heilige Geestmeisteren inder tijt
des Heiligen Geest voirss. die te betalen. In orconde onser litteren. Gegeven int jaer ons Heren
dusent vijffhondert ende veertien op Sunter Claes dach Biscop.
Sunter Claes dach Biscop = 6 dec.
scan 111
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.68v)
06-12-1514. schepenen Aert die Cock Arien Dulss en Merten van Tuyll
bovenschrift: Oensell

marge: Den alden dijck etc., 1514

Wij Aert die Cock Arien Dulss ende Merten van Tuyll scepen in Driell tugen dat voir ons
comen sijn Hubert van Wittsellenborch ende Aert die Man als Slijckheemerraders der stat
van Boemell ende hebben uyt bevell ende consent der scepenen der stat voirss. vercofft ende opge-
dragen voir twentich pont gever penninge goet ende geve die sij gieden dat hem betailt sijn
den alden dijck mitter dijckavelinge aen beide sijden gelegen inden gericht van Oensell
tegen des Heilige Geests landen ende uyterweerden van Boemell buten den nijen dijck
ende buten den alden dijck voirss. gelegen aengaende beneden aen den nijen dijck. Ende
voirs streckende tot Gerit van Mamerens pes?ken tot Heer Aelbert Posthouwer ende
Ghijsbert die Groot als Heilige Geestmeysters inder tijt den Heilig Geesttafelen der stat
van Boemell tot behoeff der tafelen voirss. erffelicke te besitten Hubert ende Aert voirss.
vertegen opten voirss. dijck ende dijckavelinge. Zij geloeffden dair op doen te vertijen alle die
gene die dair op mit recht vertijen sullen. Zij geloeffden oick te waeren Heer Aelbert ende
Ghijsbert voirss. tot behoeff der tafelen voirss. den alden dijck ende dijckavelinge voirss.
jaer ende dach als recht is tegen alle die gene die ten recht komen willen ende alle voir-
plicht aff te doen vanden selven. Ende weert saicke dat die geerffde der stat voirss. eerde
behoeffden tot eniger tijt aen hoeren nijen dijck aldair gelegen, soe moegen sij opten minsten
schade die eerde vanden alden dijck halen offt hem beliefft. In orconde onser litteren. Gegeven
int jair ons Heren dusent vijffhondert ende veertien op Sunter Claes dach.
unter Claes dach = 6 dec.
scan 111
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.68v)
06-12-1514. schepenen Aert die Cock en Merten van Tuyll
bovenschrift: Oensell

marge: ...ten dijcks 11 hont, 1514

Wij Aert die Cock ende Merten van Tuyll scepen in Driell tugen tugen dat voir ons komen is Zeger
Jacopss. ende heefft vercofft ende opgedragen voir vijfftich pont gever penninge goet ende geve die hij
gieden dat hem betailt sijn een stuck erffs omtrent ylleff hont in alsulcken groetten als dat
gelegen is inden gericht van Oensell buten dijckx aenden alden dijck off dijckavelinge
tusschen Zeger voirss. aen die overste sijde ende lant toebehorende den Heiligen Geest van Bomell
aen die nederste sijde streckende van die dijckavelinge des alden dijckx voirss. opten erff
genamen Jacops Tengnagels Heer Aelbert Posthouwer ende Ghijsbert die Groot als Hei-
lige Geestmeijsters inder tijt der Heiliger Geesttafelen binnen Bomell tot behoeff der tafelen
voirss. in eenen eijgendom sonder dijck ende sonder thijns erffelicke te besitten. Ende Zeger voirss.
verteech op dit stuck erffs voirss. Hij geloeffden dair op doen te vertijen alle die gene die
dair op mit recht vertijen sullen. Hij geloeffden oick te waren dit stuck erffs voirss. Heer
Aelbert ende Ghijsbert voirss. tot behoeff der tafelen voirss. jaer ende dach als recht is tegen
alle die gene die ten recht komen willen. Ende alle voirplicht aff te doen vanden selven. In
orconde onser litteren. Gegeven int jaer ons Heren dusent vijffhondert ende veertien op Sunter
Claes dach Biscop.
Sunter Claes dach Biscop = 6 dec.
scan 112
Bron: Cartularium van het Groote Bommelsche Gasthuis (f.69)
24-11-1517. Akte van 24 november 1517 waarbij schepenen van Driel de uitspraak bevestigen van schepenen van die plaats d.d. 19 november 1496 inzake de eigendom van de Wolfsweerdt te Hoensaet met de aanwas
Afschrift (c. 1600) in inventarisnummer 3020/1144, 2e ged., fol. 35.
Datering: Gegeven int jaer onses Heeren 1517 op Sunte Catharinen avent.
Was regest 89 in de gedrukte inventaris van Van de Ven.
bron: regionaalarchiefrivierenland.nl
inventaris 3020 Archieven van de stad Zaltbommel, (1293) 1327 - 1815
inv. nr. 1144
Transfix.
Hangt aan: 19-11-1496
Bron: Overigen, inv. 1144
31-07-1518. 526. 1518 Juli 31.
Welis 1) Pieck Jans Pieken zoon schenkt zijnen neef Harman
Pieck de Gemensche tienden in het kerspel Dryell in Boemellrewert,
een tuin te Wydderwesell en de schuld aan wijlen Ghiisbert Pieck
en diens zoon Frederich.
Datum in dem jaren unsers Herrn dusent fonffhondert unde achtt-
zeyen, uff sinte Peter avont vincula.

Opgenomen in een vidimus d.d. 1518 October 1 (No. 527)

1) Ook Gelys genoemd.
bron: het boek:
Het archief der Geldersche rekenkamer, 1559-1795
en van de
commissarissen, belast met het beheer van de Geldersche Domeinen, 1543-1559,
door
Jhr. Mr. A.H. Martens van Sevenhoven
1926, Deel II., p. 150
ingezien via delpher.nl
Transfix.
Aanhangend: 01-10-1518
Bron: Overigen
01-10-1518. 527. 1518 October 1.
Twee schepenen in Dryell vidimeeren een brief dd. 1518 Juli 31
(no. 526)
Gegeven int jaer onss Heren dusent viifhondert ende achtien, dess
vrydaechs na sunte Mychiell.

Oorspr. (inv. no. 492). Met de zegels der schepenen Aert Janszoon
van Henxstum en Aert die Cock Ariaen Dulszoon in groene was (het
laatstgenoemde licht geschonden).
N.B. Dit stuk is gecancelleerd.
bron: het boek:
Het archief der Geldersche rekenkamer, 1559-1795
en van de
commissarissen, belast met het beheer van de Geldersche Domeinen, 1543-1559,
door
Jhr. Mr. A.H. Martens van Sevenhoven
1926, Deel II., p. 150
ingezien via delpher.nl
Transfix.
Hangt aan: 31-07-1518
Bron: Overigen
17-08-1523. Art Janssen van Hincxstum ende Egen Dircxsen schepenen in Driel oorkonden dat Zeger Jacopssoen voor 10 pond aan Jan van Echtelt een kampje land heeft verkocht in Onsel buitendijks in de Inlaghe tussen Z. Ot Dircxsz en N. de Heilige Geest van Bomel, W. Jan van Tellighen en O. de stroom.
Wij Art Janssen van Hincxstum ende Egen Dircxsen scepen in Driel tugen dat voir ons comen is Zeger Jacopssoen ende heeft vercoftt ende opgedragen voir thien pont gever penningen, goet ende geve, die hij ghieden dat hem betaelt sijn, een kempken lants in alsulcker groetten als dat gelegen is in den gericht van Onsel butendijcx in die Inlaghe tusschen Ot Dircxsen aen d’een zijde zuijdwart ende die Heilige Geest van Boemel aen d’ander ziide nortwart, streckende mitten enen eijnde westwart op Jan van Tellighen ende mitten anderen eijnde opten stroem, oest Ghiisbert van Gent, tot behoeff Jans van Echtelt in enen eijgendom, sonder thijns ende mit alsulcken dijck daer mit recht toebehoert, erfflijcken te besitten. Ende Zeger voirsz. verteech op dit lant vsz. Hij gheloeffden daerop doen tho vertijen alle diegene die daer mit recht op vertijen sullen. Hij gheloefden oeck the waren dit lant vsz. tot behoeff Jan van Echtelt vsz. jaer ende dach als recht is tegen alle dieghene die then rechte comen willen, ende alle voirplicht aff te doen van denselven, sonder den dijck vsz. Dese erffenisse ende vertich vsz. heeft ontfangen Ghiisbert van Gent tot behoeff Jan van Echtelt voirscreven in manijeren als vsz. steet. In orconde onser letteren gegeven int jaer onss heren duijsent vijff hondert drije ende tweijntich dess manendaechs post Assumpcionis Marie.
Met het zegel van de eerste oorkonder en het tot een klont geknede restant van het andere.
Bron: Heerlijkheid IJzendoorn, inv. 401
10-03-1525. Peter die Ghyer en Egen Dirck Gisbertssen, schepenen van Driell, oorkonden, dat Aert die Cock, Ariaen Duals zoon, aan Johan van Kessell 1.3 van de achterste Coerenwert van Driell, buitendijks, verkocht heeft, bewaard met een recht van het altaar van het heilige kruis, 1525 maart 10. 1 charter
N.B. Oorspronkelijk. Met de geschonden zegels van de beide oorkonder.
Gelders Archief; toegang 0510 Diverse charters/diverse aanwinsten; inv. nr. 101
Bron: Overigen, inv. 101