De Hoge Bank van Driel | 1526 - 1590

Overzicht van 96 actes.

05-03-1527. Adriaen van Tuijl en Jacop die Cock schepenen in Driel oorkonden dat meester Jan Huyghmans, priester en vicarius van het H. Kruisaltaar in de kerk van Saltbomel, met toestemming van de collator Jan van Huesden voor 50 pond heeft verkocht aan Ot van Malborch een stuk land in Oensel tussen koper aan weerszijden.
Wij Adriaen van Tuijl ende Jacop die Cock scepen in Driel tugen, dat voir ons comen is meister Jan Huijghmans, priester ende vicarius in der tiit vanden heilighen cruijs altaer binnen der kercken van Saltbomel gesticht, ende heeft mit wille ende consent des collatoers Jans van Huesden vercoft ende opgedragen voir vijfftich pont gever penninghe, goet ende geve, die hij als vicarius vsz. ghieden, dat hem betaelt sijn, een stuck lants in alsulcker groetten als dat gelegen is inden gericht van Oensel tusschen Ot van Malborgh aen beiden sijden, off tusschen allen dengenen die daer mit recht alomme naest lant gelegen sijn, Ot van Malborch vsz. in enen eijgendom, sonder dijck ende sonder thijns, erfflijcke te besitten. Ende meister Jan als rectoer voirscreven verteech op dit lant voirscreven. Hij geloefden daerop doen te vertijen alle diegene die daer mit recht op vertijen sullen. Hij geloefden oeck te waren dit lant vsz. den voirsz. Ot van Malborch jaer ende dach als recht is tegen alle diegene die ten rechte comen willen, ende alle voirplicht aff te doen van denselven, In orconde onser letteren gegeven int jaer onss heren dusent vijff hondert soeven ende tweijntich den vijfften dach in den Merte.
Bron: Heerlijkheid IJzendoorn, inv. 402
27-04-1527. Arendt de Ghyer en Jan die Sterck van Teffelen, schepenen van Dryell, oorkonden, dat Gerefaes de Ghyer aan Johan van Kessell zeven scharen weiland buitendijks op den achtersten Corenwert onder Dryell verkocht heeft, 1527 april 27. 1 charter
N.B. Oorspronkelijk. Met het geschonden zegel van de eerste oorkonder. Dat van de tweede oorkonder ontbreekt.
Gelders Archief; toegang 0510 Diverse charters/diverse aanwinsten; inv. nr. 103
Bron: Overigen, inv. 103
15-08-1528. Egen Dircxssoen en Peter van Oever schepenen in Driel oorkonden dat Joest en Gerit zonen van Henrick Mommen zal. voor 100 pond hebben verkocht aan Ot van Malborch een uiterwaard in Oensel binnen- en buitendijks, tussen de koper aan weerszijden en W. de straat.
Wij Egen Dircxsoen ende Peter van Oever scepen in Driel tugen, dat voir ons comen siin Joest ende Gerit gebrueders ende zoenen Henrick Mommen saliger gedechten, ende hebben vercoft ende opgedragen voir hondert pont gever penninghe, goet ende geve, die sij ghieden dat hem betaelt sijn, enen uijtterwert in alsulcker groetten als hij geleghen is in den gericht van Oensel binnen ende butendiicx tusschen Otten van Malborgh aen beiden sijden ende die ghemeijn steegh westwart, off tusschen allen dengenen die van den wert met recht alomme naest lant gelegen sijn, Ot van Malborgh voirsz. in enen eijgendom, sonder diick ende sonder thiins, erffliicke te besitten. Joest ende Gerit voirsz. vertegen opten wert voirsz. Sij geloefden daerop doen the vertijen alle diegene die daer mit recht op vertijen sullen. Sij geloefden oeck the waren Ot van Malborgh vsz. den weert vsz, dijck vrij ende thijns vrij, jaer ende dach als recht is tegen alle diegene die ten rechte comen willen, ende alle voirplicht aff te doen van denselven. Voert soe hebben Joest ende Gerit vsz. geloeft Otten voirsz. als dat hoer bruder Walraven oeck vertijen sal opten wert vsz. tot behoeff Ot van Malborchs vsz. ende sal dan oeck geloven alle voirplicht aff the doen van denselven. Die superscripta en geloven wij goet. In orconde onser letteren gegeven in ’t jaer onss heren dusent vijff hondert acht ende tweijntich dess manendages post Assumpcione Beate Marie Virginis.
Bron: Heerlijkheid IJzendoorn, inv. 403
07-03-1529. Peter van Oever en Wilhem Loye, genaamd van Driell, Lambertss., schepenen van Driell, oorkonden, dat Jan die Sterck van Teffelen aan Thys Korstenss. ten behoeve van Johan van Kessell 4 kalverscharen onder Driell op den achtersten Coerenwert heeft verkocht, 1529 maart 7. 1 charter
N.B. Oorspronkelijk. Met de zwaar geschonden zegels van de beide oorkonder.
Gelders Archief; toegang 0510 Diverse charters/diverse aanwinsten; inv. nr. 106
Bron: Overigen, inv. 106
30-05-1529. Akten van pachterkenning door Willem Loij van Driel Lambertszone, van 27 morgen "in de Sellick", 30 morgen "In die molenackeren, Schoeninck ende Wullinxhoevell", 12 morgen "Monniksvliert", anderhalve morgen "Op de Gheerde", drie morgen "In dat leeghebroeck", en 14 hond op Bruchem te Driel.
Zie ook op 13 sept. 1521.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 300
23-03-1530. Aert Janszoon van Henxtum en Egen Dirck Ariss., schepenen van Driell, oorkonden dat Aert die Haes aan Jan die Sterck van Teffelen ten behoeve van Johan van Kessel twee scharen weiland onder Driell op de achterste Corenwert verkocht heeft, 1530 maart 23 (des Woensdages post Oculi). Zie 1525, 10 maart = 101. 1 charter
N.B. Oorspronkelijk. Met de zegels van de beide oorkonders.
[is dit een transfix aan de akte van 1525? dat is uit de inventaris niet duidelijk]
Gelders Archief; toegang 0510 Diverse charters/diverse aanwinsten; inv. nr. 107
Bron: Overigen, inv. 107
1533. Akte van in tijnsgeving aan Jacob die Haes Aertszone van een hofstede tussen de Maas en tot op de dijk te Driel. Concept
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 305
27-01-1533. Schepenen: Egen Dirck Arrisz, Hermen de Bie, Jacop van Lith, Aert? Lambertsz, mgr. Jan Sterck, Egen Dirck Gijsbertsz, Egen? Gier? en Aert/Arnt? die Cock
Nae aenspraick Egonis Kuijck in Herman van Geijsteren?
Ruerende goet dair Kuijck inne gerechticht zude?
zijn ex parte uxoris ende nae antwoert Hermens
voersz. wijsen wij scepenen Egen van Cuijck
in Hermen van Gestells? goet zoe diep ...? voirsz ex
parte uxoris dair inne bestorven Ind nae den lantrecht
dair he gerechticht is ....? dat ter tijt

Juridica aº XXXIII den XXVII Januarij Egen Dirck
Arrisz Hermen de Bie Jacop van Lith Aert? Lambertsz
mgr. Jan Sterck Egen Dirck Gijsbertsz Egen? Gier? Aert/Arnt? die
Cock
Dit is een klad tekst in ORA Driel, inv. 44. Plaatselijk lastig leesbaar en er is in gekrast.
Bron: Overigen
08-02-1533. Akte van verpachting aan Loyck Gijsbertszone van de boerderij (bouwinge) te Driel.
... bouwinge gelegen tot Drijell die Willem Loij van ons teser{?} tijt noch in gebruick heeft ...
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 304
27-04-1533. Eghen Dirck Gijsbertsz en Aert die Gier schepenen in Driel oorkonden dat Baetken vrouw van Jan Claesz krachtens testament om Gods wil aan Claesken Dirck Gielisz dochter t.b.v. de Heilige Geest binnen Driel 1 malder weit per jaar heeft beloofd op beloken Paasdag uit haar aandeel van de Langhwey, tussen N. Rutger Delffzn, O. de weywech en W. de Cromhoeff
Bron: Heilige Geesttafel te Driel, Cartularium (f. 10v)
27-04-1533. Eghen Dirck Gijsbersz en Jacop van Lith schepenen in Driel oorkonden dat Rembolt Claesz krachtens testament om Gods wil zijn aandeel op de Ham te Driel tussen Z. Hermen die Bie, N. Eghen Woutersz en W. Henrick Henricksz heeft overgedragen aan Rembolt Reyersz voor de helft t.b.v de Heilige kerk en voor de helft t.b.v. de Heilige Geest te Driel, maar niet voordat de huur aan Bayen Lemmens om is.
Bron: Heilige Geesttafel te Driel, Cartularium (f. 10v)
27-04-1533. Egen Dirck Gijsbertsz en Jacop van {Lith schepenen} in Driel oorkonden dat Rembout {Claesz} krachtens testament om Gods wil heeft overgedragen aan Remb{olt} Reyersz t.b.v de Heilige Geest ½ malder weit op zijn jaargetijde uit 7 hont land te Driel op de Langh Weyde, tussen Arien van ...... en O. de weywech, van welk land Rembout Claessz krachtens testament en schepenbrieven beterschap en eigendom heeft gegeven aan het convent van St. Annenkroon in {Driel}.
NB. De tekst is geschonden door het wegsnijden van een strook van het blad.
Bron: Heilige Geesttafel te Driel, Cartularium (f. 13)
11-08-1533. Akten van pachterkenning door Loyck Gijsbertszone, successievelijk Jan Bartenszone van negen morgen land "De Monnikshof" en twee morgen land "Op den Ham" te Driel, 1533, 1563.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 302
24-08-1533. schepenen Egen Egents en Wylhem Loy, genampt van Driell Lambertsoin
Hurwenen, anno 1533, maandag na 24 augustus

Wij Egen Egents ind Wylhem Loy, genampt van Driell Lambertsoin, schepenen in Driell tuyghen, dat voir ons gecomen is Aelbert Artssen ind heeft geloift Reyer Artssen thijns twe gulden ind veerthien stufers, den goiden Gelressen silveren snaphaen gerekent voir sess stufer ind twintich stufers gerekent vore elcken gulden, opten Heiligen Korsdach tocomende ind soe voirt jaerlix ywelicken tho betalen uuyt huys ind hofstadt gelegen inden gericht van Horwynen (Hurwenen) die gemeyn straet oiswert ind Gofaert Jacopss noirtwert. Ind uuyt enen bogardt teynden die hofstadt gelegen alrenaest den Gasthuyss binnen Bomell noirtwert ind meister Roloff Morinck westwert of wie all omb met recht naistgelandt mach wesen. Ind noch uuyt alletz goetz dat Aelbert voers. heeft of kriegen mach inden gericht van Horwynen ind onder die enonge van Driell. Welcken thijns of jairlix opten termijn voers. nyet gegeven of betaelt en worden, soe sullen alle weecken dair naestfolgende daer op gaen ind wassen enen peen van enen halffen stufer voirss. ter weeck, welcken peen metten thyns voers. Reyer Artss. voirss. verhaelen mach uuyten onderpande ind alletz goetz voirs. als hys nyet langer beiden en wyll. Ind Aelbert voers. geloefden den thyns ind peen voirs. uuyten onderpande ind uuyt alletz goetz vurs. ewelicken the waren tegen allen den ghoenen die des then recht comen willen. Bij alsoe dat Aelbert vurs. den thyns vurs. op ennigen termyn dach vurs. ewelicken sall moigen lossen met vijfindveertich gulden vurs. ind metten verschenen thynssen. In oirkont onser letteren gegeven in den jair ons Heeren duysent vyfhondert drie ind dartich des maenendaeges nae den heiligen apostell seint Bartholomeus (24 aug.). Ind Aelbert vurs. sal geven vrygelt, schattonge ind nye noetulen des heeren allet ongekort geschiet als boven.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartjes 089-I+II+III+IV+V
Transfix.
Aanhangend: 1536
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (089-1)
15-09-1533. Akte van pachterkenning door Loyck Gijsbertszone, Jan, Rutger, Evert en Gijsbert Loij van 27 morgen "in de Sellick", 30 morgen "In die molenackeren, Schoeninck, ende Wullinxhoevell", 12 morgen "Monniksvliert", anderhalve morgen "Op de Gheerde", drie morgen "In dat leeghebroeck".
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 301
26-05-1534. Egen Dirck Arriszsz en Egen Dirck Gijsbertsz schepenen in Driell oorkonden, dat Merten Theukens 15 stv. en 1 geldersche snaphaan van 6 stv. thijns heeft beloofd op Paaschdag aan Baken van Goer en Hanrick Ariensz als gasthuismeesters uit het door hem bewoonde huis met hofstad te Driell, tusschen O. Aert die Bruyn, W. Jan Dirck Arrissz en Z. de dijk.
Wij Egen Dirck Arriss. ende Egen Dirck Gijsbertss. scepenen in Driel tugen dat voer
ons comen is Merten Theukens ende heefft geloofft Baken van Goer ind Hanrick Arienss.
als gasthuys mesters indertijt ind tot behoeff des gasthuyss binnen Driell thijns
XV stuvers enen goeden gelreschen sel?neren snaphaen voer zes stuivers to paeschen
toecomende ind so voert jaerlicx euwelicken te betalen, uuth huys ende hoffstat
daer hij to hant woenachtich is met alle sijnen toebehoren gelegen inden gericht
van Driell. Oostwaart Aert die Bruyn, westwaart Jan Dirck Arriss., suyden den
gemeijnen dijck off wie all omme met rechtvan lant gelegen mach zijn. Welcken
thijns off jaerlicx opten termijn voersc. nyet betaelt en were soe sall daer alle
weken naestvolgende daer op wassen ende gaen enen peen van een oert stuivers voersc.
ther weeck welcken peen mitten thijns voersc. die gasthuys meesters inder tijt
tot behoeff des gasthuys voirss. verhalen mogen uten onderpande voersc. als sij's
nyet langer beijden en willen ind Merten voorss. gelooffden den thijns ind peen voorss.
uuth den onderpande voorss. euwelicke te waren tegen alle den genen die des then recht
comen willen. Bij also dat hij den thijns euwelicken op enigen termijn sall mogen
lossen die hondert gereckent tegen zess ende mitten verscenen thijns. In oirconde
onser litteren. Gegeven inden jaer ons Heeren duyssent vijffhondert vier ende dartich
dess dinxdaichs naeden heijligen pinxterdach.
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9 (f. 9) - Regest nr. 41
26-05-1534. Egen Dirck Arrissz en Egen Dirck Gijsbertssz schepenen in Driell oorkonden, dat Hanrick Artsz van Heell aan Baken van Goer en Hanrick Arienz als gasthuismeesters tot Driell 1 gld. thijns ad 20 stv. en een geldersche snaphaan van 6 stv. 's jaars op Paaschdag heeft beloofd uit het door hem bewoond huis met hofstad tusschen O. Durck Jacop Egens en Z. de straat.
Wij Egen Dirck Arriss. ind Egen Dirck Arriss. Gijsbertss. scepenen in Driell tugen
dat voer ons gecomen is Hanrick Artss. van Heell ende heefft Baken van Goer
ind Hanrick Ariensz. als gasthuyssmeijsters ind tot behoeff des gasthuys binnen
Driell thijns eenen gulden tweijntich stuvers voerden gulden ind eenen goeden
gelresen selveren snaphaen vanden besten ijser gerekent voer sess stuver
ind alle payment gerekent na advenant, thoe paeschen tocomende ind so
voert jaerlicx opten paeschdach ewelicken the betalen uuuyt huys ende
hoffstat getymmer potonge ind alle sijnen toebehoren gelegen inden gericht
van Driell daer hij to hantz op woent daer aen d'een zijde naest lant
gelegen is oistweert Dirck Jacop Egens, suyden die gemeijn straet off
wie all omme met recht naest lant gelegen mach sijn. Welcken thijns
off he ewelick opten paeschdach vursc. nyet gegeven off betaelt en worden
soe sall alle weken daer naestvolgende daer op gaen ende wassen enen
peen van eenen halffen stuver vuersc. ter weeck welcken peen mytten
thijns voersc. die gasthuyss meijsters tot behoeff des gasthuys voerss. ver-
halen mogen uuuyten onderpande voersc. als sij's nyet langer beijden en
willen. Ind Hanrick Aertss. voersc. gelooffden den thijns ind peen voersc.
uuth den onderpande vursc. ewelick te waren tegen alle die geen die
des then rechten comen willen. Bij alsoe dat hij den thijns voersc. euwelicken
sall mogen lossen op eenige termijn voersc. die hondert gerekent tegens
sess ind mitten verscenen thijnss. In oirconde onsser litteren. Gegeven
inden haere ons Heren duysent vijffhondert vier ind dartich des dinxda-
gas nae pinxter dach.

marge:
Desen brief
Hanrick Aert
tijns?
Hanrick bet.
Baken van Goer
Potlood aantekening in marge: 1534
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9 (f.10v) - Regest nr. 42
03-01-1535. Aert de Ghier en Jacop die Cock schepenen in Driell oorkonden, dat Aert Henricxen aan Baken van Goer en Hanrick Ariensz als gasthuismeesters een thijns heeft geloofd van 1 gld. ad 20 stv. en een geldersche snaphaan ad 6 stv. 's jaars op Kerstdag uit huis en hofstad te Huesden Driell, tusschen O. en W. Aert die Bruyn, Z. de dijk en N. de straat.
marge: Jan Peters. van Orten

Wij Aert de Ghier ind Jacop die Cock scepenen in Driell tugen dat voer ons gecomen
is Aert Henricxen ind heefft geloofft Baken van Goer ind Hanrick Arienss.
als gasthuyssmesters inder tijt tot behoeff des gasthuys binnen den dorp
van Driell thijns eenen gulden tweijntich stuvers voerden gulden ind den
goeden goelresche selveren snaphaen gerekent voir sess stuvers to
korssmis tocomende ende zoe voert jaerlicx ewelicken the betalen
uuth huys ende hoffstat gelegen tot Huesden Driell daer aen beijde eijnden
Aert die Bruyn naestgelant is, suyden den gemeijnen dijck, noirden die gemeijne
straet off wie allomme met recht naest lant gelegen mach zijn. Welcken
thijns off jaerlicx nyet gegeven off betaelt en worde opten termijn voerss. soe
sall alle weken daer naestvolgende daer op gaen ende wassen eenen peen van
eenenhalffen stuver voirsc. welcken peen metten thijns vurss. die gasthuys
meijsters inder tijt verhalen mogen wuyten onderpande vursc. als sij's niet
langer beiden en willen. Ind Aert Henricxss. geloeffden den thijns ind peen
voersc. uuuyt den onderpande vursc. ewelicken the the waren tegen alle
die gheen die des then rechte comen willen. Bij also hij mach den thijns voorsc.
euwelicken lossen op enygen termijn vursc. die hondert gerekent tegens
zess ind mytten verschenen thijns. In oirkonde onser litteren. Gegeven inden
jaere ons Heeren duyssent vijff hondert vijff ind dartich opten dorden dach
januarij
Potlood aantekening in marge: 1535
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9 (10v) - Regest nr. 43
1536. schepenen Egen Egenss. en Jacop die Kock
Transfix I anno 1536
Wij, Egen Egenss. ind Jacop die Kock, schepenen in Driell tuygen, dat voir ons gecomen is Reyer Artssen ind heefft vercoyfft ind opgedragen voer hondert pont gever penn. die he gieden dat hem betaelt sijn, den brieff dair desen tegenwoirdigen brieff doirgesteken is ind alle gehalt des brieffs als dair inne geschreven steet, Johan Herberenssen erfflichen the besitten. Ind Reyer vurs. heefft dair op vertegen, geloiffende dair op doen verthien alle die gheen met recht van syner wegen dair op verthien sullen. Ind van synre wegen te waren jaer ind dach als recht is tegen alle die gheen ten rechten comen wyllen. Ind alle voircommer ind voirplicht daer aff tdoen van synre wegen. Inne oirkont onser letteren gegeven in den jaer ons Heeren dusent vyffhondert ind ses ind dartich.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartjes 089-III
Transfix.
Hangt aan: 24-08-1533
Aanhangend: 19-11-1541
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (089-3)
16-03-1537. Hermen die Bie en Eghen Dirck Ghijsbertsz schepen in Driel oorkonden dat Heesken Claes Gijsbertsz uit hoofde van haar testament aan Henrick Mertens t.b.v. de Heilige Geest binnen Driel 1 malder weit heeft overgedragen, na haar dood en jaarlijks op haar jaargetijde uit 2 morgen land te Driel in Veltdriel ackeren.
Transfix.
Aanhangend: 25-11-1539
Bron: Heilige Geesttafel te Driel, Cartularium (f. 11v)
26-03-1539. Eghen Dirck Gijsbertsz en Mathijs Korstensz schepenen in Driel oorkonden dat Aert Egensz aan die Steenbrugge met toestemming van zijn vrouw Iken in zijn testament 1 malder weit heeft besproken aan Eghen Zarsz t.b.v. de Heilige Geesttafelen te Driel op zijn jaargetijde om aan de armen uit de delen.
den woensdaichs voor Palm Sonnendach
Bron: Heilige Geesttafel te Driel, Cartularium (f. 10)
25-11-1539. Eghen Dirck Gijsbertsz en Mathijs Korstensz schepenen in Driel oorkonden dat Heesken, weduwe van Claes Gijsbertssz, 4 ½ hont land te Driel in de beemden t.b.v de Heilige Geesttafelen binnen Driel heeft afgestaan, met de thijns die de memorij heeren des kerspels binnen Driel daaruit hebben, te weten de helft en haar aandeel in de Luttel Engh tussen de Hoerinck straat en de nonnen van Saltbomel.
Transfix.
Hangt aan: 16-03-1537
Aanhangend: 20-03-1547
Bron: Heilige Geesttafel te Driel, Cartularium (f. 11v)
02-03-1540. N°. 73. Eduard van Gelre beveelt zijnen ambtlieden en reglers, zich te gedragen naar den inhoud der brieven, door zijnen vader ten behoeve der abdij van S. Paulus te Utrecht gegeven. 1 Februarij 1356.

Naar het door schepenen van Driel (in Bommelerwaard) den 2 Maart 1540 geautentiseerd afschrift, voorkomende onder de perkamenten brieven, N°. 379a; gecollationeerd met het afschrift, voorkomende in de Veertien Registers, deel III. fol. 52
N.B. (Verblijfplaats onbekend). Oorspronkelijk ingevoegd als 379a.

Regest: Nijhoff, deel 2, pag. 34.
Bron: Charterverzameling (Hertogelijk Archief), inv. 379
30-03-1540. Herman die Bie, Willem Loei Lambertsz, meyster Jan die Sterck, Jacop van Lith en Dirck Jan Lambertsz schepenen in Driel oorkonden dat Gherit Peetersz is gericht in de goederen van Herbert die Cock voor diens overleden vrouw en als erfgenaam zijnder overleden dochter, en van Frans en Hubert van Culenborch na te zijn verkocht door jonker Johan van Rossum heer tho Bruyckhuysen.
Met de zegels der oorkonders 1, 3, 4 en 5. (1. als De Bye, met 3 bijen en helmteken drie naar elkaar her. re. buigende ...?; 3. manskop; 4. in twee rijen geschakeerde linkerschuinbalk; 5. Chatillon met een vos, Rs. DIRCK IAN LAMBERT SOIN).
Uit de aantekeningen van Mr. Rueb, nr. 56.
Transfix.
Aanhangend: 01-06-1540
Bron: Familie Van Randwijck 1, inv. 1128
14-04-1540. Hermen de Bie en Willem Loey Lambertsz schepenen in Driel oorkonden dat heer Tomas Jan Aertsz, priester, afstand heeft gedaan van zijn rechten op 4 ½ morgen de Blayerput te Driel aan Claes Korstensz t.b.v de Heilige Geesttafelen te Driel.
Bron: Heilige Geesttafel te Driel, Cartularium (f. 11)
01-06-1540. Herman die Bie en meyster Jan die Sterck schepenen in Driel oorkonden dat Gherit Petersz voor 10 pond de doorstoken verwinbrief d.d. 30 maart 1540 heeft verkocht aan Johan van Rossum heer tho Bruyckhuysen.
Met de zegels der oorkonders.
Uit de aantekeningen van Mr. Rueb, nr. 56.
Transfix.
Hangt aan: 30-03-1540
Bron: Familie Van Randwijck 1, inv. 1128
19-02-1541. Willem Loei Lambertsz genaamd van Driel en meester Jan die Sterck schepenen in Driel oorkonden dat meester Gerit Hack als gemachtigde en Peter Hack als borg aan Eghen Egensz t.b.v de Heilige Geesttafelen binnen Driel na de dood van Claerke Hacke 1 malder rogge thijns hebben beloofd op St. Andriesdach apostell, uit de nieuwe weerd te Driel.
Bron: Heilige Geesttafel te Driel, Cartularium (f. 8v)
19-11-1541. schepenen Meester Jan die Sterck en Claes Kustenssen
Transfix II. anno 1541 November 19.
Wy Meester Jan die Sterck ende Claes Kustenssen schepenen in Driell tugen, dat voir ons comen is Johan Herberenss end heeft vercoft ende opgedragen voer hondert pont gever penningen die hy gieden dat hem betaelt zyn die brieven daer desen tegenwoerdigen brieff doersteken is ende allet ingehaltess brieffen als daerinne geschreven steet, Herman die Bie erffelicken the besitten. Ende Johan Herberenss voers. verteech op die brieven enz. Inne oirconde enz. datum als boven.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartjes 089-III+IV
Transfix.
Hangt aan: 1536
Aanhangend: 03-06-1595
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (089-3)
15-03-1542. Herman die Bie en Freryck van der Steghen schepenen in Driel oorkonden dat honderd personen hebben verklaard dat van de schippers van Rossem te Hedel geen tol werd gevraagd en dat zij slechts de roeyertoll betaalden.
Uit de aantekeningen van Mr. Rueb, nr. 56.
Bron: Familie Van Randwijck 1, inv. 790
22-06-1544. schepenen meester Johan die Sterck en Claes Korstenss
St.Marienacker, 't Convent van, te Rossum, anno 22 juni 1544

Wy, meester Johan die Sterck ende Claes Korstenss, schepenen in Driell, tughen, dat voer ons comen is Rutger Jacopss ende heeft gelooft Yken Dircksdr. tot behoeff hoer zelffs ende tot behoeff Grietken Dircksdr. ende Maryken Dircksdr., hoir susteren, thyns drie Hoornsche gulden off ander goet payment in gelyken weerden daer voer, op Sunte Mertensdach toecomende in den wynter ende soe voert jaerlix opten voors. termyndach euwelicken the betalen, the heffen ende the bueren uut huys ende hoffstadt geleghen inden gericht van Rossum, Claerken Hacken oostwart, zuytwaert die gemeynstraet ende westwart aen den dyck off zoe wie dat myt recht all rontsumme naest den huyse ende hoffstadt voers. gelegen mogen zyn. Welcken thyns voers. off he jaerlix also opten voers. termyndach nyet betaelt en weere, soe zoude dan daer op gaen ende wassen alle weken daer naest volgende eenen peene van een blancke brabants, welcken peene tsamen mytten thyns voers. die gesusteren voers. uuten huyse ende hoffstadt voirs. zullen moghen verhaelen soe wanneer dat zys nyet langer en sullen willen beyden. Ende Rutger Jacopss. voers. gelooffde oick mede Yken Dircks voers. tot behoeff hoers zelffs ende tot behoeff Grietkens ende Marykens, gesusteren voers. den thyns mytten peene voers. uuth den huyse ende hoffstadt voers. jaer ende dach tho waren als recht is tegens alle die ghene, die des then recht comen willen. Beheltelicken Rutger Jacopss. voers. op eenyge termyndach zynre euwiger losse, inden yersten myt vyfftich der voers. Hoornsche gulden off payment in gelycker weerden daer voer als voers. steet als voer lossinge des thyns voers. ende uuyt drie der zelver voers. Hoers guld. off payment als voers. is als voer betalinge des thyns voers. Ist vorwaerde toegedaen, offt geboerde, dat enich van den drien gesusteren voers. tot eenyger tyt afflivich worden, zoe sall alsdan deesen thyns voers. comen erven ende versterven van die een suster op die ander. Ende ther laetster doot van den drien gesusteren voers. zal alsdan erven ende versterven deesen thyns voers. op dat convent van Sunte Marien acker tot Rossum gelegen. Ist oick mede conditie ende vorwaerde toegedaen, zoe tot wat tyden Rutger Jacopss. voers. desen thyns voers. losten of ende affleyden, zullen die gesusteren voers. die penningen voers. wederom beleggen aen anderen thyns, welcken thyns also weder om beleit synde oick sall comen, erven ende versterven in aller voeghen, formen ende manieren gelyck als voers. steet ende bevoorwaerd is. In oirconde onser letteren gegeven in den jaere ons Heeren dusent vyffhondert vier ende veertich den twee ende tweyntichsten dach der maent junij.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartjes 121-I+II+III+IV
Transfix.
Aanhangend: 17-08-1561
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (121-1)
30-09-1544. Schepenen: Aert die Ghijer en Jacop die Cock
     Copia
Wij Aert die Ghijer ende Jacop die Cock scepen in Drijell tuijgen dat vur ons koemen is Bessel Jan Hagestaudts dochter myt oiren gekoeren momber ende heeft vercoft ind opgedraigen vur duijsent pondt gever penningen die sij gyede dat haer betaelt sijn alle huer actie toeseggen ende gerechticheijt buijten brijeff ende bynnen brijeff hoedanich die sijn offte tot enycher tijt bevonden mochten wordden ende daer sij ennichsijns inne verstorven is doer doetlicken afganck Wijlhem Hagestauts zellige, inden gericht van Drijell ende inder enonghe van Drijell. Elis die Raet erflick toe hebben ende the besitten, Ende Bessel Jan Hagestaudts dochter myt oeren gekoren momber vursz. verteech op alle huer actie toeseggen ende gerechticheijt buten brijeff ende bynnen brijeff hoedanich die sijn offte bevonden mochten woerdden, als vursz. steet tot behoeff Elis die Raets vursz. Sij geloiffden daer oeck mede op the doen the vertien alle die ghene die myt recht daer op verthien sullen Sij geloeffden oick mede alle vurplicht ende alle vurplicht {sic} aff te doen vanden selven. Die superscriptie zullen loeven wij goet. Inne oerkonde onser litteren gegeven Inden jaer ons heren duijsent vijff hondert vierendeveertich des anderen daechs nae Sunte Michiels dach.

Accordeert dese tegewoerdige copij van woerde toe woerde myt eijne bezegelden ongecancelleerden scepen brijeff het welck ick notarius onderbescreven Lije ind Keij {?} myt mijn eijgen naem ind cleijn gewoentlicken hantteijken.
Mr. Alberti N...tus.
Bron: Brieven van en aan het Kwartier van Nijmegen, inv. 809-1865
01-12-1545. Schepenen: Aert de Gier en Claes Korstensz
Aert de Gier Claes Korstensz qd Herman Tonis Hacken promisit
Jan Ariensz pro se ipso ende tot behoef sijn broeders ende suster
nementlicken Henrick ende Dirck gebrueders ende Tonisken
te betalen ipso natalis proxime per annum tot onsen lantrecht
XVJ {15,5} g. vel .... Condicie Indien Hermen voirsz nijet en betaelden opten termijn
... inder? slote? dach voirsz. in die XII nachten daer na z...s vervallen van
drie der g. voirsz. ende noch die? ....? ad huc off Hermen voirsz noch
nijet en betaelden binnen XII dagen dair nae noch op vervall
drie der g. voirsz. ... ad opus den voirg. noch off wel?
drie vol ....? te betalen den voirg.

Predicti qd idem Hermannus promisit quo supra dat voirg. Jan Ariensz ad opus
pro se et pro fratribus et sorore voirsz. dat Egbert Reijersz voirsz oick
geloofte doen zall als boven voir de pe oick XVJ {15,5} der? g. voirsz
nu op vrijdach naestcomende

Predicti qd Jan Ariensz heeft vertegen op alle alsulcke versterff als
hem aenverstorven is overmits dootlicken affganck z. Tonis
Hacken zelige ? ende zijn huijsfrou ad opus Jan Ariensz erfflick Hermen Tonisz et? ad
opus Egbert Reijersz the besitten et? de se alle plegium? ac.... Et promisit idem
Jan Ariensz voirsz. pro fratribus et sorore voirsz. dat hij die brengen?
zall ....? vertijen zullen opten betaeldach alsij? hoer penningen
ontfangen zullen aº XLV tercia post Andree {1}
Hermen Tonisz petyt eciam litteras ad opus Enbert Reijersz
Dit is een klad tekst in ORA Driel, inv. 44. Plaatselijk lastig leesbaar en er is in gekrast.
1. Datum: dinsdag na 30-11-1545
Bron: Overigen
08-12-1545. Schepenen: Aert Loeij Lambertsz en Jan Egensz
        Copia
Wij Aert Loeij Lambertsz ende Jan Egensz scepen in Driel certificeren vur die gerechte waerheijt hoe dat op huijden datum van desen vur ons erschenen ende gecompareert sijn in oeren propren personen Bartholomeus Dircksz ende Aert Egensz ingeseten nabueren der kerspelre tot Driell, ende hebben ter instantie ende durch versueck der hemeraden van Driell gedeposeert ende gerichtelick daer toe versocht sijnde getuijcht ende geaffirmeert bij oiren eedt gesworen aen handen des gesworen scholtus tot Driell lijffelick aen godt ende sijnen heijligen gesworen volstaeffs eedts gelick volgens hier na bescreven steet, toe weten als dat Bartholomeus vurg. met Aernt Egensz aen die Steenbrugh zelige memorien hemeraet is geweest eertijts des derps Driell vurden jare van XXXIJ vurleden ind Aert Egensz vursz. oick eertijts vurden jare van XXXIJ met enen genamt Dirck Woutersz hemeraet is geweest, ende dat doen elcx in sijnder tijt in des heren scattynge die Nederbancke tegen die Overbanck met Herwaerden effen hoech plach getaxeert to worden Ende die ingeseten ende geerffden van die Overbanck ende Herwaerden plegen hen toegelachte taxe offt quote met malkanderen mynlick toe deijlen / In sulcker manieren ende voegen dat die een helfft van hen toegelachte taxe off quote plegen te contribueren die van Driell Ende die ander helfft plegen op te brengen die van Rossem / Herwarden ende Horwenen Ende die opg. deposanten en weten niet offte en hebben oeck niewelt? hoeren seggen dat die van Driell enige vanden vurg. dorpen vur die jaere van XXXIJ van des heren scattynge te baten zijn gecomen niet? meer? dan? eens? Dwelck oeck nochtans die van Driell in dier tijt werdt overdrongen? ende datter cause want op die selvige tijt niemant meer dair ther eenre plaetse contribuerende was ende voell vanden uijtheimsche op Rossum gerofft wesende alleen golden op Driell ende niet op Rossum, Herwaerden ende Horwenen Insgelicx hebben oeck met volstaeffs eets gegiet ende getuijcht Egen Egensz den alden, Willem Loeij Lambertsz genamt van Driell ende ick Aert Loeij Lambertsz als scepen vsz. tselve alsoe geschiet toe zijn woe dit leste punct begreept ende inhelt toe weten / dat sij oeck anders niet en hebben hoeren seggen anders geschiet toe zijn Ende wantmen? dan sculdich is van alle oprechte warachtige saicken getuichnissen den rechten waerheit toe geven ende toe dragten besonders alsmen des daer toe gerichtelick gerequireert ende versocht worden hebben wij scepen vsz. onse segelen onder op spatium van desen gedruyckt Actum anno XLV-tich Ipso die conceptionis beate Marie virginis
Geen zegels.
Bron: Hof van Gelre, toegang 0124, procesdossiers inv. 4926, nr. 37
Bron: Overigen
03-05-1546. Schepenen: Aert Loeij Lambertsz en Dirck Jan Lambertsz
... quod Cornelis Jansz van Lith man ende momber sijnder huijsfr. Maeijken Jans, sich mede sterckmaeckende voor sijne samptlijcke andere susters ende broeders, in vsz. qualite vercoft ende opgedragen pro etc eenen renthebrijeff van drije gulden jaerlijcx (: waer van den eenen gulden affgelost, gelijck in dorso vanden originelen thijnsbrieff te sien :) als Cornelis dye Haen eertijts aen Embert Bruijstensz voor schepenen van Drijell Aert Loeij Lambertsz ende Dirck Jan Lambertsz opten Heijligh Cruijs Dach Vyndinghe inden jare vijfthien hondert ses ende veertich heeft gelooft, sijnde den originelen brijeff overmits drije naergevolchde verhantplichtingen drijewerff getransfigeert, zulcx als den vsz. comparant in deijlonge tegen Jan van Lith Cornelisz sijnen vader te dele gevallen, Handrick de Ghier in eenen eijgendom met all het gehout der brijeven voor dije twe resterende guldens ewelijck to hebben ... etc .... 20-6-1617.
Akte in ORA Driel, inv. 973, f. 59v.
Bron: Overigen
20-03-1547. Aantekening dat Jacop die Cock en Koen Andriesz als Heilige Geestmeesters erkennen dat de twee brieven van Heesken Claesz {16-3-1537 en 25-11-1539} zijn gelost op 1547 dominica Lethare Jherusalem {20-3-1547} voor schepenen Claes Korstensz en Aert van Tuyll met toestemming der gemene buren.
Transfix.
Hangt aan: 25-11-1539
Bron: Heilige Geesttafel te Driel, Cartularium (f. 11v)
09-03-1548. Claes Korstensz en Cornelis Jan Sarsz schepenen in Driel oorkonden, dat Alert van Driel Alertsz voor 100 Lb heeft verkocht aan heer Berndt van Driell de heerlijkheid Driel c.a., het recht in de kerk aldaar en de verdere rechten daarbij, met bepaling, dat dit moet vererven op Alert van Driel Gosensz en na dode Alerts van Driel Gosewijnsz op Jacop des voorsz. Alerts van Driel Alertsz zoon en vervolgens heer Bernts naeste bloed.
Met de geschonden zegels der oorkonders.
Uit de aantekeningen van Mr. Rueb, nr. 56.
Hof van Gelre 5652, Civiele Proced. 1690-37.
Bron: Overigen
09-03-1548. Schepenen: Claes Korstensz en Cornelis Jan Sarsz
Wij Claes Korstensz ende Cornelis Jan Sarsz scepen in Driell tugen dat voer ons comen is Alert van
Driell Alertsz ende heefft vercofft ende opgedragen voer hondert pont gever pennongen die hij giede
dat hem betaelt zijn / Inden yersten die heerlickheijt van Driell / ende alle zijn actie ende toeseggen
hij daer van heefft ende vercrigen mach tot eniger tijt Noch vercofft ende opgedragen alle zijn
gerechticheijt die hij heefft inder kercken van Driell / Noch vercofft ende opgedragen alle zijn ge-
rechticheijt ruerende op die selve percelen der selver actien ende gerechticheijden als voersz. to
weten oick mede alle actien ende toseggen van alle brieven slaende op die selve goederen ende actien
voersz. ende noch voerts in {1} alles gheens daer hij inne gerechticht mochte worden inder enonge van
Driell ende inden gericht van Driell / heer Berndt van Driell {... gewist ...} erfflicken te hebben ende te
besitten Ende Alert van Driell voerscr. verteech op alle die selve actien ende goederen gerechtich-
eijden ende brieven als voerscr. tot behoeff heren Berndts voerscr. / hij gelooffden daer oick mede
op the doen vertijen alle die ghene die myt recht daer op vertijden sullen / hij gelooffden oick
mede den voerg. heren Berndt euwelicken te waren als recht is tegens alle den ghenen die
des then rechten staen ende comen willen Ende alle voerplicht aff te doen vanden selven
ende sall idt selve erven ende versterven tgeens voerscr. steet altijt opt naeste bloet ende gerechte
erffg. / Na dode heren Berndts voerscr. salt tselve erven ende versterven op Alert van Driell Gosensz
Ende na dode Alerts van Driel Gosewijnsz salt tselve als voerscr. erven ende versterven op Jacop des
voersz. Alerts van Driel Alerts zoen Ende na dode Jacops voerscr. salt erven ende succideren op des
voerg. heren Bernts naeste bloet ende gerechte erffgenamen die superscriptie In loven wij goet Inne
oircondt onser letteren gegeven int jaer ons heren dusent vijffhondert acht ende veertich den negensten dach mertij
1. superscript
Met beide zegels
Bron: Hof van Gelre, toegang 0124, procesdossiers inv. 5652, nr. 37
Bron: Overigen
13-06-1548.
Gerichtsdag 9 juni 1681.
Extract uijt het Signaet van Driell de Ao. 1676.
Schepenen coop gewesen Jan Claessen tot Veltdriel, als erfgenaem van Handrick de Gier, den ouden, in goederen van Catharina van den Oever, wedue Thomas Cretier, den ouden, voor verlopen intresse van de helfte van een capitael van hondert Carolusguldens, renthende tegens ses ten hondert, als Thomas Cretier op den 13den Junij 1548 voor schepenen te betaelen gelooft heeft, maninge verboden door de hant van Claes van Orten gegiet uijtstel ses weecken nae de weet.
Actum den 31sten maij onderstont.
Aantekening in Civiel Procesdossier Nr. 259 van ORA Driel (Catharina van den Oever contra Jan Claessen tot Veltdriel, 1681).
Bron: Overigen
07-05-1549. Acte, waarbij heer Jacop van den Beldt {Velde} cum suis aan het gasthuis te Hoenza-Driel zes morgen land in het gericht van Driel in die Hoeve overdraagt, waarna de verkoopers dit land wederom voor 5 1/2 carolusgulden 's jaars in erftyns verkrijgen en de provisors van het gasthuis op zich nemen, dit bedrag jaarlijks aan de armen uit te keeren, 1549.
1 charter.
Met het licht geschonden zegel van den tweeden oorkonder.
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 16
07-05-1549. Aert Loei Lambertsz en Aert van Tuyll schepenen in Driell oorkonden, dat Heer Jacop van den Veldt, priester, Joest van den Veldt, Jan van den Veldt, Jan Herbertsz voor zijn vrouw en allen tezamen voor hun broeder Baken en zuster Oelen voor 100 gouden gld. 6 m. lands hebben verkocht te Driell in de Hoeven, tusschen O. de beemtgraeff, W. de fraters van Den Bosch, (met de?) Cruckkamp en Z. de straat, aan Daniel Spierinck en Jacop Henricxsz van Hedell als provisoren van het gasthuis te Hoensaet, die het hun voor 5 1/2 Car. gld. 's jaars op St. Petersdah ad Cathedram (uit te keeren op OLVdag aan de armen van Driell) weder in thijns hebben uitgegeven.
bovenschrift: Heer Jacop vanden Velde, NB
Wij Aernt Loei Lambertss. ende Aernt van Tuyll scepenen in Driell tugen dat voer ons comen
sijn heer Jacop vanden Velde priester Joest vanden Velde Jan vanden Veld Jan
Herbairtss. man ende mombaer zijnre huysfrauwen ende hebben voerts gesementlick
geloofft voer Bauken vanden Velde hoiren broeder ende Oelen vanden Veld hair
suster, ende hebben vercofft ende opgedragen voer hondert gouden gulden goet van
goude ende gericht van gewicht die zij gieden dat hoer betaelt zijn sess mergen
lants gelegen inden gericht van Driell in die hoeven streckende metten eene eijnde
op die dweergraeff, westwaart der fraters vanden Bosch kruck kamp zuyden
waert die gemeijn straet off zoe wie daer met recht all rontssomme daer naest
gelant mach weesen Danielt Spierincx ende Jacop Henricxss. van Hedell dijck vrij
ende thijns vrij in eenen eijgendom the hebben ende te besitten tot behoeff des gast-
huys dat gelegen is inden gericht van Driell tot Hoensaet off totter provisoren
behoeff des voersc. gasthuyss die altoes inder tijt zullen zijn. Ende heer Jacop,
Joest, Jan ende Jan voerss. vertegen op dit lant voersc. Sij geloeffden daer op the
doen vertijen alle die ghene die myt recht vertijen zullen. Sij geloeffden oick
the waren Danelden ende Jacoppe voersc. tot behoeff des voersc. gasthuys ende den
provisoers voersc. dit voirss. lant jaer ende dach als recht is tegens alle den ghenen
die des then recht comen willen, ende alle voerplicht aff te doen vanden selven.
Doen dit gesciet was doen gaff weder over Danelt Spierincx ende Jacop van
Hedell voersc. als provisoers ende gasthuys mesters inder tijt des voerss. gasthuys
met consent ende wille eens deels naburen van Hoensaet voersc. dit lant voorss.
heer Jacop vanden Veld priester, Joest vanden Veld, Jan vanden Veld ende Jan
Herbaerts tot behoeff hoerder ende voert tot behoeff Baicken vanden Veld ende Oelen
vanden Veld voersc. in enen erffelicken thijns the besitten voer sestalff keijsers
Karolus gulden goet van goude ende gerecht van gewichte XX stuivers die keijser Karell
die vijffte van dyen naem heefft laten munten ende slaen voer datum van deesen
off ander goet payment naeder valuatie van Brabant in gelijcker werden daer voer
gerekent van elcken Keijsers Carolus gulden als voersc. zijn erffelicx thijns op Sunte
Peters dach ad Cathedram toecomende ende daer na voert alle jaer voer die sestalff
Keijsers Carolus gulden als voerz. zijn erffelicx thijns off payment daer voer als voorss.
is jaerlicx op Sunte Peters dach voerss. den voersc. Danelden ende Jacoppen
tot behoeff des gasthuys ende den provisoers inder tijt wesende euwelicken the betalen.
Welcken thijns voersc. off he alle jair opten termijn dach der betalinge voersc. niet
betaelt en were zoe soude dan daer op wasschen alle weken daer naestvolgende
eenen peene van drie stuivers min een oirt stuiver der munten voersc. Welcken pene tsamen
mytten thijns voorss. Danelt ende Jacop voersc. als gasthuys meijsters offte die pro-
visoers die altijt inder tijt des voersc. gasthuyss wesen zullen uuth den voirss.
voersc. lande zullen mogen verhalen wanneer dat zij's nyet langer en sullen
willen beijden. Met vorwaerden toe gedaen dat die provisoers des voirsc. gasthuys
off gasthuys mesters die daer altoes inden tijt sullen wesen jaerlicx uutreijcken ende
geven zullen den voirss. thijns op onsser liever vrauwendach den ermen des
dorps van Driell off den genen die des dan om Godts will begeren zullen.
Met conditien ende mit vorwaerden hier inne noch toegedaen dat die gasthuis
mesters Danielt ende Jacop voorss. ofte die provisoers des gasthuys voerss. die
naemaels sullen wesen nyet meer en sullen manen boeren noch eijschen
vanden erffgenamen Bauken vanden Velde voersc. doer crachte van
enigen thijns brieven die hier voermaels gepasseert muchte wesen
dan deesen thijns vanden sestalff Keijsers Carolus gulden voersc. In oircon-
de onsser litteren. Gegeven int jaer ons Heeren duyssent vijffhondert negen
ende veertich den sovenden dach in die meij maent.
Potlood aantekening in marge: 1549
Merk op dat in het afschrift in het cartularium heel duidelijk 7 mei als datum staat, en dat is hier aangehouden. In het originele regest wordt 7 maart genoemd, en dat is mogelijk een vergissing.
De originele oorkonde is bewaard gebleven (inv.nr. 16) maar is nog niet ingezien, dus in theorie kan ook het afschrift in het cartularium fout zijn en het regest correct. [JdK]
Bron: Gasthuisfonds te (Hoenza-) Driel, inv. 9 (f. 14) - Regest nr. 44
22-09-1551. Claes Korstensz en Jan Jan Sarss schepenen in Driel oorkonden dat Cornelis Jan Sarss drie Kar. guldens thijns heeft geloofd op sunte Lambertsdach aan Lambert Bakensz uit huis en hofstad te Driel tot Uutwijck tussen N. Jan van Malsen en Z. Dirck Claesz, met een boetebeding van 1,5 stuivers per week achterstand.
op sunte Mauritius dach
Diverse charters; geschenk van Völcker van Soelen (aanwinst 1921 XXIII.6). De zegels af.
Uit de aantekeningen van Mr. Rueb, nr. 56.
Transfix.
Aanhangend: 01-10-1553
Bron: Overigen
25-01-1552. schepenen Willem Loei Lambertss. gnt. van Driell en Jacop die Cock
Driel: Velddriel anno 1552

anno 1552 Sunte Pauwelsdach confessionis 25 jan.
schepenen van Driell: Willem Loei Lambertss. gnt. van Driell. Jacop die Cock
Jan Bock heefft geloeft Arien Geritss. thyns twelff Keysers Carolus gul. euwelicken the betalen uuth huyss ende hoffstat gelegen inden gericht van Driell tot Veltdriell, daer Jan voers. nu tertyt inne ende op woenachtich is, ende met acht hont lant daer teynden aen gelegen ostwaert erffenis Sante Katharinen altaer tot Veltdriell etc.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartjes 237-I
Er zijn nog twee transfixen genoteerd van 1617 en 1641 die hier niet zijn overgenomen.
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (237-1)
01-10-1553. Jacop die Cock en Dirck Jan Lambertsz schepenen in Driel oorkonden dat Lambert Bakensz voor 100 pond de doorstoken rentebrief d.d. 22 sept. 1551 heeft verkocht aan Claes Corstensz.
Hierbij de getransfigeerde transportbrief d.d. 21 mei 1622, waarin Johan Hanricksz en Hanrick van Bommell schepenen in Driel oorkonden, dat Catalyna de Bye wed. van Mr. Johan Dircksz de rentebrieven voor 10 pond heeft overgedaan aan Lysbet Willems.
Diverse charters; geschenk van Völcker van Soelen (aanwinst 1921 XXIII.6). De zegels af.
Uit de aantekeningen van Mr. Rueb, nr. 56.
Transfix.
Hangt aan: 22-09-1551
Bron: Overigen
17-12-1553. Akte van verpachting aan Arien Gosenszone namens zijn vrouw Hilliken van een hofstede bij de kapel te Ovendorp onder Driel.
... Jacop die Cock ende Aert Lambbertss. schepenen in Driell ...
.... Aert Artss die Duyster als rentmeester {voor Sint Paulus} ... Hilleken een dochter naegelaten van zalige Dirck Jacobss. … alsulcken hoffstat met potinge gelegen tot Driel aen die Capelle tot Ovendorp daer Dirck Jacopss. seliger plach te wonen vijff ende twijntich jaere lanck durende, ingaende terstont na Dirck Jacopss. voerss. jaeren ...
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 306
04-03-1554. schepenen Jacop die Cock en Gosen van Avesaeth
Hurwenen anno 1554 Maart 4.

Wij, Jacop die Cock ende Gosen van Avesaeth, scepenen in Driell tugen dat Aert Henrickss. Coesters heeft geloefft mester Jan van Rossem twee gulden tweyntich stuver munte van Brabant tstuck voerden gulden, op Bammis dach toecomende ende soe voert jaerlicx opten voers. termyndach ewelicken the betalen, the heffen ende the bueren uuth huyss ende hoffstat daer hy nu op woint in den gericht van Horwenen gelegen metten bogaert zuytwrt den bogaert lantgelegen mester Jan van Rossem, noorden idt Gasthuyss tot Bommell, westwaert Dirck Morinck; ind die hofstatt lant gelegen die gemeynstraet oostwaert, Ghysbert Jacopss. noortwaert; ind noch uuyt eenen mergen lants so die gelegen is tot Horwenen inden Breert boven Goert die Snyder tot Rossem, beneden Gosen van Avesaet voerscr. ende voert die gemeyn straet off soe wie dat mit recht all rontssomme naest die voers. onderpanden gelegen mogen syn. Welcke thyns voersc. off he jaerlicx opten voers. termyndach nyet betaelt en worde soe soude dan daer op gaen ende wassen alle weken daer naest volgende eene peene van eenen stuver brabants der munten voers., welcken peene metter thyns voers. mester Jan van Rossem voers. uuth die onderpanden voers. sall mogen verhalen wanneer dat hys nyet langer beyden en sall willen. Ende Aert Henrickss. voers. gelooffden oick mede den voergen. mester Jannen den thyns mitten peene voers. tot die onderpanden voers. jaer ende dach te waren als recht is tegens alle den ghenen die des ten rechte comen willen. Beheltelicken den voerg. Aert Henrickss. op ennigen termyndach voers. altyt synre eywiger lossen die hondert der voers. gulden gerekent tegens yesse en met alle verscenen onbetaelde thynssen daer by te leggen ende te betalen. Ind Aert voers. gelooffden oick mede als mombaer zyns wyffs, voer zynen huysfrauen voerkynder. Ind hier mede is gedoyt (=vernietigd) eenen scepen brieff van enen Bommelse gulden, den ryder gerekent tegen vyff ende tweyntich stuver ende noch eenen scultbrieff van vyff gulden voers. ind alle affterstedigh des tyns voers. hercomende van alts van Aelbert Aertss. zyner huysfrauwen voerman. Inne oirconde onsser litteren gegeven inden jaere ons Heeren duysent vyffhondert ende vier ende vyfftich op ten vierden dach Martii.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartjes 105-I+II+III
Transfix.
Aanhangend: 05-03-1591
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (105-1)
1555. Akte waarbij schepenen van Driel getuigen dat Adam en Goert van der Elst de nalatenschap van hun ouders in gebruik genomen hebben, 1555. 1 charter
N.B. Aanwinst 1960.17.
Gelders Archief
archief 0510 Diverse charters/diverse aanwinsten
inv. nr. 1373
Bron: Overigen, inv. 1373
26-05-1555. Akte van pachterkenning door meester Cornelis de Ghier, Dierick en Aert Egenszone en Jan Barthen van 14 hond land op Bruchem te Driel
Wij Aert Aertsz ende Jan Gheritsz schepenen in Driell tuijgen dat voir ons comen sijn mester Cornelis de Ghier, Dierick Egensz, Aert Egensz ende Jan Barthen ende
hebben geloeft heer Gherit vander Nijkerck abt des convents van sant Pauwels t’Utrich drie hondert keijsers carolus g. tot twintich st. stuck off ander gelt in gelijck-
er werden dair voir te betalen Martinij toecomende in novembri doch korssdach dair nae wael betaelt tot onsen lantrecht, ende soe noch acht iaer daer nae lanck gedue-
rende elcx iaers der iaeren voirsz drie hondert g. der gulden voirsz. Ende die voergenoemden geloeffden oick mede iaerlicx der voirsz. iaeren lanck duerende te betalen thien
gulden voir vijff vercken die welcke die huijr luijden plachten te leveren, ende noch te leveren vier pont cruijts iaerlicx der iaere voirsz geduerende te weten halff gen-
baer ende halff peper vanden besten gelijck Aert Egensz ende Dierick Egensz sins lange gedain hebben. Ende die voergenoemden geloeffden oick mede in die voirsz. iaeren
te setten duijsent willigen poten op des voirsz. abts hoeve, die die voirg. van mijn heer die abt voirsz. gepacht hebben voir sulcken penningen als voirsz. staen, mit vur-
waert dat die pechteren voirg. aen die voirsz. penningen sullen corten iaerlicx soeven der selver g. off gelijcker g. als voirsz. staen voir veerthien hont lants op Bruechem
gelegen der voersz. hoeven annex wesende die welcke mester Jan van Rossem b. richter van mijn heere des abts wegen is gebruijckende Noch sijnt vurwaerden
off die vier voirg. pechteneren den voirg. abt iaerlicx niet en betaelden op ennige termijn dach voirsz, sullen sij vander voirsz. schaeren op idt voirsz. lant gelegen verval-
len wesen tot behoeff des abts voirsz. ende convents voirsz. ende effen wael den vollen pacht sculdich mitten toecomende te betalen, ....
... etc ...
... In oirconde onder litteren gegeven inden iaere ons heeren duijsent vijff hondert vijff ende vijftich den sess ende twintichsten dach Augusti
Aanhangend zegel van Jan Gheritsz.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 307
27-02-1558. schepenen Aert van Tuyl en Art Aertss.
Driel, anno 1558, 6e zondag voor Paschen (=27-Feb-1558)
---
Wij, Aert van Tuyl ende Art Aertss. schepenen in Driell tuygen dat voir ons comen is Egbert Dierickss. ende heeft geloeft Willem Aert Everitss. thyns eene gulden brabantse evalueert twintich stuver munt van Brabant voer den gulden op Sint Petrus dach ad Cathedram jaerlicx ewelicke te betalen uyt huys ende hoffstadt gelegen inden gericht van Driell tot ovendorp naest Heymerick Bayenss. zuydt ende Jan Mattheuss. noort ende die schijtstraet west etc. Inne oirconde onser letteren gegeven inden jaere ons Heeren duysent vyffhondert acht ende vijfftich opten sonnendach alsmen singet inden Heylige Kercke Invocavit.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartjes 104-I
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (104-1)
06-04-1558. Akte waarbij de familie De Gier aan Johan van Rossem, bastaard, ten behoeve van Jan van Rossem, zoon van wijlen Johan, den zoon van Johan, heer tot Broeckhuysen, 10 hont land te Rossum op de Twee Mergen aldaar, overdraagt. 1 charter.
Dirck Egenssz en mester Cornelis de Gier schepenen in Driel oorkonden dat Wouter Jansz als man van Arijken Peter sGieren en mr. Cornelis vnd. als momber der kinderen van Robbert de Gier, te weten uit diens eerste huwelijk Stynken, voor wie Jacob die Cock mede consenteert als alde vader en Lyn, Metken en Alith Robben uit het tweede huwelijk, voor wie Lys Hacken als alde moeder voor 200 pond 10 hont land hebben verkocht te Rossem op de Twee Mergen aldaar op Ghoon weyde tussen O. Henrick Jacopsz Schocbant, Z. joffer Oeyde en N. Jonge Johan van Rossums soen aan Johan van Rossum bastaard t.b.v. wijlen Jongen Johan van Rossum zoon te Broickhuysen soen ook genoemd Jan van Rossum
Met de zegels der oorkonders (1. drie balken, waarvan de bovenste beurtelings gekanteeld; 2. drie gieren 2-1)
Uit de aantekeningen van Mr. Rueb, nr. 56.
Bron: Familie Van Randwijck 1, inv. 761
15-06-1561. schepenen Cornelis de Ghier en Daniel Spiering Janss
Driel, anno 1561, Juni 15.

Wy, Cornelis de Ghier ende Daniel Spiering Janss., schepenen in Driel tuygen, dat voir ons comen is is Jan Matthyssen ende heeft vercoft ende opgedragen voir hondert pont gever penningen, die hy gieden dat hem betaelt syn, twee mergen lants off soe groet ende cleyn die mit recht gelegen syn aen drie acker mitten halven graeff boven gelegen, gelyck die nu opgegraven sal werden, gelegen in den gericht van Driel op die alde wey naest Jannen voirs. boven, ende Wauter Janssen beneden, streckende noort op Bolscamp ende suydt op die gemeyn straet Aert Cornelissen in eenen eygendom ende Dielis Cornelissen tsamen erffelicke te hebben ende te besitten. Ende Jan voirs. verteech op dat voirs. vercofte goet ende hy geloeffden oick mede dair op te doin verthyen allen den ghenen die dair mit recht op sullen verthyen ende hy geloeffden oick mede tselve vercofte goet te waren jaer ende dach als recht is tegens allen den ghenen die dair mit recht comen willen ende alle voircommer ende voirplicht aff te doin van den selven mit vurwaerdt toe gedain oft geviel tot enniger tyt, dat dit voirs. vercofte goet den coperen voirs. mit ennige recht ontwaert worden ende tselve niet toe en queem van hoiren wegen soe geloeffden Jan Matthyssen voirs. binnen een halff jaer nae der ontwaringe den coperen voirss. sess hondert ende darthien gulden brabantz valueert min een oort guldens te betalen tot onsen lantrecht - die superscripti tyt loven wy goet ende die superscripti verthyen loven wy oick goet. Inne oirconde onser letteren gegeven in den jaere ons heeren duysent vyffhondert eenentsestich opten vyffthienden dach junii.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartjes 306-I+II
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (306-1)
17-08-1561. schepenen Dierick Egen Dierick Andriessen en Cornelis de Ghier
St.Marienacker, 't Convent van, te Rossum, anno 17 aug. 1561

Transfix I. anno 1561, Aug. 17.
Wij Dierick Egen Dierick Andriessen ende Cornelis de Ghier, schepenen in Driell tuygen dat voir ons comen syn broeder Wouter van Beers, pater, suster Godt van Broickhoeven, moeder ende suster Henrick van Maren, procuratris O des Convents van Sant Marienacker binne Rossem ende hebben inden naem ende van wegen des convernts voers. mit wil ende consent van Iken Dircks., puerlick uyt goeder vruntschappen vergu?nnen uyt beweechelycke oirsaicke vercoft ende opgedragen den brieff dair desen brieff doersteken is ende allet ingehaut des brieffs voers. als daer inne geschreven steet, Jan Brantss. tot behoeff suster Metken Tonis dochter nae dode Ikens voers., Metkens voers. leven lanck ende soe lange als Metken voirs. in den convent voirs. woenen sal end dair
inne bliven sal ende niet langer, erffelicke te besitten; ende die transportanten in qualiteyt als voirs. geloeffden oick mede alle voircommer ende voerplicht van hoire wegen van den selven aff te doin, mit voirwaerde toe gedaen, dat ter stont nae dode Metkens off terstont nae dat sij uytten convents mocht ingelyff gegaen syn, desen thynsbrieff ende allet ingehaut van dien weder comen ende bliven sal aen dat convent voirgenoemt; ende off desen thynsbrieff voirs. gelost worden in den leven van Metken ende terwylen sy int convent voirscr. woent, soe salmen die penningen weder beleggen tot behoeff Metken voirgen. waer van men den brieff sal maken nae vurwaerden voirs. die supscription sal loven voir goet. Inne orconde onser lettere gegeven inden jaer ons Heeren vyfftienhondert een en tsestich, den soeventhiensten dach Augusti.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartjes 121-IV+V+VI
Transfix.
Hangt aan: 22-06-1544
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (121-4)
11-11-1562. Akte van pachterkenning door Thomas Crethier van 17 hond land in de Vliert te Driel, 1562 nov. 11
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 308
14-05-1563. Akte van pachterkenning door Arien Arienszone namens Johan Arntszone van het proosdijhuis met hof en zaailand te Driel.
... Johan Geritss. ende Dirck Loy Andriess. schepenen in Driel ....
... Arien Arienss. van Haeften … des proesten huijs ende hoff methen seijlande daer aen gelegen ...
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 310
13-07-1563. Akten van pachterkenning door Loyck Gijsbertszone, successievelijk Jan Bartenszone van negen morgen land "De Monnikshof" en twee morgen land "Op den Ham" te Driel, 1533, 1563.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 303
14-07-1563. Akten van pachterkenning door Arien Noest, successievelijk Arnt Henrickszone, van een stuk land in de Luttel Eng te Driel.
Zie ook op 25 nov. 1515.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 298
14-07-1563. Akte van pachterkenning door Henrick Arienszone van 14 hond land in "Die cleyn Ypperackeren" te Driel.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 309
14-07-1563. Akte van pachterkenning door Geertken, weduwe van Claes Reyerszone, van de kamp land "Bartrumpscamp" te Driel.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 311
14-07-1563. Akte van pachterkenning door Jan van Lith Jacobszone van vijf hond land te Driel.
... Egen Goessen en Lambert Loy schepen. in Driell ...
... 5 hont op de Worden ...
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 312
24-01-1564. Schepenen: Dirick Egen Dirck Ghijsbersz en Dirck Egen Andriesz
Wij scepen in Driell onderschreven tuijgen dat voir den geswoeren
richter ons Gen. Heren in Bommelreweerdt ende voir ons scepen
ghecompareert ende gecomen is heer Berndt van Driel priester
ende heeft den geswoeren richter voirsz. in stat Co. Ma.t {1} onsers
aldergen. heren vermaent ende gesonnen op zijnen eede die hij zijn
Co. Ma.t ende deessen lantrechten int accepteren zijns richters ampts
ende officiums gedaen heeft, dat hij hem tegen yederman vermogens
den lantrechten ende den opgherichten Venloischen Tractait die
hoichloifflicker memorien Key. Ma.t {2} voir ende zijne Co. Ma.t
nae met eede, hant, zegell ende brieve deessen alinge lantscappen
te onderhalden vestelick beloeft, geconfirmeert ende bestedicht hebben
manu tenere ende handthauwen in alsulcke rechte ende gerechticheijt,
als sijn voirsaten over onverdenckelicke iaeren gehadt hebben tot
die dagelixe heerlickheijt ende scholtampts deses derps Driell
vermogens bescheijt daer aff weesende, tselff voirg. heer Bernt
dair bij exhiberende was, ter tijt toe ende soe lange hij met be-
hoirlicken recht ( vermogens idts geruerte Venloesschen Tractaet )
hem vuijt sulcken rechte sonder manieren van rechten, daetlijcker
wijse extruderen ende verstoten wolde, dat die richter voirsz.
in crachte zijns eets voirsz. hem sulcke handadige daet weynde,
kere ende affhalde, ende sich der maten daer aen bewijse, dat hij
onnodich weerde, sich over voirg. richter, als sijnen eedt vergetende
ende niet genoch doende to beclagen.
Exhibitum opten XXIIIJ januarij voir scepen in Driell, Dirick
Egen Dirck Ghijsbersz, ende Dirck Egen Andriesz
1. Koninklijke majesteit
2. Keizerlijke majesteit
Bron: Brieven van en aan het Kwartier van Nijmegen, inv. 818-4966 b
24-01-1564. Schepenen: Dirck Egen Andriesz en Dirck Egen Dirck Ghijsbersz
Wij scepenen onderghescreven tuijgen dat voir den ghesworen
richter ons gen. heren in Boemelreweert ende voir ons
scepenen gecomen ende verschenen is Lambert van Driell
Wijllemsz, ende heeft den gheswoeren richter voirsz.
in stat Co. Ma.t {1} onser aldergen. heeren gesonnen op
sijnen eedt die hij sijne Co. Ma.t ende desen lantrechten
int accepteren sijns officiums ende richter ampten gedaen heeft
dat hij hem tegen eenen ieghelicken nae landtrecht ende den
loifflicken tractaet voer Venloe opgericht ende bij Key. Ma.t {2}
voir ende Co. Ma.t nae mit eede, hant, zegell ende brieve
genedelicken beloeft ende geconfirmeert, manu tenere ende hant-
halde in die possessie ende ghebruijck des dagelicxen scholts
ampts alhier ghelijck sijne voirsaten voir, en hij nae dit noch
toe rustelicken ende vredelicken ghebruict, gesueert? ende bedient
hebben ter tijt toe hij met geboerlicken rechte nae inhalt der
voergeruerten tractaets daer vuijtghesteten? sal weesen, Ende
in dieen yemants hem boven ende sonder gerechtelicken forderinge
metter daet dair wuijt extruderen ende stoten voirneme dat die
voirsz. richter in stat als voer ende nae vermogens sijns eedts
hem in dien gevalle sulcke onrechtelijcke ende handighe daet
keere ende affhalde ende sijne possessie bescherme ter tijt toe als
vursz. der gestaltenisse dat hem des wijders over den gheswoeren
richter to beclagen onnodich sijn weert
Exhibitum opten XXIIIJ januarij aº LXIIIJ voir scepenen van
Driell Dirck Egen Andriesz, ende Dirck Egen Dirck Ghijsbersz
1. Koninklijke majesteit
2. Keizerlijke majesteit
Bron: Brieven van en aan het Kwartier van Nijmegen, inv. 818-4966 b
24-01-1564. Schepenen: Dirck Egen Andriesz en Dirck Egen Dirck Ghijsbersz
Wij scepenen onderghescreven tuijgen dat voir den gheswoeren
richter ons gen. heren in Boemelreweert gecompareert ende
gecomen is Arnt Jansz ende heeft den gheswoeren richter
voirsz. in stat Co. Ma.t {1} onser alder gen. heeren vermaent ende
gesonnen op sijnen eedt die hij sijne Ma.t ende den lantrechten
alhier int accepteren ende aennemen sijns officiums ende richter ampten
gedaen heeft, dat hij hem nae landtrecht ende den loifflicken
Venloisschen Tractaet bij Key. Ma.t {2} voir ende Co. Ma.t nae
genedelicken beloeft, geconfirmeert ende bestedicht scher..., bes....dde
ende hanthaude in ende tot die vreedzame ende rustelicke possessie ende
ghebruijck des scholtsampts alhier, ghelijck sijne voirsaten voir,
en hij nae daer van in pacifica ende rustelicke possessie geweest zijn
ende tot noch toe gecontinueert hebben, ter tijt soe ende zoe lange
hij mit recht nae inhaut des voirsz. Venloischen tractaat dair
vuijt gewonnen sal weesen Ende off hem contrarie van dieen
ennige gewalt ofte onrechtelicke handinge dair van iemant
gemoette?, dat hem voirg. richter in stat als voir ende in
crachte zijns eedts sulcke handige deet weijnde ende affhalde ende
alsoe bescellen? ende der maeten sich hier inne dragen dat hij eener
voirg. richter sich te beclagen, als off hij sijnen eedt niet genoch
en dede sijne nootdurft ende gelegentheijt nae niet? veroirsaict en
worde Ende dat allet mit toe gedaener protestatien alsoe ennige
vernemen laten dat voergeruerte scholtampt den hogen ampt
alhier toegedaen, ende met dieen aen Franck Pieck zeliger verpant
ende verset soude geweest zijn, Dat zoe veerne daer aff den richter
genoch gedoceert ende beweesen worde, hij in dieen gevalle als
dat gebleecken sal weesen, geneijcht is t’voirsz. scholt ampt tot
behoeff sijne Co. Ma.t te ruijmen ende te verlaten, ende in alles
nae behoir dieen betreffende sich te reguleren ende te schicken
Exhibitum opten XXIIIJ januarij aº LXIIIJ voir scepenen van Driell
Dirck Egen Andriesz, ende Dirck Egen Dirck Ghijsbersz
1. Koninklijke majesteit
2. Keizerlijke majesteit
Bron: Brieven van en aan het Kwartier van Nijmegen, inv. 818-4966 b
25-06-1565. Akte van belofte van rentmeester Johan Artszone Duyster tot inning en overdracht aan abt Gerrit Elbertszone van der Nijekerk van de pacht uit de abdijgoederen te Driel.
Omvang: 1 charter.
Voor zover bekend is dit een schepenakte van Driel. Moet nog gecontroleerd worden.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 24
1566. 1006.
Schepenakte van Driel betreffende een geschil tusschen den rent-
meester Peter de Groot en Everardt Pannecoeck over de pacht
van het schoutambt Driel, 1566. 1 charter.

N.B. Ch. no. 2191. Over deze zaak, die aan den momber zou worden
voorgelegd, zijn geen andere stukken bewaard.
bron: het boek:
Het archief der Geldersche rekenkamer, 1559-1795
en van de
commissarissen, belast met het beheer van de Geldersche Domeinen, 1543-1559,
door
Jhr. Mr. A.H. Martens van Sevenhoven
1926, Deel I. p.152
ingezien via delpher.nl
---
voor het origineel, zie Gelders Archief
0012 Gelderse Rekenkamer, inv. nr. 1006.
N.B. Voorheen 0243 Charterverzameling, inv.nr. 2191.
Bron: Overigen
21-05-1566. Johan Geritsz, Dirrick Egen Andriesz, Egen Egensz, Merten Jansz, Arnt Arnt Egensz, Lambert Loij Arntsz, Thomas van den Kretier ende Dirrick Fonck schepenen in Driell oordelen na aanspraak van heer Henrick van Huesden als rector van het H. Kruisaltaar in zijn aanspraak tegen Dirrick van Malborch, eiser ontvankelijk zijn recht te mogen bewijzen, voor Bamiss a.s. (1 okt.) op het verkochte zesdedeel in de waard te Oensel.
Brijffken van het goet op Oensell.
Nae aenspraeck heeren Henrick van Huesden, als rectoir des Heijligen Cruijs altaer binnen Saltbomell op ende oever Dirrick van Malborch, hoe dat hij besith twee mergen lantz op Oensell gelegen, die de clegeren luijt der aenspraicken seecht mit beteren recht te competeren dan den verweerder ende nae antwoirt Dirck van Malborch, voirt nae schijn ende bescheijt, segell ende brieffen, condt ende bericht, reden ende wederreden voir den scepenen innegebracht zo ’t selve onder vonniss van scepenen gecomen is, wijsen wij Johan Geritssen, Dirrick Egen Andriessen, Egen Egenssen, Merten Janssen, Arnt Arnt Egenssen, Lambert Loij Arntssen, Thomas van den Kretier ende Dirrick Fonck scepenen in Driell mit gevolch den scepenen van Zuijlichem ende mit vorder voirberaet der scepenen Tuijll ende Deijll, heeren Henrick van Huesden in sijnen aenspraick ontfanckelick, beheltelicken, dat heer Henrick ’t selffde vercofte lant bewijsen ende bepalen sal tusschen dit ende Bamiss naestcomende ’t selffde lant bepaelt to weesen na sijne bewijs ende aenspraick innegebracht, allet tot erkentenisse des gerichts. Ende die oncosten deser saicken bij den scepenen gedaen, sullen parthiën halff ende halff betalen tot taxatie van de scepenen ende zoe wije ofte ingedragende ende bij den gerichte bevonden wordt sal den anderen vergoeden, ende dit ter tijt ende ter wijlen toe wij en hoeren ofte bij seker beter beschijn ende bescheijt dan wij tot noch toe gehoirt ende gesien hebben. Inne oirkonden onder letteren gegeven inne den jaere ons heren duijsent vijf hondert sess ende sestich opten een ende twijntichste dach Maij.
Met het zegel van de vijfde oorkonder (beurtelings gekanteelde balk en 2-1 bijen en helmt. dubbele adelaar, Rs. AERT AERT EEGENS), de licht geschonden zegels van de vierde (dubbele adelaar met hartschild, waarop schuinbalk?; lijkt schuinbalk, met uitloop naar rechts, Rs. MERTEN IAN ALERTSOEN) en de zesde oorkonder (doosneden, a. dubbele adelaar, b. effen met van zes stukken gebalkt schildhoofd, Rs. LAMBERT LOEY: ALE:Z) en de geschonden zegels van de eerste en de derde oorkonder.
Bron: Heerlijkheid IJzendoorn, inv. 404
21-05-1566. Aanspraak op een uiterwaard op Oensel door Henrick van Huesden voor schepenen van Driel, welke waard op 15-08-1528 door Joost en Gerit Mommen aan Ot van Malborgh was getransporteerd voor schepenen van Driel.
Wij Johan Geritssen ende Egen Egenssen scepenen in Driell tuijgen, dat heer Henrick van Huesden gegiet heeft voir den gemeinen scepenen van Driell, dat hij idt erfftaell van eenen erffbrieff slaende op eenen uijterwert op Oensell gelegen, dair Ot van Malborch van Joest ende Gerit zoenen Henrick Mommen inne geërft is, niet en kent, ofte niet op en spreeckt voir dese reijse. Inne oirkonden onser letteren gegeven inne den jaire ons heren duijsent vijff hondert sess ende sestich opten een en tweintichste dach tsmaentz Maij.
Bron: Heerlijkheid IJzendoorn, inv. 405
03-06-1566. schepenen Johan Geritss. en Merten Janss.
Transfix I. anno 1566 Juni 3.
Wij, Johan Geritss. ende Merten Janss. schepenen in Driell tuygen dat voir ons comen is Wyllem Art Everitss. ende heeft vercoft ende opgedragen voir vyftich pont gever penn. die hy gyede dat hem betaelt syn den brieff daer desen tegenw. br. doersteken is .... Sebert Janss. in eenen eygendom erffelicken te hebben en te besitten. enz. Datum als boven.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartjes 104-I+II
Transfix.
Aanhangend: 13-09-1601
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (104-1)
23-06-1566. Johan Geritsz en Lambert Arntsz schepenen in Driel oorkonden dat heer Bernaerdt van Driell Goesswijnssz priester voor 100 Lb de dagelijksche heerlijkheid Driell c.a. heeft verkocht aan Johan van Driell Wijllemsz sijnen neve.
Uit de aantekeningen van Mr. Rueb, nr. 56.
Hof van Gelre 5652, Civiele Proced. 1690-37.
Zegels verloren.
Bron: Overigen
23-06-1566. Schepenen: Johan Geritsz en Lambert Arntsz
Wij Johan Geritsz ende Lambert Arntsz scepen in Driell tuijgen dat voir
ons comen is heren Bernaerdt van Driell Goeswijnsz priester mit sijnen
gecoren mombair ende heeft vercoft ende opgedragen voir hondert pont gever
pennongen die hij giede dat hem betaelt sijn die daghelixe heerlicheijt ende
gerichte van Driell mit sijnen toebehoeren vrij van allen last ende commer die
dair nu ter tijt op is ofte naemaels comen mocht Johan van Driell Wijllemsz
sijnen neve erffelicken to hebben ende to besitten ende dat doir zeekere scriften?
gerecht.... ende oirsaicken die heren Bernaerdt voirsz. bevonden heeft den
voirsz. Johan van Driell toestaenden Ende heren Bernaerdt voirg. verteech
tot behoiff Johan van Driells voirsz. op die heerlicheijt mitten gerichte voirsz.
hij geloeffden oick mede daer op te doen vertien allen den gheenen die met
recht dair op verthijen sullen end oick mede euwelicken mit volre¬ wair-
scappen tot onsen lantrecht to waren als recht is tegens allen des then
rechten comen wyllen Ende allen voircommer ende voirplicht aff te doen vanden
selven Ende alnoch geloeft heren Bernaerdt voirsz. den voirg. Johan van
Driell euwelicken tot onsen lantrecht te hantreijcken ende to leveren alle
brieffen ende bescheijt mentionerende ende aengaende die heerlicheijt ende
gerichte van Driell voirsz. tot allen tijden als Johan van Driell voirsz. den
voirsz. heren Bernaerdt dat eijschend ende gesinnende is Inne oirkonde onder
letteren gegeven Inne den iaer ons heren duijsent vijffhondert sessende
sestich opten drieendetwentichsten dach tsmaents junij
Zegels af.
Bron: Hof van Gelre, toegang 0124, procesdossiers inv. 5652, nr. 37
Bron: Overigen
15-06-1567. Schepenen: Johan Gerardtsz en Egen Egensz
Wij Johan Gerardtsz ende Egen Egensz scepen in Driell tuijgen dat
voer ons comen is Lambert van Driell Wijllemsz ende heeft ver-
coft ende opgedragen voer hondert pont gever pennongen die hij
giede dat hem betaelt sijn dat daghelixse gericht ende scholt
ampt van Driell met allen sijnen toebehoren Johan van Driell
erffelicken to hebben ende te besitten met conditien toe gedaen dat
Lambert voersz. dese opdracht altijt bij sijne leven sal mogen vera-
lieneren ende wederroepen alst hem gelieven sall Inne oirkonde
onser letteren gegeven Inne den jaer ons heren duijsent vijffhondert
seven ende sestich opten vijfthiensten dach tsmaents junij
Met zegel van Johan Gerardtsz.
Bron: Hof van Gelre, toegang 0124, procesdossiers inv. 5652, nr. 37
Bron: Overigen
10-09-1567. Akte van pachterkenning door Dierick Egenszone van twee hond land op de Beemden te Driel.
Wij Aert van Tuijll ende Johan Geritsz scepen in Driell tuijgen dat voir ons comen is
Dirrick Egensz ende heeft geloeft heren Dirrick Loij Arntsz kellenaer der abdien van sunt
Pauwels binnen Utrecht achtende tot behoif des abts ende abdien voirsz. achtendetwintich stu-
ver Brab. gevalueert jairlix waer af den iersten termijn verschinen sal op sant Marten in
novembris anno achtendesestich ende daer nae noch seven jaren aen een volgende op alle sant Mar-
ten in novembris achtendetwintich stuver als voirsz. iaerlix te betalen als voir de huere van
twee hont lants op Driell op die Beemden gelegen gelijck joffrou Alith Schieren die heeft ge-
bruijct Ind of Dirck voirsz op alle sant Marten voirsz. jairlix niet en betaelde, ofte op alle
korsdagen dair naestvolgende zoe is Dirrick voirsz. vervallen tot behoiff des abts ende convents
voirsz. van die bruijckweers des naevolgende iaers ende effen waell die pachten te betalen
van beijden iaeren ...
... etc ....
Inne oirkonde onssen letteren gegeven Inne den iaere ons heren duijsent vijfhondert sevenende
sestich opten thienden dach tsmaents Septembris
Aanhangend zegel van Aert van Tuijll
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 316
10-09-1567. Akte van pachterkenning door Adriaan Guertszone, klompenmaker, van een hofstede tussen de dijk en de Wagenweg te Driel
Wij Arnt van Tuijll ende Jan Geritsz scepenen in Driell tuijgen dat voir ons comen is Adriaen
Guertsz die clompmaker ende heeft geloeft heren Dirrick Loij Arntsz kelnaer den abdien van
sunt Pauwels binnen Utrecht tot behoiff des abtd ende abdien voirsz vijffendedartich stuver
Brab. gevalueert op sunt Lamberts dach anno sevenendesestich ende daer nae noch seventhien
jaeren aen malcander geduerende alle iaer vijffendedartich stuver gelijck voirsz. saet op sunte Lam-
berts dach tot onsen lantrecht te betalen ende dit voir tgebruijck van een hofstadt die
Loij die Cock in hueren gehadt heeft weelcke hofstadt streckende is vanden dijck totten
wagenweech toe dair d’abdie voirsz. then beijden sijden naestgelant is ende Arien voirsz ge-
loefdeb oick mede den dijck tegen die voirsz hofstadt gelegen te maken ende te bewaren den tijt
van de voirsz jaeren buijten schade des abdts ende convents voirsz mit voirwairden dat Arien
voirsz die voirg. hofstadt verbeteren ende niet verargeren sal, ende geenrelij potinge dair aff
trecken en sal dan oft geviel dat in die voirsz. hofstadt ennige bomen verdorren zoe sal Arien
voirg. den dorren boom vuijt mogen weerpen, ende in plaets van .... etc ......
....
.... Inne oirkonde onssen letteren gegeven Inne den iaere ons heren
duijsent vijfhondert sevenende sestich opten thienden dach tsmaents Septembris
Met beide aanhangende zegels
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 317
10-09-1567. Akte van pachterkenning door Jan Peterszone van een hofstede bij de kapel aan de dijk te Driel.
Wij Arnt van Tuijll ende Johan Geritsz scepen in Driell tugen dat voir ons comen is Jan Petersz
ende heeft geloeft den eerweerdigen heeren heer Dirrick Loij Arntsz kellenaer der abdien van sunt
Pauwels binnen Utrecht tot behoif des abts ende abdien voirsz een gouwen sonnen kroen op
sunt Lamberts dach anno achtendesestich ende daer nae noch darthien jaeren aen malcanderen gedurende
alle iaer een kroen ghelijck voirsz staet op sunt Lamberts dach tot onsen lantrecht te betalen
ende dat voir tgebruijck van eenre hofstat die Cornelis Dirricksz plach te gebruijcken bijder
capellen gegelen {sic!} aen den dijck naestgelegen den abt voirg. aen beijden sijden mit voirwairden dat
Jan Petersz voirsz. die voirsz hofstat verbeteren ende niet verargeren en sal .... etc .....
.......
.... Inne oirkonden onser letteren gegeven innen den iaer ons heren duijsent vijfhondert
sevenendesestich opten thiensten dach tsmaents septembris
Met aanhangende beschadigde zegel van Johan Geritsz
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 322
10-09-1567. Akte van pachterkennning door Jasper Peterszone van een hofstede achter in het Molenstraatje te Driel.
Wij Arnt van Tuijll ende Johan Geritsz scepen in Driell tugen dat voir ons comen is Jaspar Petersz
ende heeft geloeft den eerweerdigen heeren heer Dirrick Loij Arntsz kellenaer den abdien van sunt Pauwels
binnen Utrecht tot behoif des abts ende abdien voirsz. vijf carolus gulden elcken gulden voir twintich stuver
Brab. geevalueert gerekent op sunte Lamberts dach .... etc ...
.... ende dat voir tgebruijck van eene hofstat inden gerichte van Driell gelegen mitten
eenen einde aen den dijck streckende after aen t’moelen straetken Then zuijden Frans Jansz ende der abdien
goet voirsz then noirden gelegen ....
....
...... Inne oirkonden onser
letteren gegeven in den iaer ons heren duijsent vijfhondert seven ende sestich opten thiensten dach tsmaents septembris
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 319
10-09-1567. Akten van pachterkenning door Arien Arienszone en Corneliszone van hofsteden ten zuiden van de Cromstege te Driel.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 313
10-09-1567. Akten van pachterkenning door Arien Arienszone en Corneliszone van hofsteden ten zuiden van de Cromstege te Driel.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 314
10-09-1567. Akte van pachterkenning door Marten Claeszone van een hofstede aan de dijk te Driel.
... Arnt van Tuijl en Johan Derckss. schepen. in Driel ...
... Maerten Claessone heeft gecoft den eerweerdige heer heer Dirck Loy Aertss. kellenaer der Abdije hoffstat op den dijck. Oock sulx Dirck {?} Mesteecker then zuijden alden dick voirs., welcke hoffstat potinge puten{?} plaets te gebruicken ...
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 315
10-09-1567. Akte van pachterkenning door Lambert Loij Arntszone van een morgen land in de 's- Grevenweide te Driel.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 318
10-09-1567. Akte van pachterkenning door Jan Bock van een woning en jonge aanplant aan de Rhoden te Driel.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 320
10-09-1567. Akte van pachterkenning door Lambert Loij Arntszone van anderhalve morgen land "In de Vlut" te Driel.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 321
10-09-1567. Akte van pachterkenning door Johan Arntszone van een stuk land te Veld-Driel.
Bron: Paulusabdij te Utrecht, inv. 323
22-01-1568. Schepenen: Dirck Egen Dircksz en Lambert Loeij Arntsz
... quod Cornelis Jansz van Lith man ende momber sijnder huijsfr. Maeijken Jans, sich mede sterckmaeckende voor sijne samptlijcke andere susters ende broeders, vercoft ende opgedragen pro etc eenen renthebrijeff van twe gulden jaerlijcx, als Dirck Rutgersz eertijts aen Lodewijck de Cock voor schepen van Drijell Dirck Egen Dircksz ende Lambert Loeij Arntsz opten xxij Januarij des jaers vijfthijen hondert acht ende t’sestich heeft gelooft, ende den vsz. comparant bij deijlonghe tegens sijnen vader to dele gevallen, sampt met all het gehout des brijeffs gelijck daer inne geschreven staet, Hanrick de Ghijer Hillebrantsz in eenen eijgendom erffel. to hebben ... etc .... 2-6-1617.
Akte in ORA Driel, inv. 973, f. 59v
Bron: Overigen
09-07-1573. Aert Aert Egense en Johan Barten, schepenen van Driell, oorkonden, dat op verzoek van Otgen van Malssen, eenige personen verklaringen afleggen omtrent de levering van raapzaad door dezen Otgen naar Hedel.
Opten IX dach Julii anno 1573.
Oorspr. op papier (Inv. no. 5396), onderteekend door de oorkonders.
archief 0214 Huis Bergh, (828) 1227-1842 ( Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers )
Inventaris nummer 5396; regest nr. 3176; [scans zijn online beschikbaar]
Bron: Overigen, inv. 5396
09-01-1583. Egen Dirck Egen Dircks zoon en Henrick Ghysberts zoon, schout te Herwenen, schepenen van Dryell, oorkonden, dat Maricken en Annicken, dochters van wijlen Egen Egenss., aan Johan ... anderhalf schaar weiland onder Dryell, genaamd "vrije sekere ijsere schaeren", buitendijks, op de achterste waard, verkocht hebben, 1583 januari 9. Zie 10 Mrt. 1525 (=101). 1 charter
N.B. Oorspronkelijk. Met het licht geschonden zegel van de tweede oorkonder. Dat van de eerste ontbreekt.
[is dit een transfix aan de akte van 1525? dat is uit de inventaris niet duidelijk]
Gelders Archief; toegang 0510 Diverse charters/diverse aanwinsten; inv. nr. 196
Bron: Overigen, inv. 196
03-10-1588. schepenen Egen Dirck Egen Dircks en Adriaen Hermans
Driel, verkoop van schepenbrieven, anno 1588 October 3.

Wy Egen Dirck Egen Dircks ende Adriaen Hermens Hermans, schepenen in Driell tuygen dat voir ons commen is Lenaert Hermanss van Velthoven als man ende momber Gericken Dirck Morinx dochter, syne echte huysvrouw, mit will ende consent der selven ende heeft in qualiteite vurs. vercoft ende opgedragen voir vijfftich pont gever penn., dye hij ghyeden dat hem betaelt syn, dye rechte helfft van tween schepen bryeffen van Dryell mitten den halliffen inhalt van dyen gelyck dair inne geschreven staet, wesende den eenen schepenthynsbryeff van vier ende twintich gul. jairlix ende den anderen schepenen schultbryeff van ses honderth carolus guldens eens, aen wellicken schultbryeff rest te betalen twee honderth gul. eens mit allen achterwesen van dyen off wes dyen annex ende dair van is dependerende, beyde slaende op Hanrick Ghysbertss., scholtus tot Hurwenen ende beyde gedateert op den lesten janaurij anno voirleden twee ende tachtentich, Johan Montfoort van Wissem in eenen eygendom erffelyken to hebben ende to besitten. Ende Lenaerth Hermanss. wol vurs. vertheech op dye helffte der tween schepenen bryeffen vurs. mitten halliffen inhalt van dyen, dye halliffe achterstedige thynsen off wes voir deen helfft dyen annex ende dair van is dependerende tot behoeff Jan Montfoert van Wissem voernt. ende geloiffden van synre wegen wol vurs. dair op te doen verthyen allen den ghenen dye van synre wegen dair mit recht op verthyen sullen, ende van synre wegen to waeren ende allen voircommer aff te doen vanden selleve van synre wegen. In oirconde onser letteren gegeven in den jaere ons Heren duysent vyffhondert acht en tachtentich op den dorden dach octobris.
Egen Dirckss. S. in Dr.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartjes 245-I+II
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (245-1)
07-12-1588. schepenen Willem Loy Willemss van Dryell en Lambert Aerntss
Driel, anno 1588 December 7.

Wy, Willem Loy Willemss van Dryell ende Lambert Aerntss, schepenen in Dryell, tuygen dat voir ons commen is Johan Cornelis Bakenssoen ende heeft geloift Aernt Cornelis Reynensoen, sijnen swager dye summe van negen ende tsestich carolus gul. tot twintich stuyvers gefalueert den carolus gul. gerekent, in dryen termynen ten lantrechte to betalen, dair van een rechte dordendeell verschynen sall op St. Jacopsdach in den somer in den jare negen ende tachtentich het tweede dordendeell op St. Jacopsdach tnegentich ende her dorde offte leste dordendeell op St. Jacops dach anno een ende tnegentich alle toecomende ende voir St. Martensdach in Novembri nae ellicken termyndach vurs. waell betaelt te syn sonder langer vertreck. Inne oirconde onsser letteren gegeven in den jaere ons Heeren duysenth vyffhonderth acht ende tachtentich op den sevenden dach decembris. Ende sall Johan voernt. aen den voergenoemden aen den iersten termyn van wyn cop ... .XXXVL.
Egen Dirckss. s. in Dr.

bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartjes 246-I+II
Zie ook: ORA Driel, inv. 968, folio 102v.
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (246-1)
11-03-1589. schepenen Willem Loy Willemss van Driell en Hermen Claess.
Driel, anno 1589, Maart 11

Wy, Willem Loy Willemss van Driell ende Hermen Claess. schepenen in Dryell tuygen dat voir ons commen is Dirck Claessen ende heeft geloift Mr. Jan de Bye tot behoiff Barbara Jacops nagelaten wedue Hanricks van den Berghe zal. thyns twaelff carolus gul. tot twintich gefalueerde stuyver den carolus gul. gerekent op Corsmis toecomende, ende dair nae voirth jairlix ende alle jaer ewelyken thyns twaelff carolus gul. als vurscr. staen, op vurscr. termyndach uuyt alle syne goederen ende ellix van dyen insunder tot optie ende kuer van Barbare Jacops vurs. tot onsen lantrecht te betalen, allet vry gelt sunder ennigerhande cortinge van schattonge inbreuck van dycken, desolatie der lenderijen, verschooten, branth, sheeren reede off andersins lantschapp, ritterschappen off gerichten g verdrachten, dair van hy nu als dan, dan als nu renuntieert ende expresselyken verthyt. Wellecken thyns wairt saicke dat hy jairlix alsoo op den vurscr. termyndach nyet gegheven off betaelt en werden soe sall alle weken dair naistvolgende op den vurscr. thyns wassen ende gaen een peen van ses stuyveren der munte vurs., wellecken peen te gader mitten thyns vurs. Barbara Jacops voirgenoemt uuyt alle syne guederen ten lantrecht wie voirseet, sall mogen verhaelen soe wanneer sys nyet langer en sall willen verbeyden. Ende Dirck Claessen vurnt. geloiffden oick meede den thyns mitten pene voirs. uuyt de geuderen voirs. jaer ende dach ende voertz eewelyken met volre waerschappen te waren als recht is tegens allen des te rechten commel sullen willen, voir behauden etc. Datum als boven. E. Dirckss s. in D.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartjes 159-I+II
Transfix.
Aanhangend: 22-02-1597
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (159-1)
12-04-1589. Egen Drickegen Andrijess en Hermen Claissen schepenen in Dryel oorkonden, dat Drick Ronck Dircks inwoner van het dorp op vordering van Willem son Willemss van Driel op vraagpunten omtrent de bediening van de scholt en buurmeester-ambten van Driel en den schouw over de wetering getuigde, als de acte vermeldt. Geschyet ende gedaen den XIIEN Aprilis, a0. XVC negen ende tachtetich, stilo veteri.
Datering: 1589, April 12
NB: Afschrift (c. 1700) (Inv. No 723 fol. 26027) op papier. Het oorspronkelijke stuk droeg 2 zegels en was onderteekend D. Dirckss.
Drents Archief, toegang 0617 Huisarchief Batinge, inv. 723, regest 85
Bron: Overigen, inv. 723
13-04-1589. Egen Dirck Egen Andryesz en Hermen Claesz schepenen in Driel oorkonden dat Dirck Fonck Dircksz, dijkheemraad, heeft verklaard t.b.v. Willem Loy Willemsz van Dryel, kleinzoon van den alden Willem van Dryel, i.l. scholtus tot Dryel en in 1558 of 1559 overleden, circa 1,5 jaar later gevolgd door den jongen Willem van Dryell, dat het scholtambt daarna was onderwonden door Lambert Willemsz van Dryell, des requirants oom, circa 1573 overleden en dat hij 1573 buurmeester was met Jan de Sterck.
Uit de aantekeningen van Mr. Rueb, nr. 56.
Hof van Gelre 5652, Civiele Proced. 1690-37.
Bron: Overigen
05-03-1591. schepenen Dirck Fonck en Egen Dirck Egen Dirckss,
Transfix I. anno 1591, maart 5.

Wij, Dirck Fonck ende Egen Dirck Egen Dirckss, schepenen in Driell, tuygen dat voir ons comen sijn Heer Huyman van Rossem, priester, mit synen gekoeren momber ende Aernt Jansoen als man ende momber van Mechtelt van Rossem, syne echte huysvrouw ende hebben gerenuncieert ende vertegen opten bryeff dair desen tegenwoirdigen bryeff doirsteken is ende op allet tgehaut des bryeffs gelyck dair inne gescreven staet tot behoeff Elbert Maess erffelicken te hebben ende to besitten mit allen onbetailden achterstel uuyt den constitute thynsbryeff dair desen doirsteken, verscheenen. In oirc. etc. datum als boven. Egen Dirckss. secr. in Dryell
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartjes 105-III+IV
Transfix.
Hangt aan: 04-03-1554
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (105-3)
18-03-1591. schepenen Egem Dirckss Egen Dirckss en Roeloff Mathyssen
Driel, anno 1591 Maart 18.

Wy, Egem Dirckss Egen Dirckss ende Roeloff Mathyssen, schepenen in Dryell, tuygen dat voir ons commen is Corsten Janss van Buell ende heefft vercoft ende opgedragen voir vyfftich pont gever pennongen dye hy ghieden dat hem betailt syn, eenen boomgart in soelicker grootte als den selleven gelegen is inden gerichte van Dryell aen de Cromsteege tusschen Arien Janss van Alem ten oisten, Egen Egenss ten westen, de Cromsteeg voorss. ten noorden ende Aernt Janss van Henxtum ten suyden, soo hy dy een by transporte van Hans Janssen van Dorsten ende als man ende momber synre huysvrauwe beerfft heeft, Willem Janss. mit thyns twee gulden aen den gasthuys binnen Dryell ende is erffthyns ende noch drye gulden losthyns aen Arien van Bruessel vermogens zegell ende bryeffen op desen boomgart sprekende ende voirts dyck ende thyns vry, in eenen eygendom erffelicken to hebben ende to besitten. Ende due vercoper in qualiteite voers. verteech opt voers. vercofte goet ten behoeve Willem Janss voergenmt. ende geloiffden dair op te doen verthyen allen dye mit recht dair op verthyen sullen ende allen voircommer ende voirplicht aff to doen van den selleve alles van synent wegen. In oirconde onser letteren gegeven in den jaere ons Heeren duysent vyffhondert een entnegentich op den achthyenden dach Martii.
E. Dirckss. s. in Dr.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartjes 305-I+II
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (305-1)
21-03-1591. schepenen Egen Dirckss Egen Dirckss en Roeloff Mathijssen
Driel, anno 1591, Maart 21

Wij Egen Dirckss Egen Dirckss ende Roeloff Mathijssen, schepenen in Dryell tuygen dat voir ons comen is Geertken Spierings, wedue Philips du Cock mit oiren gekoeren momber ende heeft vercoft ende opgedragen voir twentich pont gever penn. ... een schaer weyde gelegen in den gerichte van Dryell tot Hoenzaet in Hanrick Uden Oisterbroeck gelegen in de schaer aldair gebruyct worden, Willem Janss, dyck ende thyns vry in eenen eygendom erffelycken to hebben ende te besitten ende Gheertken ... verteech etc.
datum als boven.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartje 042
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (042)
12-06-1594. Willem van Drijel als scholte van het dorp Driel en Mattheus Goossens van Herwenen komen overeen omtrent de opdracht voor 4 jaren door den eerste an den laatste van de bediening van het scholtambt, als de acte mededeelt.
NB: Met vermelding der wederkeerige belofte van nakoming ?voor schepenen Dirck Fonck ende Egen Dirckss. Secretario in Driell?.
Actum XIIen Juny, aº. XVc vier ende ?t negentich, stilo veteri.
Afschrift (c. 1700) (Inv. nr. 723 fol. 27-28), op papier. Het oorspronkelijke stuk was onderteekend door: Willem van Driell, Mattheus Gooss., Derck Fonck, Egen Dercks, s. in Driel, Egen Dierckss, Jan Arien Reijers en Egen Bock Peterss.
Drents Archief, toegang 0617 Huisarchief Batinge, inv. 723, regest 89
Bron: Overigen, inv. 723
03-06-1595. schepenen Hermen Claissen en Hanrick Ghysbertssen
Transfix III. anno 1595 juni 3.
Wij, Hermen Claissen ende Hanrick Ghysbertssen, schepenen in Dryell tuygen dat voer ons commen is Peter de Ghyer Peterss als man ende momber Neesken Derck de Borchgreeffs dochter, synre echte huysvrou ende heeft in qualiteite voirss. vercoft ende opgedragen voir twentich pont gever penn. dye hy ghieden dat hem betailt syn dye briefen daer dese tegenwoerdigen bryeff doirsteken is ende allet gehauwt der briefen voers. gelyck daer inne geschreven staet, Elberten Maess. mit allen onbetaelden achterstell uuyt een constitutie thynsbryeff van twee gul. ende vierthyen st. jaerlix, dair desen brieff doersteken is, verscheenen in eenen eygendom erfflicken tho hebben ende to besitten. Ende Peter de Ghyer in qualiteite voers. verteech op den brieffen mit oiren inhalt ende den achterstell als vurs. ten behoeve Elberten Maessen voergnt. ende geloiffden daer op te doen verthyen allen dye mit recht verthyen sullen. enz. In oerconde etc. datum als boven.

Egen Dirckss. s. in Dr,
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartjes 089-IV+V
Transfix.
Hangt aan: 19-11-1541
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (089-4)
22-02-1597. schepenen Dirck Fonck en Egen Dirck Egen Dirckss.
Transfix I anno 1597, Febr. 22

schepenen in Driel: Dirck Fonck, Egen Dirck Egen Dirckss.
Ghielis Moring als man ende momber Barbara Jacops synre echte huysvraus heeft in qualiteite vurs. vercoft ende opgedragen voer vyfftich pont geve penn. ... den bryeff daer desen tegenwoirdigen bryeve doirsteken is etc. ... Mr. Johan de Bye als provisoer der aerme wesen binnen Bommell ende ten behoeve der wesen vurschr. etc. actum als boven.
E. Dirckssen S. in Driell.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartjes 159-III
Transfix.
Hangt aan: 11-03-1589
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (159-3)
20-06-1598. Schepenen in Drijell oorkonden, dat Willem van Drijell het scholtambt van Driel, de laatste 4 jaren bediend door Matheus Goossens, voor 4 jaren opdroeg aan Jan Thomass, met recht van opzegging door dezen mits ¿ jaar te voren; en dat J Y daarop den eed afdegde, overeenkomstig de instuctie voor M.G. te zullen handelen, doch met vrijstelling voor hem van eenige verplichting tot aanzuivering van achterstallen. Actum den XX den Junij 1598.
Copia copiae (c. 1700) (Inv. No 723 fol. 28 verso 29), op papier. Het oorspronkelijke stuk was onderteekend: Aert Dirckss. De Bie, Hubert de Gier, my present als secrets. In Drijell Egen Derckss, en door Jan Thomassen.
Drents Archief, toegang 0617 Huisarchief Batinge, inv. 723, regest 100
Bron: Overigen, inv. 723
13-09-1601. schepenen Hanrick Ghysbertss en Hanrick Janssoen
Transfix II. anno 1601, sept. 13.
Wij, Hanrick Ghysbertss ende Hanrick Janssoen, schepenen in Driell tuygen, dat voor ons comen is Hanrick Zebertsoen, voir hem selven, vervangende mede sijn suster Peterken Zebertsdr. ende heeft in qualiteite voerscr. vercoft ende opgedragen voir thyen pont gever penn. dye hy ghieden hem betaelt te syn de bryefen dair desen brieff doirsteken is ..... Egberth Huybertss., Herberen Clotss., Arien Pauwelss. ende Mericken Heymerix als goetkeurders van zal. Dirck Engbertss. mitten onbetaelden achterstel etc. datum als boven.
bron: Kaartenbak H. Beckering Vinckers, weeshuisarchief Zaltbommel
kaartjes 104-II
Transfix.
Hangt aan: 03-06-1566
Bron: Archieven Bommelse Weeshuizen (104-2)