De secretaris

Een belangrijke rol in de schepenbank was weggelegd voor de secretaris. Hij noteerde de akten, hield registers bij, men kon bij hem terecht voor een afschrift van een akte, en dergelijke juridische en administratieve taken. Hij wordt ook wel genoemd als schrijver, scriba of preter.

Het was, zo blijkt wel uit de bronnen, een solide baan die lang kon worden aangehouden. Secretarissen waren afkomstig uit notabele families; opvallend is ook dat er nogal eens werd getrouwd tussen families van secretarissen van verschillende schepenbanken.

Onderstaand is een overzicht van de secretarissen tot ca. 1650, voor zover bekend. Er zijn ook enkele bronnen opgenomen waarin de secretaris expliciet met zijn functie wordt vermeld.


Mr. Jan die Sterck

?

Overleden na 5 december 1527.
Hij wordt niet vermeld in het Necrologium van de St. Maartenskerk.

Van hem is (nog) geen handschrift bekend.

Hij wordt door Heyman Gillissen in 1549 genoemd als voormalig secretaris van de Bank van Driel, "dije vuel jaeren aldaer scriver was geweest". Hij was de voorganger van Gijsbert van Ghent.
Hij was tot 1524 tevens secretaris van de Bank van Zaltbommel.
Verder is nog weinig van hem bekend. Na de overdracht aan Gijsbert leeft hij nog, want hij "subscribeert" latere afschriften voor hem.

Bronnen:
Meijster Jan Sterck wordt vermeld in 1526 in ORA Tuil, inv. 1238, folio 260v.
ORA Zaltbommel, inv. 304, folio 58 (5-12-1527).
Hof van Gelre, toegang 0124, Brieven aan en van het Kwartier van Nijmegen. Inv. 808, nr. 1464 b.

N.B.
In 1540, 1541 en 1544 is ene meester Jan dije Sterck schepen in Driel, maar het is nog onbekend of het om dezelfde gaat. Dat lijkt wel waarschijnlijk. Tevens is waarschijnlijk dat hij dezelfde is als Jan die Sterck van Teefelen. vermeldingen:
27-04-1527, Jan die Sterck van Teffelen, schepen van Driel.
07-03-1529. Peter van Oever en Wilhem Loye, genaamd van Driell, Lambertss., schepenen van Driell, oorkonden, dat Jan die Sterck van Teffelen ...
23-03-1530. Aert Janszoon van Henxtum en Egen Dirck Ariss., schepenen van Driell, oorkonden dat Aert die Haes aan Jan die Sterck van Teffelen ... Leenregister, pag. 683: Mr. Johan van Tefelen, erve sijner moyen Mechtelt, 4 Januarii 1523. Idem eedt vernijt, 17 Septembris 1538. Idem, genoomt Sterck, eedt vernijt, 7 Julii 1544.


Gijsbert van Ghent (Genth)

?

Hij wordt door Heyman Gillissen in 1549 genoemd als voormalig secretaris van de Bank van Driel. Hij neemt deze functie over van Jan dije Sterck.
Verder is nog weinig van hem bekend. Hij wordt zelf vermeld in de Bank van Driel in 1514 en 1523. Zijn dochter Maria, echtgenote van Rochus Arnoldi die Wynter, overlijdt op 15 juli 1540 (Necrologium). Zijn erfgenamen worden in 1549 door het Hof van Gelre gelast de signaten te overhandigen die dan nog in hun bezit zijn.

Bron: Hof van Gelre, toegang 0124, Brieven aan en van het Kwartier van Nijmegen
Inv. 808, nrs. 1415 c, 1464 b, 1485, 1583.


Onbekend

≤1555 - ≥1555

Bovenstaande voorbeeld is uit ORA Driel, inv. 967, f. 1 (anno 1555).


Adam van der Elst

1564

Vooralsnog de enige vermelding, door hemzelf geschreven, is in 1564. Hoewel het handschrift enigszins anders is, zou hij dezelfde kunnen zijn als in 1555.

Bovenstaande voorbeeld is uit Brieven van en aan het Kwartier van Nijmegen, inv. 818-4966 b.


Egen Dircksz Stout

≤1577 - Februari 1624

Overleden op 29 augustus 1625.

Bovenstaande voorbeeld is uit ORA Driel, anno 1600.

Directe verwijzingen naar zijn functie:
In ORA Driel, inv. 969 vermeldt hij zichzelf: Egen Dircksz (bovenstaande voorbeeld). In ORA Zuilichem, inv. 3, f. 1, datum 18-10-1577, staat dat eed heeft gedaan: "Mr Egen Dircksz als schrijver der bancke van Driell".


Johan de Cock

Oktober 1625 - April 1636

Bovenstaande voorbeeld is uit ORA Driel, inv. 973, anno 1625

Directe verwijzingen naar zijn functie:
Hij wordt genoemd als secretaris in inv. 973, f. 1 (bovenstaande voorbeeld).


Quirijn Jansz de Cocq

April 1636 - ± 1675

Overleden na 13 augustus 1676.

Bovenstaande voorbeeld is uit ORA Driel, inv. 976, anno 1636

Directe verwijzingen naar zijn functie:
Hij wordt genoemd als secretaris in inv. 976, f. 110 (bovenstaande voorbeeld).
Hoewel de formele aanstelling was op 30 sept. 1636, komt zijn handschrift al vanaf april 1636 voor.
Tevens secretaris voor de Bank van Tuil.


Later

De latere schepenen en secretarissen worden uitvoerig beschreven in het boek:
"De Hoge Bank van Driel 1650-1811, Een genealogische en heraldische benadering"
Door: W.H. Dingemans.
Uitgave: 2002.